Als ze hier en daar een regenbui voorspellen, regent het altijd hier en nooit daar.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

Yule

Kerstmis heet in de Scandinavische landen vandaag nog Jul, een herinnering aan de Yule- of Joelvieringen in onze gewesten. Linguïsten hebben allerlei verklaringen gezocht voor het woord, dat mogelijk verband houdt met het het Gotische woord heul of het Angelsaksische hweal . In het Nederlands betekent het dan wiel, wat kan verwijzen naar de beweging van de zon in het wiel der seizoenen. Misschien gaat het ook terug op een oudere woordstam waarvan het Engelse woord jolly en ons woord jolig van afgeleid zijn, en zou het kunnen verwijzen naar feestvreugde.

De Yulesabbat van 21 december is het moment van de winterzonnewende. Op die dag vindt de langste nacht plaats en heeft de winterperiode haar hoogtepunt bereikt. Maar de volgende dagen zal de zon weer stijgen en het licht langzamerhand de overhand krijgen op de duisternis. Midwinter herdenkt dus de terugkeer van het Licht. In vele religies wordt op dat moment ook de Lichtgod geboren: Jezus, Mithras, Osiris, Dionysus... Voor christenen is Kerstmis de periode waarop de geboorte van Jezus herdacht wordt. Nagenoeg alle historici zijn het erover eens dat deze herdenking niets te maken heeft met historische feiten. Als er al één historisch christus geboren is dan gebeurde dat wellicht ergens in de lente.

Het feit dat Kestmis niet verwijst naar een historische gebeurtenis heeft er velen toe aangezet om te beweren dat Kerstmis een christelijke voortzetting van oudere heidense feesten is. Veel historisch feitenmateriaal die deze these moeten aantonen is er niet. In Angelsaksische, Welshe en Vikingbronnen hebben historici wel voldoende belangrijke aanwijzingen gevonden om te concluderen dat er rond midwinter heidense feesten bestonden die het einde van het oude en het begin van het nieuwe jaar moeten vieren. Ook de talrijke boze uitlatingen van kerkvaderen over de heidense feesten rond midwinter doen vermoeden dat er een en ander gevierd werd.

Tot en met de elfde eeuw werd Kerstmis, ook door de christenen omschreven als midwinter (midne winter, middum wintra), pas daarna sprak met over Cristes maessan of Kerstmis. De term joel in onze gewesten en yule in Engeland werd pas geïntroduceerd met de invallen van de Noormannen in de elfde eeuw.

Ontegensprekelijk hebben de feesten rond midwinter ook invloed ondergaan van de Romeinse feesten, de Saturnalia op 17 december en de Kalendae van 1 tot 3 januari. Vooral de kalenden werden met veel feestgedruis gevierd. Er werden cadeautjes uitgewisseld, waaronder ook kaarsen, symbolen van het Licht.

De strijd tussen licht en duister wordt tijdens de heksensabbat gesymboliseerd door een rituele tweekamp tussen de Eikkoning, God van de wassende zon, en zijn broer de Hulstkoning, God van de afnemende zon. De Hulstkoning regeerde van midzomer (21 juni) tot midwinter (21 december). Nu zal zijn broer het land regeren van midwinter tot midzomer. Tijdens de tweekamp zal de Eikkoning als winnaar uit de strijd komen.

In sommige volkstradities wordt de dood van de Hulstkoning, Koning van de Winter, uitgebeeld tijdens de rituele jacht op het winterkoninkje, het kleine bruine vogeltje met opgerichte staart. Dit gebruik komt zowel voor in het oude Griekenland als in Noord Europa. Het winterkoninkje wordt volgens de legende gedood door het roodborstje, dat duidelijk symbool staat voor de zon. Tijdens het ritueel gingen de mannen op jacht en trachtten ze het winterkoninkje te doden met berkentwijgen.

In de Germaanse mythologie is Yule de periode waarin Wodan met zijn wilde heir door het luchtruim trok en de winterse stormen veroorzaakte. In zijn gevolg raasden de geesten van de overledenen, de voorouders, die hun nakomelingen de zege van de vruchtbaarheid schonken voor de lente die zou komen.

Wodan is de vroegste voorloper van Sinterklaas, die eveneens rond deze periode in het land arriveert. Ook de Sinterklaasliedjes verwijzen naar de winterse stormen, die de boodschapper van het nieuwe zonnejaar aankondigen:

Zie de wind waait door de bomen
makker staakt uw wild geraas...

In dit overbekende Sinterklaaslied schuilt de bede om de winter te laten ophouden. Deze thematiek, zoals die in Vlaanderen en Nederland gekend is, is identiek aan die van de winterzonnewende. De sabbat van Yule houdt immers de belofte van een nieuwe zomer in. Yule kondigt de zwangerschap van de Godin met Imbolc (1 februari) aan, die de vruchten van de nieuwe lente zal dragen.

Yule is het lichtfeest bij uitstek. Onze voorouders vreesden immers dat de winter nooit zou voorbijgaan en verheugden zich om elk teken dat de komst van de nieuwe lente zou aankondigen. Tijdens de hele decembermaand treft men daarom in heel Europa vieringen aan. Het is ook een tijd waarin familieleden elkaar cadeautjes geven, wellicht overblijfselen van offergaven, die de blijdschap om het komende licht moeten vieren, de blijdschap om de onoverwinnelijke zon, de sol invictus.

In onze streken werden tijdens deze vieringen varkens geofferd aan het hiërogamische godenpaar Freyr en Freya, die steeds vergezeld waren door de heilige varkens Guldenborste en Hildisvin. Het varken als heilig dier vinden we terug bij de Keltische Godin Cerridwen, de Sumerische Erershkigal, de Griekse Demeter. Het is het heilige dier van de zwangere doodsgodin, de godin die heerst over de duistere periode van het jaar, waarin de God in de onderwereld verblijft. Yule is het feest van de Belofte van de zwangerschap van de Godin in het voorjaar, dus een geschikte tijd om ook het varken te eren. Het offermaal van varkens vinden we vandaag nog terug in de vorm van marsepeinen varkentjes die met Kerstmis genuttigd worden. De kerk trachtte met het Concilie van Leptimes in 475 het offeren van varkens tijdens de midwinterperiode te verbieden. Tevergeefs. Gemakshalve namen de christenen het zwijn over als "totem" van Sint-Antonius, wiens feestdag, op 17 januari, ook in de winter valt.

Het licht wordt ook herdacht in de lichtboom of kerstboom. Vandaag gaat het om een met elektrische lampjes versierde spar, maar oorspronkelijk was de Yuleboom een eik die in brand werd gestoken als een offer aan de lichtgod. Wellicht gaat het hier om een van de oudste vuuroffers. De vroegste mensen hadden immers het vuur van de goden gestolen, toen ze brandende takken van een door de bliksem getroffen boom meenamen. Om de goden gunstig te stemmen en hen te danken voor de gave van het vuur, schonken ze het vuur ook geregeld aan de goden terug. Ze bezorgden het vuur waar ze het gehaald hadden, met name bij een boom. Deze vuuroffers evolueerden langzaam van brandende bomen naar bomen waarin lichtjes branden.

Bomenverering was algemeen verspreid in West Europa toen de christelijke missionarissen hun bekeringswerk kwamen verrichten. Bomenverering werd eerst verboden, maar het gebruik stak tijdens de reformatie opnieuw de kop op. Het is ook toen dat de spar zijn intrede deed als lichtboom.

Het vuuroffer is ook terug te vinden in de kerststronk, die nu in de vorm van een ijsgebakje bij de bakker ligt, maar die in de vorige eeuwen een heuse eikenstronk was die werd verbrand. De asse werd over de akkers gestrooid om ze vruchtbaarheid te schenken gedurende het komende zaaiseizoen. Het gebruik van de Kerststronk zou een heidense oorsprong kunnen hebben. De vroegste verwijzingen dateren uit de elfde eeuw in Duitsland. De verspreiding ervan gebeurde volgens historicus Ronald Hutton vooral via Vlaanderen, waar het gebruik eveneens sterk ingeburgerd was.

De lichtthematiek werd door het christendom in 273 overgenomen in het Kerstfeest, dat de geboorte van Jezus herdenkt. Uit aanwijzingen in de Bijbel blijkt echter dat Jezus in elk geval niet in de winter geboren werd, maar eerder in de lente. De christenen probeerden zo de heidense feesten te annexeren, of zoals Sint-Chrisostomos, aartsbisschop van Constantinopel in de vierde eeuw zei: Terwijl de heidenen zich bezig houden met hun profane riten, kunnen de christenen hun heilige riten vieren zonder gestoord te worden. Paus Gregorius de Gote gaf de missionarissen van de Angelen in de zesde eeuw de raad de heilgdommen van de heidenen niet meer te vernietigen, maar er slechts de beelden uit te verwijderen. De tempels en heilige plaatsen konden dan ingenomen worden door christelijke heiligen.

De verplaatsing van de geboorte van Jezus naar midwinter was ook bedoeld om te kunnen concurreren met de aanhangers van de Perzische Mithracultus, die de geboorte van hun Zoon van de Oppergod Ahura Mazda eveneens vierden op midwinter. In de loop van de zesde eeuw werd Kerstmis een feestdag waarop niet gewerkt mocht worden. Kerstmis werd overigens gedurende twaalf dagen gevierd, van 25 december tot 6 januari.

De heidense Yulevieringen gingen Kertsmis echter vooraf. De komst van de nieuwe zon was de gelegenheid om vruchtbaarheidsrituelen uit te voeren. Het kussen onder de maretak is daar een overblijfsel van. Ook het versieren van woningen met groenblijvende planten als hulst, maretak en klimop verwijst naar het vruchtbaarheidsaspect. Ze symboliseren het eeuwige leven, dat zelfs het diepste duister van de winter overleeft.

Tijdens de heksensabbat worden de deelnemers gezegend door een bes van de maretak op hun voorhoofd te drukken, terwijl gezegd wordt:

Alle Heil. Moge het Vuur van de Hulst je vergezellen in het Koninkrijk van de Eik.

De Cirkel wordt daarna getrokken zoals gebruikelijk, de Wachters van de Vier Windrichtingen worden opgeroepen en water en zout worden gewijd. Vier heksen reciteren de antifonale chant.

N: Wat voor nacht is dit?
Z: Het is de nacht van Yule, de Winterzonnewende
O: Wat betekent deze nacht ?
W: Het is de terugkeer van de Eikkoning

N: Wat ziet gij tussen het riet langs de rivier van Leven?
Z: Een witte schimmel die langzaam een weg zoekt naar de grote Eik.
O: Van wie nemen we afscheid na dit feest van de Zonnewende?
W: Van de Hulstkoning, de Winterkoning.

N: Waaraan herkennen we elkaar deze nacht?
Z: We scharen ons rond het Wiel van Licht, de Vlammende ster van het Noorden.
O: Wie helpt ons?
W: De Sneeuwkoningin helpt ons.

N: Wie is de Sneeuwkoningin?
Z: Zij zetelt in de oneindige ruimte voorbij het Noorderlicht. Zij regeert over het hart van de Duisternis. Zij is het begin en het einde aller dingen.
O: Wie is deze Godin?
W: Zij is de stralende Maagd, de Duistere Oude, de Moeder van de Tijd.

N: Waar is onze Godin?
Z: Zij is in ons hart in alle seizoenen van het rondwentelende jaar.
O: Wie is Zij?
W: Zij is Arianrhod, de Koningin van het Noorden.

De hogepriesteres nodigt nu een mannelijke heks uit die de rol van de Hulstkoning zal uitbeelden. Zij zegt: 'Gij zijt de Hulstkoning, God van de afnemende zon. Breng hem zijn kroon.'

De hogepriesteres zet hem een kroon van hulstbladeren op het hoofd.

Ze roept nu de heks die de Eikkoning zal uitbeelden en zegt: Gij zijt de Eikkoning, God van de wassende Zon. Breng hem zijn kroon.

De Eikkoning wordt nu ook gekroond.

De hogepriesteres richt zich nu tot haar coven en zegt: 'Met de Zon op zijn diepste punt, is nu het Zonnejaar voltooid en loopt het rijk van de Hulstkoning naar zijn einde. Als straks de langste nacht voorbij is, begint het wassende jaar. Het roodborstje maakt nu jacht op het winterkoninkje. Het varken wordt geslacht. De Eikkoning moet zijn broeder de Hulst verslaan en het land regeren tot Midzomer.'

De twee gekroonde mannen gaan nu tegenover elkaar staan. Met hun stokken van hulst- en eikenhout slaan ze op elkaar in. De Eikkoning zal uiteindelijk de strijd beslechten. Hij zegt dan:Voor de kracht van Tor wijkt de Hulst.

De Hulstkoning geeft zijn kroon nu aan de hogepriesteres. Zij zegt: Heil de Afnemende Zon. Heil de Winterkoning. Heil de Hulst. Heil en Vaarwel.

Iedereen roept in koor: 'Heil en Vaarwel.

De Eikkoning neemt opnieuw plaats in de Cirkel. De hogepriester drapeert nu een sluier over het hoofd van de hogepriesteres, zodat haar gezicht verborgen wordt. Hij neemt de met linten versierde fallische staf en gaat tegenover haar staan, om de Godin in haar op te roepen.

Ik roep U op, Machtige Moeder van ons allen, Schenker van alle vruchtbaarheid; bij zaad en wortel, bij steel en knop, bij blad en bloem en vrucht, bij Leven en Liefde, vraag ik U om neer te dalen over het lichaam van Uw dienares en priesteres.

Terwijl hij dat zegt, wijst hij met z'n staf de 'drie punten' aan, namelijk haar linkerborst, haar rechterborst en haar schoot.

De gesluierde hogepriesteres zegt nu:

Ik ben donker diep en hemels ver,
Ik deel uw lief maar ook uw leed
vijf punten zijn er aan de ster,
een teken dat gij nooit vergeet.

De hogepriesteres trekt een pentagram over de aanwezigen. De hogepriester knielt nu voor haar, kust haar voeten en zegt: 'Gezegend zijn uw voeten, die U hierheen gebracht hebben.'

Dan kust hij haar knieën en zegt: 'Gezegend zijn Uw knieën die zullen knielen voor het heilige altaar.'

Dan kust hij haar schoot: 'Gezegend zij Uw schoot, oorsprong van ons allen.'

Hij kust haar borsten: 'Gezegend zijn Uw borsten, gevormd in schoonheid en kracht'

Tot slot kust hij haar op de lippen en zegt: 'Gezegend zijn uw lippen, die de Heilige namen zullen noemen.'

De hogepriester neemt de sluier voor haar gelaat weg en beiden nemen nu plaats bij de ketel in het centrum van de Cirkel. In de ketel brandt een vuur of een dikke rode kaars. Vanuit het vuur worden kleinere kaarsjes aangestoken en aan alle aanwezigen gegeven. Wie een kaarsje heeft gekregen, begint rond de ketel te lopen, zodat een wiel van licht ontstaat. De hogepriester zegt nu:

Koningin van de Maan, Koningin van de Zon,
Koningin van de Hemelen, Koningin van de Sterren,
Koningin van de Wateren, Koningin van de Aarde,
Breng ons het Beloofde Kind.
Het is de Grote Moeder, die Hem het leven zal schenken,
Het is de Heer van alle Leven, die opnieuw geboren wordt,
Duisternis en tranen verlaten ons, en de Zon zal weer vroeg opkomen.

En de hogepriesteres vervolgt:

Gouden Zon boven de Bergen,
Verlicht het Land,
Schijn over de Wereld,
Verlicht de Zee en de Rivieren,
Smart verdwijnt,
Vreugde verschijnt.

De hogepriester zegt nu:

Gezegend zij de Grote Godin,
Zonder begin en zonder eind.
Zij is er tot in de eeuwigheid,
I O Evo He, Blessed Be,
I O Evo He, Blessed Be,
I O Evo He, Blessed Be.

De deelnemers in de Cirkel herhalen deze woorden en de hogepriester en hogepriesteres vervoegen het wentelende wiel, terwijl iedereen ritmisch 'I O Evo He, Blessed Be', blijft herhalen. De hogepriesteres leidt de kring zo, dat iedereen over de ketel moet springen. Na een tijdje worden de kaarsjes op een krans van klimopbladeren rond de ketel geplaatst. Zo ontstaat een wiel van vuur, dat verwijst naar de Koningin van het Noorden, Arianrhod, wat letterlijk betekent Zilveren Wiel.

Tijdens de Yule sabbat wordt een uitgebreidere versie van de Grote Rite uitgevoerd dan tijdens de cake- en wijnceremonieën van de andere sabbats. De hogepriester knielt naakt voor de hogepriesteres en zegt:

Help mij het Altaar op te richten
Waaraan eenieder eer betoont
Het Hoogaltaar van 'd Oude Plichten
De Cirkel wordt aldus gekroond
Met in het middelpunt de bron
Zoals vanouds aan ons geleerd
Het centrum waar het al begon
Sinds mensenheugenis vereerd

De hogepriester gaat nu dicht bij de hogepriesteres staan en drukt zijn lichaam tegen het hare. Hij zegt:

Aanschouw het geheim goed,
de vijf punten van het Verbond,
waar de lans de graal ontmoet,
en voeten, knieën, borsten, mond

Daarna wordt de wijn met de staf of het athame gewijd terwijl de tekst opnieuw herhaald wordt:

Aanschouw het geheim goed,
de vijf punten van het Verbond,
waar de lans de graal ontmoet,
en voeten, knieën, borsten, mond.

Na de cake- en wijnceremonie wordt de Cirkel gesloten, maar eerst wordt er afscheid genomen van de Eikkoning en de gesluierde godin. De hogepriesteres zegt: Heil de Wassende Zon. Heil de Kracht van de Eik. Heil en Vaarwel.

De hogepriester zegt: Heil Arianrhod, Koningin van het Noorden, wij danken U voor Uw aanwezigheid. Heil en Vaarwel.

De hogepriesteres herhaalt dit: Heil Arianrhod, Koningin van het Noorden. Heil en Vaarwel.

De coven zegt: 'Heil en Vaarwel.

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter