De stelling van Sophie: Als je nooit gehuild hebt, kun je geen mooie ogen hebben.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

vliegzalf

Een van de meest gekende eigenschappen van de traditionele heks is haar vermogen om te vliegen. Het beeld van de vliegende heks heeft de eeuwen overleefd en is teruggekeerd in sprookjes en legenden. Vliegende heksen worden meestal afgebeeld op een bezem, maar ook andere instrumenten, zoals een hooivork of een gaffel, werden gebruikt. Sommige afbeeldingen tonen heksen die vliegen op de rug van een bok, een wolf of een mythisch beest. Al zeer vroeg besefte men dat heksen om te kunnen vliegen hallucinerende middelen gebruikten, de zogenaamde vliegzalven of Unguenti sabbati. De zalven bestonden uit een mengeling van inheemse planten met hallucinerende eigenschappen, vermengd met een soort vet of smeersel. Een beschrijving van het gebruik van de zalf vinden we terug in een boek uit 1458 dat ene Abraham de Jood voor zijn zoon Lamech had geschreven, het zogenaamde Boek der heilige magie van Abramelin de Magiër. In het boek wordt een ontmoeting met de Oostenrijkse heks van Linz beschreven. Abraham krijgt van de heks een zalf waarmee hij z'n handen en voeten insmeert. Abraham beschrijft dat hij leek te vliegen en terecht kwam op de plek die hij op voorhand als zijn reisdoel had vastgelegd. Hij beschrijft echter niet waarvan de zalf gemaakt is. De auteur raakte echter bijzonder gefascineerd door de eigenschappen van de zalf. Op een dag vroeg hij de heks om de zalf te gebruiken en op zoek te gaan naar een van zijn vrienden om te zien hoe het ermee gesteld was. Abraham hoopte te ontdekken of de heks 'echt' wegvloog. Nadat ze zichzelf had ingesmeeerd viel de vrouw echter neer op de grond en bleef daar gedurende drie uur als dood liggen. Nadat ze terug bijkwam, vertelde ze hem wat ze had gezien, maar die gegevens kwamen volgens Abraham niet overeen met wat hij van z'n vriend wist.

Lankashire witches
Heksen vlogen ondermeer op bezems, zoals blijkt uit deze afbeelding van de Lankashire witches die in 1612 werden veroordeeld.

In jongere teksten zijn de recepten voor vliegzalf wel te vinden. In de Ontdekking van de hekserij van Reginald Scot uit 1584 staan verschillende recepten voor vliegzalf. Scot haalde zijn gegevens uit een ouder werk uit 1560 van de Napolitaan Giovanni Battista Porta Scot dat in Antwerpen was uitgegeven en waarin verschillende recepten waren opgenomen. Scot citeert er twee:

Het vet van jonge kinderen wordt gekookt in water in een koperen ketel, en het dikste deel van wat op de bodem overblijft, wordt bewaard. Ze verzamelen dit en slaan het op, tot er zich een gelegenheid voordoet om het te gebruiken. Daarbij voegen ze Eleosleinum, Aconitum, Frondes populeas en roet.

Een ander recept luidt als volgt:

Sium, acarum vulgare, pentaphyllon, het bloed van een vleermuis, solanum somniferum en oleum. Ze stampen dit alles samen en dan wrijven ze alle delen van hun lichaam uitvoerig in, tot ze er rood uitzien, en het warm krijgen, zodat de poriën zich kunnen openen en hun vlees los en week wordt. Ze voegen er ofwel vet, ofwel olie bij, zodat de kracht van de zalf makkelijker kan binnendringen, en zo meer effect kan uitoefenen.

De ingrediënten uit deze recepten zijn LEVENSGEVAARLIJK. Het is dus aan iedereen ten zeerste afgeraden om ermee te experimenteren. Kleine hoeveelheden aconiet, belladonna of waterscheerling zijn al dodelijk! Ik vond het dan ook merkwaardig toen ik in een tuincentrum monnikskap (aconiet) en wolfskers (belladonna) kon kopen zonder dat er enige waarschuwende tekst bijgevoegd was. Vooral monnikskap wordt vaak als borderplant in tuinen gezet omwille van de prachtige blauwe bloemen. Voor mensen die kinderen hebben, is het echter beter deze planten uit de tuin te weren. Het vasthouden van de wortelknol kan al schadelijke gevolgen voor de gezondheid hebben. Het inwendige gebruik van de plant leidt binnen de twintig minuten tot de dood. Wolfskers vormt bruinrode bloemen en diepzwarte bessen, die zeer aantrekkelijk zijn voor kinderen. Die bessen bevatten het hoogste gehalte aan gif. Het eten van de bessen heeft binnen de drie uur de dood tot gevolg. Extracten van de wolfskers -- met name de atropine -- worden in de oogheelkunde toegepast omwille van de pupilverwijdende eigenschappen. Daarom wordt de plant ook belladonna (mooie vrouw) genoemd. Reeds in Egypte werd het kruid in kleine doses door priesteressen gebruikt om de pupillen te verwijden.

Waterscheerling werd in het oude Griekenland gebruikt voor het bereiden van de gifbeker die terdoodveroordeelden uit de betere kringen moesten drinken. De filosoof Socrates kwam zo aan z'n einde. Veroordeelden uit de lagere klassen kregen een extract van monnikskap te drinken, omdat deze plant een veel pijnlijkere dood veroorzaakt. In kleine doses werd scheerling gebruikt als verdovingsmiddel of als potentieremmend middel. Vooral in de kloosters werd deze laatste eigenschap erg op prijs gesteld.

In sommige recepten van vliegzalf vindt men ook bilzekruid of doornappel terug. Bilzekruid is een van de meest giftige planten in onze streken. Zelfs het inademen van de geur kan al een bedwelmende werking hebben. Doornappel heeft eveneens een bijzonder bedwelmende werking. De Inca-priesters gebruikten het sap reeds om in trance te komen tijdens ceremonieën.

Tot slot werden de meer gekende hennepplant en de papaver gebruikt. Hennep of cannabis is een relatief 'veilige' plant die nu nog vaak gerookt wordt om een zekere vorm van roes te bewerkstelligen. Het gebruik ervan is echter door de Belgische wet verboden. Uit het sap van de vruchten van de papaver of slaapbol wordt de sterk verslavende drug opium gewonnen. Deze ruwe grondstof is de basis van morfine, een sterk pijnstillend middel. Het gebruik van deze middelen door onbevoegden is niet alleen bij wet verboden, maar eveneens gevaarlijk.

In de moderne hekserij worden de klassieke vliegzalven omwille van hun bijzonder giftige eigenschappen niet gebruikt. Sommige heksen experimenteren wel met onschuldige varianten op de klassieke unguenti. Deze zalven worden gemaakt door kruiden of etherische oliën aan een basispreparaat (zalf) toe te voegen. De zalf bestaat uit bijenwas, cacaoboter (of half om half) of lanoline. Die wordt gesmolten boven een zacht vuurtje. De kruiden worden eraan toegevoegd terwijl de zalf een half uurtje blijft pruttelen. Daarna worden de kruiden eruit gezeefd met een kaasdoek. Na 25 minuten worden aan de lauwe zalf de oliën of tincturen toegevoegd. De zalven worden in goed afgesloten glazen potten bewaard en blijven ongeveer een maand goed. De zalven worden op het lichaam aangebracht onder de oksels, in de arm- en knieholtes of aan de binnenzijde van de polsen.

De volgende recepten zijn niet giftig, maar je zal er ook niet verschrikkelijk ver mee vliegen.

2 druppels sandelolie
1 druppel jasmijnolie
1 druppel benzoine-olie
1 druppel folie-olie

of

1 deel essekruid
1 deel vijfvingerkruid
1 deel bijvoet
1 deel peterselie

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter