De stelling van Sophie: Als je nooit gehuild hebt, kun je geen mooie ogen hebben.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

kousenband

Het symbool van de hogepriesteres is ongetwijfeld de kousenband, alhoewel niet alle hogepriesteressen er een dragen. In andere covens dragen zelfs alle vrouwelijke heksen een kousenband.

Volgens de egyptologe Margaret Murray gaat het magische gebruik van de kousenband terug tot in de oude steentijd. Murray verwijst naar een rotstekening uit Cogul waarop een dansende man staat afgebeeld die aan beide benen een soort kousenband draagt. Omdat enkel het mannelijke figuur een kousenband draagt, denkt Murray dat de kousenband een teken van hiërarchie was. Murray denkt daarvoor ook aanwijzingen te vinden in middeleeuwse teksten waaruit blijkt dat enkel personen van rang en stand een kousenband mochten dragen.

Volgens Murray zou de Orde van de Kousenband eveneens haar oorspong vinden in de hekserij. De stichting van de Orde in 1350 gebeurde onder bijzonder merkwaardige omstandigheden onder de regering van de Engelse koning Edward III. De gravin van Salisbury zou, volgens de legende, tijdens een danspartij met de koning, haar kousenband hebben laten vallen. De Koning, die de schrik van de gravin om het voorval had opgemerkt, raapte de kousenband op, bond hem om zijn eigen been met de woorden Honi soit qui mal y pense ("Schande over wie hier kwaad van denkt") en stichtte daarmee de Orde van de Kousenband.

Volgens Murray's twijfelachtige theorie was de gravin vooral geschrokken omdat de kousenband haar onthulde als een volgeling van de Oude Religie, de hekserij. Volgens Murray plaatste Edward III de gravin door zijn optreden onder zijn bescherming, zodat ze niet moest vrezen voor eventuele vervolgingen door de kerk.

Het aantal ridders van de Orde zou volgens Murray evenmin toeval zijn. De Orde bestaat uit zesentwintig leden, twaalf ridders voor de koning en twaalf voor de prins van Wales. De Orde bestaat volgens Murray dus uit twee maal dertien leden, of twee covens.

De mantel van de koning, die zijn functie als hoofd van de Orde symboliseerde, was versierd met honderdachtenzestig kousenbanden. Met de kousenband om zijn been erbij, zijn dat honderdnegenzestig of dertien maal dertien kousenbanden. Dertien covens, beweert Murray.

De kousenband kan uit allerlei materialen gemaakt worden. In haar boek Witches schrijft Erica Jong dat de band van groen leer moet zijn, met zilveren gespen en een zoom van blauwe zijde. Volgens Janet en Stewart Farrar werd de kousenband soms ook van slangenleer gemaakt. Murray spreekt over kanten kousenbanden. Vooral de rode kleur zou wijzen op een magisch gebruik.

Soms worden kousenbanden versierd met de afbeelding van een hoefijzer. Een hogepriesteres heeft een kousenband met één hoefijzer. Telkens er een coven afsplitst van de moedercoven, mag de hogepriesteres een extra hoefijzer aanbrengen. Een hogepriesteres die minimum drie hoefijzers op haar kousenband draagt, wordt een Heksenkoningin genoemd.

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter