magie
Op de drempel van de eenentwintigste eeuw lijkt de belangstelling van westerlingen voor magie te herleven. Ook in de moderne hekserij is het gebruik van magie niet ongewoon, alhoewel het slechts een beperkt onderdeel vormt van de heksenwerkzaamheden. Nochtans spreken vooral deze magische praktijken zowel buitenstaanders als geïnteresseerden sterk aan. Geïnteresseerden hopen meestal dat ze door het aanleren van magische handelingen spectaculaire verwezenlijkingen zullen kunnen bereiken. Veel buitenstaanders zijn erop gebrand om het gebruik van magie te kunnen ontmaskeren als flauwekul of zelfs als frauduleus charlatanisme. Dominique Camus schrijft in Witte Magie, Zwarte Magie uit 1995: In wetenschappelijke kringen -- en dus ook bij een deel van het publiek -- is het nog altijd gebruikelijk te veronderstellen dat we hier te maken hebben met een cultureel residu waarvan we enkel de fouten moeten blootleggen. Maar anderzijds valt het op dat het oordeel van wetenschapslui en publiek hoofdzakelijk berust op heersende opvattingen die slechts blijk geven van een diep onbegrip van het onderwerp.
Magie is zo oud als de mensheid. Onze vroegste voorouders probeerden alle onverklaarbare krachten die hen omringden te beheersen met magie. Magie wordt wel eens omschreven als de intuïtieve poging om 'bovenmenselijke' en ongrijpbare krachten te temmen. Magie, religie en wetenschap hebben altijd elkaar overlappende, maar ook elkaar bestrijdende aspecten gehad. Terwijl de religie wil aanbidden en de wetenschap wil verklaren, wil de magie beheersen. Religie en magie liggen bijzonder dicht bij elkaar. Het wezenlijke verschil tussen religie en magie bestaat erin dat de religieuze mens zichzelf ondergeschikt maakt aan bovennatuurlijke krachten en de magische mens overtuigd is dat hij deze krachten zelf kan controleren. Magie werkt in die zin emanciperend voor wie haar bedrijft.
Magie, zo wordt wel eens gezegd, zal enkel werken voor wie erin gelooft, wat de stelling zou ondersteunen dat slechts goedgelovige lieden er hun toevlucht tot zoeken. Nochtans blijkt deze stelling onjuist. Volgens Camus wordt elk mensenleven beïnvloed door ingrijpende 'toevalligheden'. Wie geconfronteerd wordt met ziekte of ongeluk zal trachten zijn situatie terug onder controle te krijgen. Als dat niet lukt via de reguliere weg -de arts, de psychiater, de technieker, de specialist- zullen de meeste mensen zich niet zomaar bij hun situatie neerleggen, maar alternatieve paden gaan bewandelen. Het is hier dat de magie optreedt. De magie schaft de betrokkene opnieuw het vooruitzicht om zijn of haar lot in eigen handen te nemen. Zelfs wie niet in magie geloofde, zal er soms toch zijn toevlucht tot nemen omdat magie een duidelijk actiemiddel biedt. "Op grond van haar bestaan, gebaseerd op het axioma van doeltreffendheid, heeft de magie weinig te lijden onder vooroordelen," schrijft Camus. Magie is doeltreffend omdat ze dat in het verleden is gebleken. Of om het eenvoudiger te zeggen, magie werkt omdat het vroeger ook werkte. Het echte 'geloof' in de magie ontstaat dus pas nadat de klant van de magiër of heks, of diegene die zelf magie beoefent, gemerkt heeft dat het werkt. Magie houdt zich in essentie bezig met 'wat werkt' veeleer dan met het zoeken naar verklaringen waarom en hoe iets werkt. 'Magie is gewoon de kunst om resultaten te boeken,' schrijft Margot Adler in Drawing Down the Moon.
Camus omschrijft het zo: Men moet er geweest zijn om er ook in te geloven.
In het oude Egypte werden elk jaar magische ceremonieën gehouden die ervoor moesten zorgen dat de Nijl zou overstromen en de akkers bevloeien. En jawel, de magische ceremonieën hadden jaar na jaar succes. Dat de Nijl ook wel zonder die ceremonieën zou overstromen, deed niet ter zake. Zo hielden sommige natuurvolkeren ook regendansen net voor het regenseizoen, nooit in het midden van het droge seizoen. "Deze ceremonieën zijn de bijdrage van de mens aan de juiste orde der dingen", schrijft Richard Cavendish in A history of Magic. "Ze niet uitvoeren zou de juiste orde verstoren en misschien zou de regen dan niet komen. Tegen deze achtergrond is de meest eenvoudige reden om in magie te geloven het feit dat ze werkt: niet altijd, maar vaak genoeg om vertrouwen te scheppen.'
Magie is een corpus van methoden en technieken om het universum te beheersen: Met de hulp van toverspreuken, dansen, bezweringen, zang, kruiden, of door het maken van talismans of amuletten of het gebruik van divinatietechnieken met kaarten, dobbelstenen, spiegels, kristallen bollen, eenvoudige gebruiksvoorwerpen of schijnbaar betekenisloze objecten, kan de magiër of heks resultaten boeken.
Het woord magie zelf is gebaseerd op de naam die de Grieken in de vijfde eeuw voor onze jaartelling gaven aan de Perzische priesters van Zaratoestra, de Magi, die genezers, astrologen en occultisten waren.
Magie werkt via een aantal vooronderstellingen of wetten. Een van de bekendste is de sympathische wet, die ervan uitgaat dat alles met elkaar verbonden is. Door het uitvoeren van een handeling die lijkt op het te bereiken doel, wordt dit doel ook werkelijk bereikt. Door bijvoorbeeld hoog in de lucht te springen kan men bereiken dat ook de gewassen hoog groeien. Of door een afbeelding van een persoon -een wassen poppetje of een foto- te betoveren zou ook de persoon zelf betoverd worden.
Ook de wet van de gelijktijdigheid is een gekende magische vooronderstelling. Twee dingen die gelijktijdig gebeuren kunnen elkaar beïnvloeden. De wet van besmetting houdt in dat aanraking of contact invloed kan uitoefenen. Het ene wordt als het ware besmet door het andere. Een stukje textiel dat door een zieke was gedragen werd bijvoorbeeld gebruikt om de ziekte over te brengen op een boom.
Magie werd vaak opgedeeld in verschillende soorten. De neo-platonische filosofen van Alexandrië maakten al het onderscheid tussen theürgie, witte magie en goëtie, zwarte magie, waarbij de magiërs respectievelijk de hulp inriepen van goede geesten of boosaardig demonen. Deze opsplitsing lag aan de basis van het westerse denkbeeld als zou er witte en zwarte magie bestaan. In principe is magie kleurloos en verschilt enkel de intentie waarmee magie gebruikt wordt.
Het christendom heeft magie vanaf de vierde eeuw stilaan proberen te bannen. Sint-Augustinus (354-430) beweerde dat waarzeggers hun kunsten slechts konden toepassen met de hulp van demonen. Pas in de elfde eeuw ontstond er opnieuw een grotere tolerantie tegenover bepaalde vormen van magie. Vooral de magie die bedreven werd door intellectuelen werd oogluikend toegestaan. Men argumenteerde dat deze magiërs geen gebruik maakten van demonen, maar van de verborgen krachten van de natuur die beschouwd werden als giften van God. Deze intellectuele of hoge magie was het terrein van astrologen, alchemisten en tovenaars. Deze magie legde de basis voor de moderne wetenschap: de alchemie als wegbereider van de chemie, de astrologie voor de astronomie, de numerologie voor de wiskunde.
Volksmagie of lage magie werd daarentegen steeds rigoureuser bestreden. Deze magie werd gediaboliseerd en wie erop betrapt werd, riskeerde als heks op de brandstapel te belanden. Oude magische gebruiken waren intussen wel overgenomen in het christelijke geloof van de volksmens, zoals blijkt uit de talrijke christelijke voorwerpen die gebruikt werden tijdens magische ceremoniëen. De volgende bezweringsformule is daar een voorbeeld van: "Petrus en Christus gingen uit naar den akker, zij ploegden drie voren: de eerste was zwart, de tweede wit, de derde rood; nu zijn alle wormen dood." Het zegenen of wijden van huizen, vee, gereedschappen of tegenwoordig zelfs van auto's en motorfietsen, zijn christelijke vormen van magie. Zij worden immers door de pastoor toegepast om boze invloeden te weren.
De magie in de moderne hekserij is een mengeling van de intellectuele magie, zoals die zich sinds de vijftiende eeuw ontwikkelde en de volksmagie die is blijven doorleven op het platteland. Gerald Gardner vermeldde acht manieren om magische energie op te wekken, het zogenaamde Achtvoudige pad, of de Weg naar het Middelpunt. Ik citeer de versie uit het Alexandrijnse Boek der Schaduwen:
2. Trance, projectie van de zogenaamde "astrale" geest.
3. Riten, chants, spreuken, gezangen, formules, etc
4. Wierook, drugs, wijn, etc, eender wat gebruikt wordt om de geest te bevrijden.
Noot: Men moet hiermee zeer omzichtig te werk gaan. Wierook is meestal onschadelijk, maar ge moet voorzichtig zijn. Als het toch ongewenste neveneffecten heeft, verminder dan de hoeveelheden, of de periode waarin het ingeademd wordt.
Drugs zijn zeer gevaarlijk bij overdrijving, maar er moet op gewezen worden dat er drugs bestaan die totaal onschadelijk zijn, alhoewel sommige mensen erover spreken met ingehouden adem. Wees voorzichtig met het innemen van paddestoelen (vliegenzwam), maar hennep is in het bijzonder gevaarlijk, omdat het het innerlijke oog vlot en snel opent, zodat men geneigd is het steeds meer en meer te gebruiken. Als het toch gebruikt wordt, moet het met de grootste voorzorgen gebeuren, ervoor wakend dat de persoon die het gebuikt geen toegang heeft tot de voorraad. Khat heeft nagenoeg hetzelfde effect en is minder gevaarlijk, maar het is moeilijk om het verse produkt te verkrijgen. Als er gebruik gemaakt wordt van een enigszins gevaarlijke drug, moet het in beperkte mate verdeeld worden door een verantwoordelijke, en de voorraad moet beperkt zijn.
5. De dans, en aanverwante praktijken.
6. Bloedcontrole, ademcontrole en aanverwante praktijken.
7. De gesel
8. De Grote Rite.
Een aantal van deze methoden wordt door hedendaagse heksen niet meer gebruikt. Het afbinden van lichaamsdelen om de bloedstroom af te remmen, zodat het bewustzijn verandert, wordt nooit toegepast. Wellicht leerde Gardner deze techniek, die overigens niet zonder gevaar is, toen hij in Azië verbleef. Het gebruik van de gesel in magisch werk wordt evenmin nog toegepast. Aidan Kelley suggereert in zijn boek Crafting the Art of Magic, dat Gardner een specifieke seksuele voorkeur had voor het gebruik van de gesel. Robert, een heks uit de oorspronkelijke coven van Gardner, trekt dit in twijfel. Hij vertelde me dat Gardner astmaticus was en daarom eenvoudiger technieken, zoals dansen, niet kon toepassen.
Ook de Grote Rite, eigenlijk een vorm van seksmagie, wordt nooit meer toegepast tijdens werkzaamheden in groep. Sommige heksen gebruiken wel seksuele energie bij het magische werk dat ze samen met hun partner uitvoeren. Daarbij gebruiken ze ook oosterse technieken zoals tantra. Het doel van tantrische seks bestaat erin tot spirituele extase te komen door het controleren van het orgasme of de ejaculatie.
Meditatie, chanten, het gebruik van toverspreuken, oproepingen, wierook, trance en vooral dansen worden nog vaak gebruikt. Ook de koorden komen nog in het magisch werk voor maar niet om de bloedstroom te controleren. Koordenmagie wordt vooral toegepast in Alexandrijnse covens. De koorden worden gebruikt om spreuken te bekrachtigen. De spreuk of wens wordt op een stuk papier geschreven. De heksen knopen verschillende koorden in het midden samen en nemen dan de uiteinden van de koorden vast. De centrale knoop komt boven de wens of spreuk te liggen. De heksen lopen dan in een Cirkel rond en stuwen hun energie via de koord naar de spreuk terwijl ze de heksenrune chanten.
Koorden worden ook gebruikt om een spreuk 'te binden' zoals dat gebeurt bij de heksenladder.
Naast koordenmagie wordt ook kaarsenmagie vaak gebruikt. De wens wordt als het ware in de kaars gevisualiseerd. Als de kaars opbrandt, zal de spreuk zich met de rook verspreiden. Bij deze vorm van magie wordt er ook aandacht besteed aan de kleur van de kaars. Zoals rose in verband wordt gebracht met liefde, zo zal ook een rose kaars gebruikt worden bij liefdesmagie. Ook hier weer wordt de wet van de sympatische magie toegepast. De kaarsen zullen vaak ook ingeolied worden. Het soort olie zal eveneens aangepast worden aan het doel van de kaarsenmagie.
Heksen noteren de magische technieken en spreuken in hun persoonlijke Boek der Schaduwen of beschrijven hun ervaringen in een magisch dagboek. Deze boeken zijn het persoonlijke eigendom van elke heks en worden traditioneel niet gekopieerd bij de inwijding. Elke heks kan wel autonoom beslissen of delen van zijn of haar magisch boek door een andere heks overgeschreven kunnen worden. Vaak wordt dan een beleefdheidsformule toegepast, waarbij diegene die een spreuk of techniek kopieert, ook een spreuk of techniek terugschenkt.
Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter
