De wet van Leahy: Als iets vaak genoeg fout is gegaan , gaat het vanzelf goed.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

Murray, Margaret Alice (1863-1963)

Alhoewel Margaret Murray nooit een ingewijde heks is geweest, zou de moderne Wicca nooit bestaan hebben, mocht zij in het begin van deze eeuw niet gepubliceerd hebben over de Europese hekserij. Murray werd geboren op 13 juli 1863 in Calcutta. Zij vierde haar eeuwfeest in 1963 met de publikatie van haar boek My First Hundred Years en stierf enkele maanden later op 13 november van dat jaar in Londen.

Murray studeerde in Londen antropologie, een ongewone studie voor een vrouw in die tijd. Ze was dan ook geen gewone vrouw, maar een sufragette. Ze werd in 1899 docente aan het University College in Londen en specialiseerde zich daar in de egyptologie. Tot 1935 was ze assistent hoogleraar egyptologie aan deze universiteit. Ze deed ondermeer opgravingen in Egypte.

In 1921 zorgde ze voor controverse toen ze het boek The Witch Cult in Western Europe publiceerde. Daarin verkondigde ze de theorie dat de oude Europese hekserij geen vorm van satansverering was, maar evenmin een verzinsel, zoals sommige historici hadden beweerd. Murray geloofde dat er in werkelijkheid een paganistische religie had bestaan, die haar oorsprong vond in het paleolithische Europa en tijdens de christelijke overheersing ondergronds was blijven voortbestaan. Het idee dat de hekserij oorspronkelijk een georganiseerde geheime religie was, werd haar ingefluisterd door iemand die steeds onbekend is gebleven. Murray ging op zoek in de oude verslagen van de heksenprocessen en meende daarmee haar theorie te kunnen bewijzen. Murray noemde de hekserij een Dianische cultus omdat heksen de Godin Diana vereerden. Volgens de antropologe waren de heksen georganiseerd in covens van twaalf personen onder leiding van een man, die in de heksenprocessen steeds de Duivel werd genoemd. volgens Murray was het echter een priester in een rituele vermomming. De hoorns die hij droeg, verwezen niet naar Satan, maar naar een oude Gehoornde God. In haar tweede boek The God of the Witches uit 1933, ging ze dieper in op de figuur van de Gehoornde God. Aanvankelijk hechtte de academische wereld geloof aan haar theorie, maar stilaan groeide de kritiek. Murray's theorie was inderdaad slechts gebaseerd op beperkt bronnenmateriaal, dat weinig historische bewijskracht had en waarmee slordig was omgesprongen. Vooral door haar derde boek, The Divine King in England uit 1954, verloor ze haar wetenschappelijke geloofwaardigheid volledig. In dit boek trachtte Murray aan te tonen dat alle Britse koningen, vanaf William de Veroveraar in de elfde eeuw tot en met James I in de zeventiende eeuw, heksenleiders waren geweest en dat nogal wat koningen tijdens een ritueel mensenoffer om het leven waren gekomen.

Murray's studies worden vandaag niet meer ernstig genomen, maar de antropologe wordt wel gewaardeerd voor de nieuwe visie die ze ontwikkelde, namelijk dat er wel degelijk paganistische cultussen het christendom hadden overleefd. Die visie werd verder uitgewerkt door de historicus Carlo Ginsburgh in zijn boek De Benandanti uit 1966, waarin hij het bestaan van georganiseerde groepen heksen in het Italië van de zestiende eeuw overtuigend aantoont.

Murray's boeken lagen ook aan de basis van de ontwikkeling van de moderne Wicca door Gerald Gardner. In zijn eerste boek, Witchcraft Today uit 1954, verzorgde zij het woord vooraf.

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter