Het kusprincipe: Een kus die het hart niet raakt, verveelt alleen de mond.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

Samhain

Het oude Ierse seizoensfeest van Samhain op 1 november wordt vandaag nog in gekerstende vorm gevierd als Allerheiligen, een feest dat in 835 werd ingevoerd door paus Gregorius IV. In de Verenigde Staten viert men op 1 november Halloween, waarbij kinderen, verkleed als geesten, om snoep gaan bedelen.

Samhain komt voor in het tiende-eeuwse Ierse verhaal Tochmarc Emire, de Bekoring van Emer, waar het door de heldin Emer omschreven wordt als "Samhain, wanneer de zomer zich te rusten legt." De naam Samhain werd door de Ierse emigranten meegevoerd naar Schotland waar hij vanaf de veertiende eeuw, onder verschillende varianten voorkwam. In Wales heette het feest Calan Gaeaf, de "eerste dag van de winter". In de mete populaire litaratuur over de Kelten wordt vermeld dat Samhain ook het Keltische nieuwjaar was. Deze hypothese werd in de negentiende eeuw geformuleerd door de filoloog Sir John Rhys van de universiteit van Oxford. Aan deze hypothese wordt vandaag sterk getwijfeld, omdat ze nergens in historisch bronnenmateriaal bevestigd wordt. Waar de moderne historici het wel over eens zijn, is dat Samhain het begin van de winter inluidde en dat het een belangrijk heidens feest moet geweest zijn.

In de oude Ierse verhalen is het feis of Samhain de periode waarin de koningen hun volk verzamelden. Er werd gegeten, gedronken, er waren spelen en vertier. In de vroegste teksten zijn er geen vermeldingen van religieuze ceremonieën. De eerste tekst die daarnaar verwijst dateert uit de zeventiende eeuw en is volledig onbetrouwbaar. Dan schrijft de Ierse antiquair Jeffrey Keating dat de druïden van Ierland "op de nacht van Samhain" samenkwamen op de heuvel van Tlachtga om er een heilig vuur te ontsteken. Dat was het signaal voor alle families in het land om hun haardvuur, dat die avond gedoofd was, opnieuw aan te steken.

Sir James Frazer haalt in The Golden Bough een gebruik aan waarbij voor elke deelnemer aan de ceremoniën een steen in de vuren werd gelegd. Als er 's nachts iets met de steen gebeurde of als de steen verplaatst werd, zou de betrokken persoon het volgende jaar sterven. In de vuren konden ook kastanjes gepoft worden. Aan de wijze waarop de kastanjes opsprongen, konden jonge vrouwen voorspellen of ze snel zouden trouwen.

Voor de Kelten was Samhain het einde van de zomer, een overgangsperiode waarin zich mysterieuze zaken konden afspelen. Omdat dit keerpunt noch tot het ene, nog tot het andere jaargetijde behoorde, regeerde de chaos. De geesten of elfen die in de heuvels ronddwaalden, konden gewone stervelingen de stuipen op het lijf jagen met onschuldige grapjes. De elfen verzamelden zich buiten om te feesten of steekspelen te organiseren. Hun elfenbloed trof men soms aan op de rotsen. In werkelijkheid ging het om mossen die na de eerste vorst rood kleurden en na ontdooiing een rode vloeistof vrijgaven.

Tot in de negentiende eeuw zijn er ontelbare verhalen genoteerd van vreemde wezens, boosaardige geesten, kwade heksen of -in streken waar de Scandinaviërs zich gevestigd hadden- trollen, die op de nacht van Samhain actief waren.

Het gewone volk bootste deze geesten soms na en trok van huis tot huis, verkleed in griezelige kostuums en gewapend met uitgeholde bieten (onder Amerikaanse invloed werden dat in de twintigste eeuw pompoenen) waarin kaarsjes brandden. Men bedelde dan voor kleine gaven, stukjes fruit, koeken of ander voedsel. Het volk geloofde dat kleine offergaven hen zouden vrijwaren van plagerijen door de geesten. Daarom trof men rond Samhain schoteltjes melk en voedsel aan voor de deur. Niet alleen de elfen en natuurgeesten zouden zich tegoed doen aan deze offergaven, maar ook de dwalende geesten van de overlevenden die de essentie van het voedsel tot zich zouden nemen. Het gebruik om tijdens Samhain voedsel te geven, leeft nu nog door in de Verenigde Staten tijdens Halloween, waar kinderen verkleed door de straten trekken en om snoepjes bedelen.

In de vroege Angelsaksische literatuur wordt november de Blod-monath of bloedmaand genoemd. In het jaar 730 schrijft Bede in zijn geschiedenis van de kalender dat de naam bloedmaand verwijst naar de jaarlijkse slacht. Het vee dat tijdens de lente en zomer op de zomerweiden had doorgebracht, moest weer terug zijn in de dorpen. De kuddes werden nu uitgedund, zodat ze de lange wintermaanden en het gebrek aan voedsel dat ermee gepaard ging, konden overleven. Enkel de sterkste kweekdieren werden overgehouden, de rest werd geslacht en het vlees werd gepekeld. De Angelsaksische Bloedmaand en het Ierse Samhain zouden dan wel eens met elkaar verband kunnen houden. In die zin was het mogelijk een derde oogstfeest na de graan- en fruitoogst, namelijk de slachttijd of 'vleesoogst'. De slacht ging gepaard met uitgebreide feesten, waarbij copieuze vleesmaaltijden geserveerd werden.

Een schijnbare contradictie, was het feit dat deze feestvreugde gepaard ging met een herdenking van de doden. Op 2 november werd immers het christelijke feest van Allerzielen gevierd en verschillende auteurs zijn er van uitgegaan dat dit feest de herinnering aan een heidens dodenfeest levendig hield. Moderne historici twijfelen aan deze theorie. Er zijn immers geen aanwijzingen dat de Kelten hun doden eerden in november. Het feest van Allerzielen kreeg pas gestalte in 998 toen de abt van Cluny een mis beval voor zielen van alle Christenen. Het feest viel in februari, niet in november. Het gebruik van Cluny werd in de loop van de volgende eeuwen overgenomen door andere kerken. De datum verschoof ook naar 2 november, wellicht omdat deze tijd van het jaar meer paste bij de mistroostige sfeer van het Allerzielenfeest.

Nochtans worden ook in de moderne heksensabbat de vooruders herdacht. De nieuwe heksen nemen daarmee een christelijke traditie over.

Het feest van Samhain refereert niet alleen aan de slachtmaand, maar ook aan de jacht. Deze jachtthematiek heeft oudere voorlopers dan de Keltische. Wellicht gaat het feest terug op ceremoniën uit de nieuwe steentijd. De sjamaan tooide zich met het gewei van een hertenstier en voerde dansen uit om de geesten van het wild gunstig te stemmen. Afbeeldingen van dergelijke sjamanen zijn terug te vinden in de grotten van Altamira, Lascaux en Arièges. De sjamaan identificeerde zich met de Gehoornde God, gemaal van de oude Moedergodin. De ontzagwekkende hoorns van het hert verbeeldden de ruwe kracht van de stier, de potentie van het mannelijke in de natuur. Deze Gehoornde God werd later bekend als de Keltische god Cernunnos of de Griekse Pan. Wij herinneren deze feesten in het naamfeest van Sint-Hubertus. De edelman Hubertus achtervolgde tijdens de jacht een indrukwekkende hertenstier. Toen hij het dier wilde doden, merkte de edelman dat het een lichtend kruis tussen de takken van zijn gewei droeg. Een stem uit de hemel sprak: Waarom achtervolgt gij mij? Hubertus was zo onder de indruk van dit goddelijke gebeuren, dat hij zich onmiddellijk liet dopen. Hubertus werd zo de patroonheilige van de jacht.

In Oirschot wordt nu nog op 3 november de Sint-Hubertuswijding verricht in de kerk. Er worden Sint-Hubertusbroden gebakken, die door de priester gewijd worden en daarna aan de jachthonden worden gevoederd. Wellicht is ook dit een verwijzing naar de voedseloffers voor de natuurgeesten. Ook in de Brusselse Zavelkerk vindt een gelijkaardige ceremonie plaats.

De Samhainthematiek duikt ook op in de vorm van een andere gekerstende god, namelijk Sint-Maarten. Zijn naamfeest wordt gevierd op 11 november, maar moet zich volgens de oude Juliaanse kalender op 1 november gesitueerd hebben. Mellie Uyldert verwijst in Het Zonnejaar naar de volkse Sint-Maartensgebruiken waarbij kinderen in de dorpen optochten hielden met lichtjes in een uitgeholde mangelwortel, net zoals dat op de Halloweenfeesten in de VS gebeurt. Ze zingen daarbij liedjes zoals:

Sinte Maarten bisschop
gaat door alle landen,
dat wij hier met lichtjes gaan,
is voor ons geen schande.
Geef een appel of een peer
ik kom het hele jaar niet weer.

Dergelijke bedeltochten werden ook op andere dagen gevierd. Kinderen gingen dan rond met de rommelpot, een pot bedekt met een varkensblaas, waarin een stokje of rietje op en neer werd bewogen. De rommelpot maakte een ronkend geluid.

'k Heb geen geld om brood te kopen,
daarom moet ik met de rommelpot lopen,
geef een appel of een peer,
ik kom het hele jaar niet weer.

In de moderne heksensabbat wordt ook het doodsaspect van november belicht. De hemelgod Lugh, die zichzelf offerde met Lughnasadh, en zijn reis naar de onderwereld aanving met Mabon, is met Samhain gearriveerd in de onderwereld. Het bittere aspect van de dood zal beklemtoond worden door het branden van alsemwierook, die een bittere geur verspreid. Tijdens de sabbat zal er aandacht besteed worden aan de voorouders. De heksen maken samen een symbolische reis naar de poorten van de onderwereld, waar ze zich een tijd bezinnen over overleden familieleden en vrienden.

Het altaar is met Samhain versierd met herfstbladeren, noten en appels. Appels verwijzen naar Avalon, het Eiland der Appelen. De appel verbergt ook het heksensymbool bij uitstek. Als een appel dwars wordt doorgesneden, toont ze het pentagram, waarin de pitten huizen. De vijf punten van de ster symboliseren de vier jaargetijden én het vijfde goddelijke element dat de eeuwige Cirkel van de seizoenen in beweging houdt. Dat vijfde punt is met Samhain, het heksennieuwjaar, bereikt.

Bij de aanvang van het ritueel wordt de Cirkel getrokken zoals gebruikelijk. nadien bereiden vier heksen zich voor op de antifonale chant:

N: Wat voor nacht is dit?
Z: Het is de nacht van Samhain.
O Wat betekent deze nacht?
W: Het is het feest van de doden.

N: Wie eren we deze nacht?
Z: Hen die ons voorafgingen naar het Land van de Eeuwige Jeugd en ons de erfenis van hun bestaan schonken.
O: Wat zullen we doen na dit feest van de doden?
W: Leren van de schaduwen en ons voorbereiden op onze eigen reis naar het Land van de Eeuwige jeugd.

N: Waaraan erkennen we elkaar deze nacht?
Z: We hullen ons in duisternis. We zoeken de diepste geheimen. De laatste wijsheid. De Sleedoorn van de Kluizenaar.
O: Wie helpt ons?
W: De heer der Schaduwen helpt ons.

N: Wie is deze vreeswekkende God?
Z: Hij is de verborgen Leegte van de toekomst, de grote Zwarte Matrix, het begin en het einde aller dingen.
O: Wie is deze God?
W: Hij is de zoon, de minnaar, de vader, de Heer van de overzijde.

N: Waar is onze God?
Z: Hij is in ons hart in alle seizoenen van het rondwentelende jaar.
O: Wie is Hij?
W: Hij is Karnayna, de Gehoornde

Er wordt in het midden van de Cirkel een schaal met sleedoornbessen en een wierookvat geplaatst. Daarnaast ligt een klein busseltje alsem. De hogepriester plaatst nu een gehoornde kroon op zijn hoofd en de hogepriesteres roept de God op.

Gevreesde Heer der schaduwen,
God en schenker van alle leven
Wie U kent, zal de Dood niet schuwen
Open de poorten, zoals voorgeschreven
Naar het land van de Eeuwige Jeugd
En laat hen die ons vooraf gingen
Terugkeren op dit feest van vreugd
Wil voor ons rust en vrede bedingen
Wanneer ook onze tijd is gekomen,
Zoals het U daarginds beliefde
Om in Uw koninkrijk te dromen
Van de terugkeer naar de geliefde
Op dezelfde plaats en zelfde tijd
Het spiegelbeeld van Avalon
Daal neer, dat gij bij ons zijt
Gij vlammende ster, gedoofde Zon

De hogepriesteres kleedt de hogepriester nu in een zwarte mantel en geeft hem een lantaarn in de hand. De hogepriester maakt nu een reis naar het centrum van de Cirkel, widdershins, tegen de wijzers van de klok in. Ondertussen zegt hij:

Ik was de laaiende zon over het koren, de opgerichte halmen in het veld, de volle pluimen aan de toppen. Ik boog mijn hoofd voor de zeis en mijn bloed vloeide in de voren. Mijn dood schonk vreugde aan de mensen en ik vertoefde op hun feesten. En ik zwierf langs de holle wegen en zag hoe het duister uit de aarde kroop en mijn gelijke werd. Want in de duisternis vond ik rust en vrede. En ik at van de vruchten van de Laatste Wijsheid en sliep in de nacht, waar bittere wolken het licht van de sterren bedwelmen.

In het centrum van de Cirkel staat een schaal met de zwarte bessen van de sleedoorn, de vrucht van de Laatste Wijsheid. De hogepriester eet enkele bessen en strooit alsem op de houtskool in het wierookvat.

Alle heksen zetten nu een masker op, terwijl de hogepriesteres een staf van sleedoorn naar het westen richt en zegt:

Zie, in het Westen, voorbij de Wateren van de Dood, ligt Avalon, het Eiland der Appelen. Daarheen hebben velen van onze dierbaren ons verlaten. Op deze nacht zijn de sluiers tussen de werelden slechts dun. Laat daarom deze staf van Sleedoorn hen de weg wijzen naar ons midden, zodat zij vannacht bij ons kunnen vertoeven. Volg mij nu naar de kusten van het Eiland der Appelen, het Land van de Eeuwige Jeugd.

De hogepriesteres leidt nu haar coven widdershins, tegen de wijzers van de klok in, naar het centrum van de Cirkel. Ondertussen spelen de heksen op de rommelpot, die de stem van de voorouders symboliseert. Daar aangekomen zegt ze: "Laat allen die uit vrije wil gekomen zijn, welkom zijn op ons feest."

En de hogepriesteres vervolgt: "Laten we allen verpozen aan de oevers van het eiland."

Alle heksen gaan in het midden van de Cirkel zitten. Iedereen eet een bes van de sleedoorn en bezint zich een tijd in stilte. Na een poosje zegt de hogepriesteres: "Het is tijd om terug te keren. Want de terugkeer is het pad van de wedergeboorte, het pad dat naar de zon leidt."

De hogepriesteres leidt nu de coven, opnieuw in een spiraal, deosil, klokgewijs terug naar hun oorspronkelijke plaats in de Cirkel.

De hogepriester neemt nu afscheid van de God met de woorden: "Heil Hades, heil en vaarwel."

De Grote Rite zal nu uitgevoerd worden tijdens de cake- en wijnceremonie, als bekrachtiging van het leven. De hogepriesteres knielt voor de hogepriester, een kelk met wijn in haar handen. De hogepriester neemt een staf of een athame en doopt die in de kelk:

De speer tot de ketel,
De lans tot de graal,
Geest tot lichaam,
Man tot vrouw,
Zon tot Aarde.

Daarna wordt ook de cake gewijd door de hogepriester met de woorden: Zijn offer brengt ons vruchtbaarheid.

Er wordt nu gegeten en gedronken, eventueel gedanst. Tijdens dit deel van de ceremonie kan ook de Lord of Misrule, of de Heer van Wanorde verkozen worden. De Heer van Wanorde symboliseert het chaotische karakter van de jaarswisseling. Omdat de God nu definitief in de Onderwereld is gearriveerd, heeft hij de aarde zonder leiding achtergelaten. De Heer van Wanorde neemt tijdelijk het regentschap waar. Hij krijgt de vrijheid om tot Imbolc de sabbats op te vrolijken met fratsen. De Heer van Wanorde haalt niet alleen gekheid uit. Zijn daden zijn vaak kritische bedenkingen bij de werking van de coven. Hij is een soort nar, die in zijn zotheid de wijsheid kan verkondigen. In die zin symboliseert hij de vernieuwing en het experiment bij de aanvang van het nieuwe jaar.

Na de cake- en wijnceremonie wordt er afscheid genomen van de Wachters en wordt de Cirkel verbroken. De kaarsen in de vier windrichtingen worden gedoofd en de hogepriesteres zegt: De Duisternis heeft het Licht overwonnen.

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter