Verwar gastvrijheid niet met uithoudingsvermogen.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

Sanders, Alex (1926-1988)

Een van de meest invloedrijke figuren van de moderne Europese hekserij, na Gerald Gardner, is wellicht de Brit Alex Sanders. Hij is de inspirator van de Alexandrijnse hekserij die in Nederland en Vlaanderen sterk vertegenwoordigd is. De term Alexandrijnse hekserij is nooit door Sanders zelf bedacht, maar door een van zijn leerlingen, Stewart Farrar, auteur van verschillende uitstekende boeken over de Wicca.

Sanders is steeds een fel omstreden heks geweest. Hij schuwde de publiciteit niet en kwam vanaf het midden van de jaren '60 vaak in de media. Zijn flamboyante persoonlijkheid en zijn soms rijke fantasie wekten aanvankelijk de woede op van de traditionele Gardneriaanse heksen. De afgelopen tien jaar zijn de Gardneriaanse en de Alexandrijnse hekserij naar elkaar toegegroeid en lijken de verschillen tussen beide tradities langzaam te verdwijnen.

Sanders werd geboren in 1926 in Manchester, als oudste uit een gezin van zes kinderen. Later vertelde Sanders dat hij als zevenjarige knaap werd ingewijd door zijn grootmoeder Mary Bibby, een erfheks, die hij op een dag toevallig in haar keuken naakt in een magische Cirkel zag zitten. Om zich te verzekeren van zijn discretie, wijdde grootmoeder de kleine Alex onmiddellijk in de hekserij in. In de geromantiseerde biografie van Sanders, King of the Witches beschrijft June Johns het spectakel in de keuken in geuren en kleuren:

‘Wat doe je hier?’, snauwde ze (oma). ‘Wie heeft je gestuurd?’
Niet in staat zijn ogen van haar af te houden, stamelde de jongen de boodschap die hij van z'n moeder moest brengen.
‘Ik zal je een kop thee geven, goed?’, zei z'n grootmoeder grimmig. ‘Maar kom eerst maar eens hier.’
Angstig ging het kind naar haar, huiverend voor haar vale, gerimpelde huid en het golvende zwarte haar dat, bevrijd van z'n spelden, tot onder haar heupen reikte.
‘Doe je kleren uit,’ beval ze, en toen hij aarzelde nadat hij z'n mantel en schoenen had uitgedaan, voegde ze eraan toe, ‘Alles, tot het laatste stuk.’
Klappertandend van schrik, deed hij z'n jas en broek uit en stond daar als een lam dat geslacht ging worden. De oude vouw boog en nam een klein sikkelvormig mes dat aan de rand van de Cirkel lag.
‘Ik ga ervoor zorgen dat je aan geen levende ziel zult vertellen wat je vandaag hebt gezien,’ fluisterde ze. ‘Als je er maar een woord over piept, dan vermoord ik je.’
‘Ik zal niets zeggen, oma, echt niet,’ schreeuwde de jongen, terwijl hij voor haar ineen kromp.
‘Buig je voorover,’ zei ze, en ze duwde z'n schouders naar z'n knieën toe. Toen volgde er een brandende pijn en de jongen voelde dat er bloed van zijn scrotum druppelde.
‘Je kan nu weer recht komen.’ Ze liet hem los en veegde het bloed van het mes. ‘Je bent nu een van ons...’

Volgens de autobiografie gaf Mary Bibby aan Alex haar Boek der Schaduwen en leerde hem de technieken van de magie.

Het verhaal van de mysterieuze grootmoeder komt wel meer voor in heksenmiddens en vaak gaat het om een verzinsel. Dat is ongetwijfeld ook het geval bij Sanders. Het Alexandrijnse Boek der Schaduwen lijkt verdacht veel op het Gardneriaanse, en daarvan is geweten dat het grotendeels door Gardner en Doreen Valiente is geschreven. Sanders' initiatie is wellicht minder romantisch dan hij zelf wilde doen geloven. Critici hebben trachten aan te tonen dat Sanders in 1963 werd ingewijd door de Gardneriaanse heks Pat Kopinski, die op haar beurt ingewijd was door Patricia en Arnold Crowther. In 1961 had Sanders een inwijding gevraagd aan Patricia Crowther, maar die werd hem toen geweigerd.

Alex Sanders
Alex Sanders

Deze gegevens, die tot voor kort veronderstellingen waren, gepubliceerd door Gardneriaanse heksen, werden mij in een recente correspondentie met Maxine Sanders, de echtgenote van Alex, bevestigd. In een brief van 12 juli 1996 schrijft ze: "Pat Kopinski was een Engelse vrouw die getrouwd was met een Poolse man en ja, zij had Alex in de Gardneriaanse traditie ingewijd..."

Volgens Maxine was Sanders echter lang voor hij de Crowthers ontmoette en voor hij in de Gardneriaanse hekserij ingewijd was, actief in een heksencoven. De coven was gevestigd in Poynton, net buiten Manchester en werd geleid door een zekere Sylvia Stead. "Zij moet toen ver in de vijftig zijn geweest," schrijft Maxine Sanders, "en ze was ingewijd in haar tienerjaren. Er waren acht mensen van haar leeftijd in de groep, en ze waren allemaal al dertig of veertig jaar actief in de hekserij."

Deze groep behoorde niet tot een bepaalde heksentraditie. "Ik twijfel er zelfs aan of ze ooit van Gerald Gardner hadden gehoord. Het waren gewoon heksen die de kunst der hekserij beoefenden," schrijft Maxine. Sanders was volgens zijn weduwe in elk geval al in deze groep actief in 1959, maar wanneer hij er ingewijd was, is onduidelijk. Ook Maxine Sanders twijfelt aan de ceremoniële inwijding van Sanders door zijn grootmoeder. "Ik kende Hannah Sanders, Alex' moeder, heel goed," schrijft Maxine in een brief van 17 juli 1996, "en zij heeft me bevestigd dat Alex als kind net voor de oorlog veel tijd doorbracht met z'n grootmoeder. Zij was Welsh en werd beschouwd als de 'rare magische vrouw' van de familie. Ze werd erg gerespecteerd en ik geloof zelfs gevreesd, want ze had een uitermate dominant karakter. Ik ben ervan overtuigd dat Alex vele magische technieken van haar geleerd heeft, maar wat de hekseninwijding via een ceremonie betreft, heb ik inderdaad mijn twijfels."

Alex Sanders werd dus pas later actief in de hekserij in de coven van Sylvia Stead, waar hij de functie van hogepriester verwierf. Volgens Maxine bestonden dergelijke heksen in heel Groot-Brittannië "en geen enkele van hen was ingewijd in de Gardneriaanse traditie." Pat Kopinski, de vrouw die Sanders inwijdde in de Gardneriaanse traditie, bezocht volgens Maxine regelmatig de coven van Sylvia.

Eind jaren '60 ontmoette Sanders, na te zijn gescheiden van zijn eerste echtgenote Doreen, een jonge katholieke vrouw, Maxine Morris. "Ik werd ingwijd in de coven van Sylvia op 10 november 1963. Ik was zestien jaar oud. Toen was Alex Sanders reeds de hogepriester. De covenstede verhuisde datzelfde jaar naar Chorlton-cum-Hardy. Tegen1965 hadden Alex en ik reeds onze eigen coven gevestigd, met verschillende dochtercovens in Manchester en Londen. In mei 1967 woonden we zelf reeds in Londen." In datzelfde jaar trouwden ze en werd hun eerste kind, Maya geboren.

Sylvia Stead overleed op het einde van de jaren '70. Haar coven is volgens Maxine nog steeds actief in de omgeving van Manchester.

Na het verschijnen van zijn biografie King of the Witches in 1969 en zijn optredens in dagbladen en op televisie, kon Sanders' succes niet meer stuk. Het aantal volgelingen groeide gestaag. Een van deze inwijdelingen was de journalist Stewart Farrar, een getalenteerde man, die sinds 1969 de toonaangevende auteur werd van boeken over de Wicca. In 1971 vormde hij, samen met z'n vrouw Janet een eigen coven, eerst in Engeland, later in Ierland, waar ze nog steeds wonen. Ook Vivianne Crowley, die verschillende publicaties over hekserij en paganisme op haar naam heeft staan, werd door Sanders ingewijd.

Maxine en Alex gingen uit elkaar in 1971. Een jaar later werd hun tweede kind, Victor, geboren. Sanders trouwde opnieuw met Jill, een huwelijk dat op de klippen liep en uitmondde in roddelpraatjes in de pers over Sanders' seksleven. Sindsdien leidde Alex een meer teruggetrokken leven in Sussex. Hij stierf op de avond van Beltain in 1988.

Maxine hertrouwde in 1989 met één van haar covenleden, Vincent, en samen runnen ze nog steeds een coven in Londen, gebaseerd op de klassieke Alexandrijnse hekserij.

Zoals gezegd, verschilt de Alexandrijnse hekserij slechts in beperkte mate van de Gardneriaanse. Over het algemeen leggen Alexandrijnse covens meer de nadruk op ceremoniële magie, zoals de Kabbala, Engelenmagie en Enochiaanse magie. In de Alexandrijnse sabbats worden de Eikkoning en de Hulstkoning opgevoerd als vertegenwoordigers van de wassende en afnemende zon. De mannelijke God wordt aangeroepen als Karnayna, een typisch Alexandrijnse variant op de Gehoornde God Cernunnos. Volgens Maxine stamt deze naam uit de oorspronkelijke coven van Sylvia Stead.

Ook de inwijdingen verschillen. Alexandrijnen voegen traditioneel de tweede- en de derdegraadsinitiatie samen in één ceremoniëel. Gardnerianen scheiden de tweede en derde graadsinitiatie. De Vlaamse Alexandrijnse covens houden het tegenwoordig eveneens op aparte initiaties.

Alexandrijnse covens hebben ook de neiging iets opener te staan tegenover buitenstaanders dan Gardneriaanse covens. Sommige Alexandrijnse covens laten niet ingewijden -op uitnodiging- toe tot de sabbats.

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter