Dankwoord
Het schrijven van een boek is steeds een lang proces van zoeken, ploeteren, schrijven, schrappen, corrigeren, aanvullen, veranderen… een proces van twijfel en euforie, van vreugde en onmacht. In de maanden dat dit boek ontstond, heb ik steeds kunnen rekenen op Sanne, die mij moed en goede raad gaf en soms, als ik urenlang op mijn werkkamer verbleef, terecht sakkerde dat ik met mijn computer getrouwd was. Zonder haar was dit boek nooit tot stand gekomen.
Ook René Delaere en Una Berg vormden mee de funderingen voor dit boek. Zij wijdden mij in de geheimen van de Wicca in, en veel rituele teksten in dit boek werden door hen geschreven. Maxine Sanders, die samen met Alex aan de wieg stond van de Alexandrijnse hekserij, wil ik in het bijzonder danken voor de talrijke brieven met aanvullingen en verduidelijkingen die ze me gestuurd heeft. Ook de Gardneriaanse heksen hebben mij bijzonder goed geholpen. In het bijzonder wil ik Merlin en Morgana danken, die het hele manuscript nauwgezet hebben nagelezen en mij met hun kritische bedenkingen en aanvullingen vaak weer op het goede spoor hebben gezet. Dank ook aan Lady Bara die mij steeds met raad en daad bijstond.
Verder wil ik de leden van de Greencraftcovens in Nederland en Vlaanderen danken, die mij steeds vriendelijk hebben ontvangen en van wie ik veel heb geleerd. In eerste instantie de coven Elphin in Antwerpen: Legolas, Nymphen, Keefer, Sithi, Trismegistos, Wiccadina en Bacchus. En de coven Corona Borealis in Hulst: Korsan, Wanna, Freya, Dionysos, Isis, Ram, Sylphe, Charon, Gayomard en Odinda. Dank ook aan David en Tama Oringderf in Texas, Christina Oakley en Vivianne Crowley in Londen, Vic Seymus in Mol, Elsy Kloeg, Kobus van Doorne, Joke en Ko Lankester, Jet Baarn, Anders Pietersen en Rosa Wouters…
En tot slot mij dappere uitgever, Leo de Haes, die zich alweer heeft laten verleiden tot een ‘esoterische’ publicatie.Antwerpen,
Litha 1997
