Wet, de
De Wet is in sommige Wiccatradities een deel van het Boek der Schaduwen, waarin regels werden vastgelegd waaraan de ingewijden zich moesten houden. Volgens de heksenlegende dateert De Wet uit de zeventiende eeuw, het hoogtepunt van de heksenvervolgingen. Daarom verwijst een hele reeks artikelen naar de geheimhouding in de Wicca en naar de houding die de heks moet aannemen als hij of zij gemarteld wordt door de Inquisitie.
Maar net zoals bij het Boek der Schaduwen, is gebleken dat De Wet géén eeuwenoud document is, wel integendeel van zeer recente datum. De teksten ontstonden tussen 1957 en 1960 naar aanleiding van een twist in de coven van Gerald Gardner, stichter van de moderne hekserij. Tussen 1953 en 1957 werkte Gardner samen met Doreen Valiente. In '57 was Valiente uitgekeken op Gardner en splitste de coven zich zonder al te veel moeilijkheden op. Een deel van de heksen bleef met Gardner werken, een ander deel vertrok met Valiente en haar nieuwe hogepriester Ned Grove. De twee groepen werkten regelmatig samen, maar langzaam groeiden er spanningen als gevolg van de mediageilheid van Gardner. Om een einde te maken aan de indiscreties van Gardner stelde de coven van Valiente dertien regels op die moesten verhinderen dat covenleden -- en in het bijzonder Gardner zelf -- te pas en te onpas naar de pers liepen. De nadruk in de regels lag voornamelijk op de discretie en er werd expliciet melding gemaakt van een zwijgplicht naar journalisten en schrijvers toe.
De regels werden naar Gardner gestuurd in de hoop dat hij ze zou aanvaarden, maar, zoals verwacht kon worden, deed hij dat niet. Gardner liet integendeel weten dat er geen nood was aan nieuwe regels, omdat er reeds een uitgebreid aantal oude regels bestonden die dateerden uit de zeventiende eeuw. Deze regels noemde hij De Wetten van de Kunst, later De Wet genoemd.
De coven van Valiente reageerde zeer sceptisch op deze oude wetten. Als er inderdaad oude heksenwetten zouden bestaan hebben, waarom pakte Gardner er pas in 1957 mee uit. Valïente's hogepriester stuurde Gardner een brief waarin hij het vermoeden uitte dat deze wetten wellicht kort geleden verzonnen waren.
De Wet werd zo de basis voor een twist tussen de twee covens, die een onoverbrugbare kloof tussen hen sloeg. De groep van Valiente gebruikte De Wet nooit, Gardner zelf werkte verder aan de tekst, totdat in het begin van de jaren '60 de definitieve versie ontstond. Een aanvullende reden voor de covenscheiding en de twist tussen Valiente en Gardner kan de inwijding van een jonge vrouw geweest zijn, die in Gardners coven langzaam de rol van Valiente als hogepriesteres begon over te nemen. In De Wet wordt overigens expliciet verwezen naar het 'oude gebruik' dat een oudere hogepriesteres haar functie moet afstaan aan een jongere vrouw, een regel die later fel bekritiseerd werd.
Omwille van deze voorgeschiedenis maakt De Wet in de meeste Europese Gardneriaanse covens nagenoeg nooit deel uit van het Boek der Schaduwen. Dat is heel anders in Alexandrijnse covens. Alex Sanders kopiëerde De Wet na zijn inwijding in 1963 en voegde er zelf nog een aantal passages aan toe. In Alexandrijnse covens wordt de tekst nog volledig met de hand overgeschreven, maar eerder uit nostalgie, want niemand gelooft nog dat het om oude zeventiende-eeuwse heksenwetten gaat. Ook de Amerikaanse Gardneriaanse covens blijven De Wet overschrijven van hun inwijder.
Als voorbeeld citeer ik een aantal artikelen uit de Alexandrijnse Wet, zoals ik ze heb overgeschreven na mijn inwijding.
- Als gij een boek bijhoudt, laat het dan in uw eigen handschrift zijn. Laat broeders en zusters kopiëren wat ze willen, maar geef uw boek nooit uit handen, en bewaar nooit de geschriften van een ander.
- Want als het gevonden wordt in hun handschrift kunnen ze meegenomen en beschuldigd worden.
- Laat elkeen zijn geschriften bewaren en vernietigen als het gevaar dreigt.
- Leer zoveel als gij kunt uit het hoofd en als het gevaar geweken is, herschrijf uw boek, en het zal veilig zijn.
- Daarom ook, als iemand sterft, vernietig dan hun boek als zij het zelf niet konden doen.
- Want, als het gevonden wordt, is het ernstig bewijsmateriaal tegen hen.
- En onze verdrukkers weten het goed: "Gij zult nooit een heks alleen zijn."
- Zo zullen al hun familieleden en vrienden het gevaar lopen gemarteld te worden.
- Vernietig dus alles wat niet van levensbelang is.
- Als uw boek op u gevonden wordt, is het ernstig bewijsmateriaal tegen u alleen. Gij riskeert vervolgd te worden.
- Zet alle gedachten over de Kunst uit uw hoofd.
- Als de pijn te groot om dragen wordt, zeg dan: "Ik zal bekennen. Ik kan deze pijnen niet langer verdragen. Wat wilt ge dat ik u vertel?"
- Als men probeert u over de broederschap te laten spreken, zwijg dan.
- Maar als men u wil laten spreken over onmogelijkheden, zoals door de lucht vliegen, gemeenschap hebben met een christelijke duivel of kinderen offeren, of mensenvlees eten;
- Om uw pijn te lenigen, zeg dan: "Ik had een boze droom. Ik was mezelf niet meer. Ik was waanzinnig geworden."
- Niet alle magistraten zijn slecht. Als er een goede reden toe bestaat, kunnen ze genadig zijn.
- Als gij iets bekend hebt, ontken het dan daarna; zeg dat ge op de pijnbank gewauweld hebt, zeg dat ge niet wist wat ge vertelde.
- Als ge veroordeeld wordt, vrees dan niet.
- De broederschap is machtig en zal u helpen te ontsnappen als ge vastberaden zijt. Maar als ge iets verraadt, is er geen hoop voor u in dit leven of in het komende.
- Wees gerust, als ge vastberaden naar de brandstapel stapt, zullen U middelen bereiken, waardoor gij niets zult voelen. Gij treedt de dood tegemoet en wat daarachter ligt; de verrukking van de Godin.
- Om ontdekking te vermijden, laat de werktuigen eruit zien als gewone dingen die iedereen in huis kan hebben.
- Laat de pentakels van was zijn, zodat ze snel gebroken of gesmolten kunnen worden.
- Draag geen zwaard, behalve als uw rang u dat toestaat.
- Draag nergens namen of tekenen op.
- Schrijf er in inkt de namen en tekenen op, vooraleer ze te wijden, en was ze onmiddellijk daarna eraf.
- Laat de kleur van het heft zeggen wat precies wat is.
- Maak ze niet schoon, behalve als ze u zouden verraden.
- Wees altijd indachtig dat gij de verborgen kinderen van de Godin zijt. Doe dus niets wat hen of Haar te schande maakt.
- Bluf niet, dreig niet, wens niemand kwaad toe.
- Als iemand van buiten de Cirkel over de Kunst spreekt, zeg dan: "Zwijg mij over die dingen, het maakt me bang, het brengt ongeluk om daarover te spreken."
- Want de christenen hebben om die reden overal hun spionnen. Ze doen alsof ze ons goed gezind zijn, maar niet naar onze bijeenkomsten komen, zeggend: "Mijn moeder vereerde de Oude Goden. Als ik wil kan ik ook zelf gaan."
- Ontken tegenover hen elke kennis.
- Maar zeg tegenover anderen steeds: "Het is waanzin dat mensen spreken over heksen die door de lucht vliegen. Om dat te doen zouden ze zo licht als een distelpluis moeten zijn. En de mensen zeggen dat heksen allemaal lepe oude wijven zijn. Wat kan er dan plezierig zijn aan de heksenbijeenkomsten waarover de mensen spreken?"
- En zeg: "Vele wijze mensen zeggen dat er zo geen wezens bestaan."
- Spreek er steeds schertsend over, en misschien zullen in de toekomst de vervolgingen ophouden en kunnen we de Goden opnieuw met gerust gemoed vereren.
- Laten we allen bidden voor die heuglijke dag.
- Dat de zegen van de Godin en de God komen over hen die deze wetten volgen zoals voorgeschreven.
- Als de Kunst enig erfdeel heeft, laat het ons bewaken en zuiver en goed houden voor de Kunst.
