Ostara
Ostara (21 maart) is de lenteëvening, de kleine sabbat, tussen Imbolc en Beltain. Dag en nacht, licht en duister zijn nu in perfect evenwicht, want de dagen en nachten zijn even lang. Na Ostara zullen de dagen langer worden dan de nachten en heeft het licht de overhand op de duisternis.
In de vroegste teksten wordt deze periode omschreven als lenten, waar ons Nederlandse woord lente van afgeleid is. Het woord verwijst naar het lengen van de dagen. Paus Gregorius de Grote bepaalde in de zesde eeuw dat de Lent ook het begin van de vastentijd zou zijn.
De naam Ostara, zoals de moderne heksensabbat genoemd wordt, is afkomstig van de Teutoonse godin Ostara of Eostra. Zij gaf ook haar naam aan het Engelse en Duitse paasfeest, namelijk Eastern en Ostern en aan het vrouwelijke hormoon oestrogeen. De link tussen de godin Ostara en de Engelse en Duitse naam voor Pasen werd in het jaar 730 gelegd door Bede, die toen een geschiedenis van de kalender schreef. Het probleem is dat de auteur zich niet steeds baseerde op historische feiten en dat veel van zijn verklaringen eigenlijk interpretaties waren. Het staat dus geenszins vast of er inderdaad een heidense godin bestaan heeft die luisterde naar de naam Ostara. Wel is duidelijk dat in de achtste eeuw varianten van het woord Ostara gebruikt werden in de germaanse talen om het Paasfeest aan te duiden. Zo werd het christelijke feest in de Main-vallei als Ostarstuopha omschreven, of is het Angelsaksische woord eastre bekend. Het woord zou kunnen gebaseerd zijn op de Indo-Europese stam voor dageraad en dus mogelijk verband houden met een Godin die de dageraad vertegenwoodigde, zoals de Griekse Eos of de Romeinse Aurora.
Ostara is in de moderne hekserij dus eigenlijk de 'Paassabbat', alhoewel het op een heel andere dag valt dan het christelijke Pasen. Tot 325 werd het christelijke Pasen gevierd op dezelfde dag dan het joodse Pesach, waarvan het woord Pasen overigens afgleid is. Sinds het Concilie van Nicea werd Pasen gevierd op de eerste zondag na de eerste volle maan die volgt op de lente-evening. Daarmee werd een compromis bereikt tussen de Oosterse kerken die Pasen berekenden aan de hand van de fasen van de maan, en de kerk van Rome die het feest liever op een welbepaalde zondag liet vallen.
Alhoewel er geen rechtstreeks verband bestaat tussen Ostara en Pasen, is de symboliek toch ongeveer gelijk. Ostara viert de overwinning van het licht op de duisternis, wat ook in het christelijke Pasen het geval is, als de lichtgod (Jezus) de duisternis (de dood) overwint door te verrijzen. Ook in de heidense mythen is er sprake van een zonnegod Balder of Bel, zoon van Wodan die sterft en verrijst en daarmee het sterven en herrijzen van de natuur symboliseert.
De roomse kalender beschikt nog over een tweede datum die verward wordt met Ostara, namelijk Maria Annunciatie op 25 maart. Op die dag kondigt de engel Gabriël aan de maagd Maria aan dat zij zwanger is. Deze 'belofte' zit eveneens in de Ostarasabbat. De natuur is immers zwanger van de Lichtgod die met Beltain (1 mei) geboren zal worden. De bevruchting gebeurde tijdens Imbolc. De eieren die symbool staan voor de Ostarasabbat wijzen trouwen op de verdoken aanwezigheid van het leven: het ei bewijst dat er leven is, alhoewel men het niet kan zien omdat er een schaal rond zit. Het ei verwijst naar het levensei uit de Orphische mysteriën, door de godin gelegd en opengespleten door Helios, de zon. Het eten van eieren is een gebruik dat al zeer vroeg in heel Europa genoteerd werd. Naast een symbool voor het leven was het ei ook een van de meest bereikbare voedingsmiddelen voor brede lagen van de bevolking, wat z'n populariteit ten goede kwam. Eieren werd geschilderd, als cadeautjes uitgedeeld of gebedeld door kinderen. Vandaag zijn de paaseieren vooral populair bij de kinderen, weliswaar in de chokolade variant, die in het midden van deze eeuw ontstond.
Ook de Paashaas is wellicht een oud vruchtbaarheidssymbool. In de legende is de haas het totemdier van Ostara. De populariteit van de Paashaas groeide in centraal Europa en werd met Duiste emigranten geëxporteerd naar de Verenigde Staten.
Tussen Ostara en de sabbat van Beltain werd er door onze voorouders maarts water verzameld. Dat zou, omdat het een hoog gehalte aan stikstof bevat, helende krachten bezitten. Het wordt in de kerk ook als wijwater gebruikt.
In diezelfde periode werden ook de bronnen gewekt. De bronnen werden versierd met bloemen om de brongeest te eren. In het Duitse Spreewald gingen de vrouwen in witte gewaden het Osterwasser uit de beek scheppen. In sommige streken werden de vrouwen met maarts water overgoten om hen kracht te geven.
Tijdens de Ostarasabbat in de Greencraftwicca brengen alle deelnemers een hardgekookt ei mee, dat ze rood hebben geverfd. Op elk ei wordt een wens geschreven. Tijdens het ritueel zullen de eieren in een mand rondgaan zodat iedereen een ei, met de bijhorende wens, kan nemen. De Cirkel en het altaar worden versierd met gele bloemen, zoals brembloesem, en linten. Geel is de dominante kleur in de natuur in deze tijd van het jaar. De brem bloeit nu pas en de gele lelies verschijnen in de tuinen. In het oosten staat op een klein altaartje de Ostaraboom, meestal een krulwilg, die versierd is met gele linten.
Bij de aanvang van het ritueel worden de kaarsen in de vier windrichtingen ontstoken. De hogepriesteres trekt de Cirkel en de hogepriester nodigt de Wachters van de Vier Windrichtingen uit. Op het altaar worden water en zout gewijd, en de Cirkel wordt gezuiverd met de vier elementen, aarde, water lucht en vuur. In het midden van de Cirkel zitten vier heksen klaar voor de antifonale chant. Ze vertegenwoordigen elk een windrichting:
Z: Het is de nacht van Ostara.
O: Wat betekent deze nacht?
W: Het is de Lenteëvening.
N: Wat zijn de tekenen die gij ziet?
Z: Ik zie een Ever en een Wolf. Verleden en Toekomst.
O: Maar wat ziet gij in het heden?
W: De Bij die honing zal verzamelen. De belofte van de Zomer.
N: Waaraan herkennen we elkaar deze nacht?
Z: Wij komen uit het Duister naar het Licht.
O: Wie helpt ons?
W: De Lentekoningin helpt ons.
N: Wie is de Lentekoningin?
Z: Zij is de Haas en de Uil. De Brem staat in bloei, de Populier fluistert.
O: Wie is deze Godin?
W: Zij is de stralende Maagd, de duistere Oude, de Moeder van de Tijd.
N: Waar is onze Godin?
Z: Zij is in ons hart in alle seizoenen van het rondwentelende jaar.
O: Wie is Zij?
W: Zij is Ostara, de Godin met de haas
Bij de aanvang worden de God en de Godin opgeroepen. De hogepriester knielt voor de hogepriesteres die in de godinnenhouding staat, en zegt:
uit de hoorn van Amalthea.
Ik buig diep voor U,
ik bemin U tot het einde,
Uw voeten aan mijn lippen.
Uw altaar is getooid met het offer van Liefde
Mijn gebeden drijven op de rook.
Schenk dan als vanouds uw Liefde.
Daal neer, daal neer, daal neer,
om mij te helpen. Want zonder U,
ben ik verloren, eenzaam en verlaten.
De hogepriesteres gaat nu voor de hogepriester staan en roept de God op met de gehoornde handen:
Heer van heuvels en dalen
waar de wilde kuddes dwalen
meester van bos en woud
Gij neigt in twijg en hout
en buigt en beeft en barst
gij zweet uw klevend hars
gij brandt in merg en been.
En toen uw licht verdween
Het duister ons bekroop
Gaf U ons toch de hoop
Op vonken vuur en licht.
Gij slaat en zalft
Gij slacht en kalft
Gij zijt de haas die leven schenkt
Een dwaas in bloed gedrenkt.
Gehoornd zijt gij gekroond
Daal neer, dat gij u toont
De Opdracht van de Godin wordt nu gereciteerd, terwijl de hogepriesteres in pentagramhouding staat.
Daarna wordt in het midden van de Cirkel een ketel geplaatst, gevuld met zilverzand en heet water. De hogepriesteres gaat met de vrouwen rond de ketel zitten en strooit gele brembloesem in het water. Ze zegt:
Knoppen willen ontluiken
Dagen verdrijven de nachten
Geel ritselen de struiken
Water zal leven baren
Uit voren en nesten
En het zilte westen
Uit moer en rammelaar
... en korenaar
Alle vrouwen strooien nu één na één brembloesems in de ketel, en de hogepriesteres zegt:
Inmiddels is de hogepriester in het Westen verschenen, waar hij de kroon van de Gehoornde heeft opgezet en ook de kroon voor de Lentekoningin gehaald heeft. Hij heeft zijn magische buidel of kraantas bij zich. Hij zegt:
met zorg, geweeklaag en wild geraas.
In naam van Karnayna zal ik gaan,
En dansen in het licht van de maan.
De hogepriesteres kondigt nu de hazenjacht aan.
Dan gingen de vrouwen naar hen op jacht
De hogepriesteres jaagt nu achter de hogepriester en tracht hem te vangen. Als dat gebeurd is, neemt ze hem zijn kraantas af en zegt: Laten we in de botten zoeken naar de nieuwe Lentekoningin.
In de kraantas zitten takjes van 22 verschillende bomen, die de botten van de haas voorstellen. Elke vrouw trekt een stokje uit de kraantas. Degene die het stokje van de brem trekt, wordt de Lentekoningin.
Twee mannen houden nu een grote sluier op, waarachter de Lentekoningin zal gekleed worden door de hogepriesteres. Deze twee mannen zijn de Hulstkoning, God van de Afnemende Zon, en zijn tweelingbroer, de Eikkoning, God van de Wassende Zon. Ze vertegenwoordigen de twee helften van het zonnejaar. Zij dragen de sieraden van hun rang en respectievelijk een staf van hulst en eik.
Als de Lentekoningin eenmaal gekleed is volgens haar nieuwe status, wordt zij door de Gehoornde gekroond en de Cirkel rondgeleid, terwijl iedereen roept: Heil de Lentekoningin.
De heksen gaan nu in een kring rond de ketel staan, telkens een man naast een vrouw. Alle mannen ontvangen nu van de Lentekoningin een brandende kaars. De Hulstkoning en de Eikkoning zitten in het midden van de Cirkel, bij de ketel. De hogepriester zegt:
En de Eikkoning zegt:
De mannen geven de kaars nu door aan hun linker buur, en zeggen: Ik geef u het Licht, geef het door. De vrouwen geven het opnieuw door aan de man naast hen en zeggen: Ik geef u het Licht.
De Hulstkoning zegt: Zie, Licht en Duister zijn in evenwicht.
Het Licht wordt zo driemaal doorgegeven. Als de Eikkoning een derde maal om het Licht verzoekt, geven de mannen de brandende kaarsen aan hem. De Eikkoning plant de kaarsen in het zand in de ketel en bundelt zo het Licht van de nieuwe Lente.
De hogepriesteres zegt nu:
In aanwezigheid van de Machtigen
Zonder wrok, jaloezie of afgunst
zonder angst voor wat leeft onder de sterren
U roepen we aan, Licht van het leven
Wees voor ons de heldere vlam
de gidsende ster aan de hemel
het rechte pad dat ons leidt
Ontsteek in onze harten
Een vuur van Liefde voor onze naasten
onze familie, vrienden en verwanten
en al wat leeft op aarde
Zoon van Cerridwen
Uw Licht dringt door
Van het nederigste leven
Tot wat boven alles gaat
De hogepriester besluit: Zie, het Licht heeft de Duisternis overwonnen.
Nu draaien de vrouwen zacht neuriënd rond de ketel met Licht, waar de Hulst- en de Eikkoning broederlijk naast elkaar zitten.
De mannen voegen zich bij de vrouwen en de hele coven danst rond de ketel.
De hogepriester haalt nu het mandje met eieren van het Oostaltaar en overhandigt het aan de Lentekoningin, die vóór het Noordaltaar staat. Iedereen trekt een wens voor de nieuwe lente.
Het is nu tijd voor de cake- en wijnceremonie. Nadat de cake en de wijn gewijd is, kan er gegeten worden en begint het informele gedeelte van de sabbat. Nadien wordt er afscheid genomen van de God en de Godin, worden de Wachters van de windrichtingen bedankt en de Cirkel verbroken.
Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter