inwijding
De Wicca is een initiatieke religie. Je wordt pas heks na de inwijding in een heksencoven. Initiatie is wellicht een van de alleroudste menselijke riten. Door de initiatie verlaat de geïnitieerde zijn huidige status in het leven om over te gaan naar een nieuwe. Alle initiaties hebben te maken met lijden, sterven en herboren worden. In traditionele culturen werden jongens en meisjes geïnitieerd bij hun overgang naar de volwassenheid. Ze kregen de 'geheime' kennis van mannen en vrouwen mee tijdens een ritueel dat hen op dramatische wijze deed beseffen dat ze gebroken hadden met het verleden en nu herboren waren. Om de herinnering aan die overgang vast te leggen, werd bij de geïnitieerden vaak een litteken aangebracht. In sommige culturen werd de lip doorboord of werd een tand uitgeslagen, de geïnitieerde werd getatoeëerd of kreeg een snee in de wang. De initiatie plaatste het individu in zijn of haar maatschappelijke context, maakte duidelijk welke rol hij of zij zou moeten vervullen. In traditionele culturen was de initiatie daarom psychologisch, sociaal en maatschappelijk zinvol. Ze verbond het individu met de groep en bezorgde het individu zijn of haar sociale identiteit.
Naast de inwijdingen van jongens en meisjes bestonden bij de meeste natuurvolkeren ook inwijdingen in geheime mannen- en vrouwenbonden. Sommige volwassen mannen en vrouwen werden ingewijd in een select genootschap dat beschikte over een 'geheime kennis', die slechts aan enkelingen werd doorgegeven. De inwijding in die geheime bonden leek sterk op de volwassenheidsrite. Ook hier moest het individu eerst ritueel sterven om herboren te kunnen worden en toegang te krijgen tot 'de Kennis'. Dat deze bonden al sinds mensenheugenis bestaan, wijst erop dat de mens al heel lang gelooft in de perfectibilteit van het leven. Ook na de volwassenheid kunnen mensen zich vervolmaken met een kennis die slechts voor enkelen toegankelijk is en slechts na lang zoeken kan worden bereikt.
Initiaties die toegang geven tot bronnen van geheime kennis komen ook voor in westerse tradities. Esoterische en occulte genootschappen hebben altijd al initiatieke rituelen gehad. In de Wicca zijn allerlei vormen van initiatie mogelijk. Nieuwkomers worden ingewijd volgens de Gardneriaanse of Alexandrijnse traditie of volgens een afgeleide traditie. Erfheksen worden meestal ingewijd door hun ouders of grootouders. Sommige heksen wijden zichzelf in aan de hand van de vele teksten en doe-het-zelfboeken die de laatste decennia gepubliceerd werden. In principe geldt echter de regel dat een heks ingewijd wordt door een andere, reeds ingewijde heks.
Meer en meer covens laten de eerstegraadsinwijding voorafgaan door een neofieteninwijding, een soort proefinwijding, die de nieuwkomer de mogelijkheid geeft om sabbats te volgen, maar hem of haar nog geen lid van een coven maakt.
De eerstegraadsinwijding zelf vindt pas plaats na minstens een jaar en een dag opleiding. Daarna kan de kandidaat een inwijding vragen. De hogepriester en hogepriesteres beslissen of de kandidaat klaar is voor de inwijding. Kandidaten die slechts het vermeende spektakel van de hekserij zoeken worden nooit geselecteerd. Maar ook kandidaten die dwepen met leiderfiguren of die zich in een afhankelijkheidspositie willen plaatsen tegenover de hogepriester en hogepriesteres, zullen geweerd worden. Kandidaten die hopen in de Wicca de oplossing voor hun problemen te vinden, zullen eveneens van een kale reis terugkeren. De eigen verantwoordelijkheid, het vormen van een eigen mening, het kritische denken en het omgaan met de eigen emotionele leefwereld staan centraal in de Wicca. De inwijding is dus enkel geschikt voor evenwichtige kandidaten die bereid zijn hun eigen verantwoordelijkheden op te nemen.
De eerstegraadsinwijding in de Gardneriaanse en Alexandrijnse tradities is een formeel ritueel, dat plaatsvindt in de magische Cirkel. Een mannelijke nieuwkomer wordt enkel door een vrouw ingewijd, een vrouwelijke nieuwkomer enkel door een man. Tijdens de eerstegraadsinwijding staat de kandidaat eerst buiten de Cirkel. Hij of zij wordt geblinddoekt en beide handen worden op de rug gebonden met een rood koord. Het koord gaat ook in een strop om de hals van de neofiet. Boven de linkerknie wordt een blauw koord gewonden, boven de rechterenkel een wit koord. De hogepriesteres zegt dan:
Berta Hora Hora Smac
Bindt de beide handen strak
Goede roede, Whie, Whoo, Wack
De kandidaat zal dan, geblinddoekt, voor het eerst de rituele teksten van de oproeping van de Godin en de God horen evenals de Opdracht van de Godin. Daarna wordt de kandidaat voorbereid om de Cirkel binnen te treden. De inwijder zegt:
Ondertussen plaatst de inwijder de punt van zijn of haar zwaard op het hart van de kandidaat.
Dan zegt de neofiet:
De inwijder antwoordt:
De inwijder geeft de neofiet de heksenkus op de mond. In de Gardneriaanse traditie krijgt de neofiet nu een duw in de rug, zodat hij of zij in de Cirkel terecht komt. Volgens de overlevering zou deze duw in de rug dateren van tijdens de heksenvervolgingen. Als iemand gevraagd werd wie hem in de Cirkel had gebracht, kon hij zeggen: 'Iemand duwde mij in de rug.' In de Alexandrijnse traditie wordt de geblinddoekte kandidaat omhelsd en al ronddraaiend in de Cirkel binnengebracht. Het duwen en tollen wordt soms ook gecombineerd.
In de Greencrafttraditie wordt de kandidaat, als hij of zij in de Cirkel staat, ondervraagd over de opleiding, meer bepaald over de kennis van bomen.
De kandidaat wordt voorgesteld aan de Wachters van de Vier Windrichtingen en wordt nadien 'gemeten' met een koord. Een koord wordt afgesneden op de lengte van het lichaam. Soms krijgt de nieuwe heks zijn eigen 'maat' terug, soms wordt de 'maat' bijgehouden door de inwijder. Volgens Gardner werden de maten oorspronkelijk bijgehouden om de nieuwe heks aan zijn of haar gelofte van geheimhouding te houden. Als de gelofte werd verbroken, werd het koord begraven om weg te rotten, net zoals het de verrader zou vergaan.
De kandidaat wordt in de Gardneriaanse traditie gegeseld, als symbool van loutering tijdens de dood en wedergeboorte die de initiatie is. De kandidaat krijgt eerst drie, dan zeven, dan negen en dan eenentwintig rituele zweepslagen. Samen vormt dat veertig geselingen. In sommige tradities wordt de geseling achterwege gelaten, omwille van de associaties met SM-praktijken. In de Elfincoven in Antwerpen werd de gesel vervangen door de roede van berkentwijgen. Die verwijst naar de vruchtbaarheidsroede die op het Vlaamse platteland gebruikt werd om zowel mensen als dieren de kracht van de levenssappen van de boom te schenken.
De kandidaat legt dan een plechtige eed van geheimhouding af. Daarna wordt hij gezalfd met olie, wijn en met een kus. De zalving gebeurt in de vorm van een omgekeerde driehoek, waarvan de hoeken de onderbuik, de linker- en rechterborst verbinden. Dat is het teken van de eerste graad.
Na de zalving worden de boeien en de blinddoek weggenomen en is de neofiet een geïnitieerde heks. De nieuwe heks krijgt meteen onderricht over de werktuigen en symbolen van de eerste graad.
Initiaties kunnen zowel binnenshuis als in de open lucht gebeuren. Omdat de inwijding skyclad of naakt gebeurt, kan ze echter zelden in open lucht plaats vinden.
De tweedegraadsinwijding promoveert de eerstegraadsheks in de meeste tradities tot hogepriesteres of hogepriester. De tweedegraadsheks zal dan opleidingen kunnen geven, sabbats en esbats kunnen leiden, neofieten inwijden in de eerste graad en eventueel zelf een coven runnen, dat laatste weliswaar onder leiding en toezicht van zijn of haar eigen derdegraads hogepriesteres en hogepriester. Tweedegraads- en derdegraadsheksen van een coven vormen de raad van Ouderlingen van de coven, die samen de belangrijke beslissingen nemen.
In tegenstelling tot de eerste graad, waar de kandidaat zelf beslist of hij of zij klaar is voor de inwijding en aan de hogepriester en hogepriesteres vraagt om ingewijd te worden, wordt de tweede graad aangeboden. Dat gebeurt opnieuw minstens een jaar en een dag na de eerstegraadsinwijding, alhoewel in de meeste covens een periode van twee of drie jaar verstrijkt voor de tweedegraadsinwijding.
De hogepriester en hogepriesteres selecteren voor de tweede graad meestal heksen die de kwaliteit hebben om opleidingen te geven en in staat zijn om de harmonie binnen een groep te bewaren, zonder in de val te trappen van zelfoverschatting en machtsmisbruik. Aangezien de Wicca geen echte hiërarchische structuren kent, geen dogmatische waarheden en geen sanctionerende systemen, zal de heks die een groep leidt zich enkel kunnen baseren op het respect van de covenleden en op onderling overleg. In het ritueel wordt de kandidaat als volgt gewaarschuwd:
Het symbool van de tweede graad is het omgekeerde pentagram. In de eerste graad was dat de omgekeerde driehoek. Amerikaanse heksen gebruiken liever het staande pentagram, met één punt naar boven gericht, omdat het omgekeerde pentagram teveel geassocieerd wordt met het satanisme. Europese heksen houden zich meestal aan de traditie en blijven het omgekeerde pentagram gebruiken, zonder sinistere bijbedoelingen. Dit pentagram symboliseert de vier elementen, die nog niet beheerst worden door het vijfde element, de Geest, dat zich onderaan het pentagram bevindt. In de derde graad wordt het staande pentagram gebruikt, als teken dat de heks nu de vier elementen beheerst. Dit staande pentagram wordt in de derde graad bekroond met de opstaande driehoek. De combinatie van het staande pentagram met de driehoek erboven wordt het gekroonde pentagram van de derde graad genoemd.
Tijdens het tweedegraadsritueel wordt de kandidaat gezalfd met olie, wijn en met kussen volgens het omgekeerde pentagram: op de onderbuik, linkerschouder, rechterheup, linkerheup, rechterschouder en opnieuw de onderbuik.
De kandidaat zal tijdens de initiatie zijn of haar magische naam krijgen. De magische naam is geheim en wordt enkel gebruikt in magische rituelen waar tweede- en derdegraadsheksen aanwezig zijn.
Zoals gezegd worden in de Gardneriaanse en Alexandrijnse inwijdingen koorden, een gesel of roede gebuikt als instrument van loutering. Waar tijdens de eerstegraadsinwijding de kandidaat symbolisch gebonden en gegeseld wordt door de hogepriester of hogepriesteres, draaien in de tweedegraadsinwijding de rollen om. De kandidaat zal nu de hogepriester of hogepriesteres binden en daarna geselen. Het omdraaien van de rollen heeft verschillende betekenissen. Het onderstreept de betrekkelijkheid van de 'macht' van een hogepriesteres en hogepriester, maar illustreert ook de Drievoudige Wet in de magie: Alles wat gij doet zal driemaal op u terugkeren. De kandidaat zal zijn of haar hogepriester of hogepriesteres dus niet de veertig slagen geven die hij of zij tijdens de eerste graad ontving, maar honderdtwintig.
Tijdens de initiatie zullen alle aanwezige tweede- en derdegraadsheksen ook hun Kracht overbrengen op de kandidaat om hem of haar te wapenen voor zijn belangrijke taak.
Waar de eerstegraadsinwijding sterk de nadruk legt op de confrontatie van de kandidaat met de Godin, komt in de oorspronkelijke tekst van de tweede graad de God op de voorgrond. Een belangrijk deel van de inwijding vertelt het verhaal van de afdaling van de Godin naar de Onderwereld, waar ze geconfronteerd wordt met de God. Tijdens het ritueel wordt de legende van de afdaling naar de Onderwereld voorgelezen of uitgebeeld. In dat laatste geval zal de kandidaat de rol van de Godin vertolken, terwijl de hogepriester de God vertegenwoordigt. Voor mannelijke kandidaat-tweedegraadsheksen is het een probleem om zich te identificeren met de initiatieke reis van de Godin naar de onderwereld. In de Greencraftwicca wordt er daarom afgeweken van de oorspronkelijke tekst uit het Boek der Schaduwen van Gerald Gardner. De mannelijke kandidaat wordt in deze traditie tijdens de inwijding geconfronteerd met de oude Keltische legende van Lugh en Rhiannon, Godin van de Onderwereld. Ik geef hieronder de tekst van de beide legenden uit het Boek der Schaduwen van de Greencraftwicca:
In Oude tijden was onze God, de Gehoornde, die hij nog steeds is, de Trooster, de Steun, de Beschermer en Zorgdrager. Maar de mensen kennen hem als de Gevreesde Heer der Schaduwen, eenzaam, streng en rechtvaardig. En zo gebeurde het dat onze Vrouwe, de Godin, alle Mysteriën wilde ontraadselen, zelfs het Mysterie van de Dood. En daarom reisde ze naar de Onderwereld. Bij de Poorten aangekomen, hield een Wachter haar tegen en zei:
"Ontdoe U van Uw gewaden en leg Uw juwelen af. Want in dit land van Vlier en Hulst moogt gij niets met U meedragen."
En daarom legde Zij haar gewaden en juwelen af en werd ze gebonden, zoals alle levenden die trachten het Koninkrijk van de Dood, de Machtige, te betreden.
Zo werd onze Vrouwe voor de Heer der Schaduwen gebracht. Haar schoonheid was zo groot dat zelfs de Dood knielde en haar voeten kuste, terwijl hij zei:
"Gezegend zij Uw voeten, die U hierheen hebben gebracht. Blijf bij mij; en laat mijn koude handen op Uw hart rusten."
En zij antwoordde: "Ik heb U niet lief. Waarom zijt Gij de oorzaak dat alles wat ik liefheb en waarin ik vreugde schep, verwelkt en sterft?"
"Vrouwe", antwoordde de Dood, "het is de ouderdom en het noodlot, waartegen ik machteloos ben. De ouderdom laat alles verdorren, maar als de mensen aan het einde van hun dagen sterven, geef ik hen rust en vrede, en kracht opdat zij kunnen terugkeren. Maar Gij, Gij zijt wonderschoon. Keer niet terug. Blijf bij mij."
Maar zij antwoordde: "Ik heb U niet lief."
En de Dood zei: "Als Gij mijn handen niet op uw hart ontvangt, zult Gij de bitterheid van de Dood proeven."
"Als dat mijn lot is," zei de Godin, "het zij zo."
En terwijl ze knielde, reikte hij haar de beker aan. En zij dronk van de Wateren van de Dood en schreide zacht: "Ik ken de onontkoombaarheid van de Dood."
En de Gehoornde hielp haar opstaan en zei: "Wees Gezegend." En hij gaf Haar de vijfvoudige kus en bevrijdde Haar van haar ketenen terwijl hij zei: "Alleen zo kunt Gij tot vreugde en wijsheid komen." En Hij onderwees Haar alle Mysteriën en zij beminden elkaar en Hij gaf Haar de Halsketting die de Cirkel van Dood en Wedergeboorte is. Want er zijn drie grote Mysteriën in een mensenleven: Liefde, Dood en Wedergeboorte en de Magie beheerst ze alle. Want om de Liefde te voltrekken moet gij terugkeren naar de Geliefde en opnieuw geboren worden. Maar om herboren te worden moet ge sterven. En om te sterven moet ge geboren worden en zonder Liefde kunt ge niet geboren worden. En dit leert u de Magie."
De legende van de Zonnekoning en de Godin
Op een dag reed Onze Vrouwe de Godin, Koningin van al wat leeft aan de Overkant, op haar paard, Iodha, door de wouden. En het gebeurde dat de Koning, Heer van de volle Middag, gekleed in zijn gouden maliënkolder, haar zag rijden, haar zwarte haren in de wind. Doorheen het kreupelhout zag hij Haar rijden en hij achtervolgde haar op zijn schimmel Beith.
Dagenlang achtervolgde de Koning onze Vrouwe de Godin, door een donker woud van taxusbomen, maar steeds bleef Zij hem voor. Zij reden langs een dreef omzoomd met populieren, waar een uil dutte in de zwoele middagzon. En toen ze een vlakte met bremstruiken bereikten en de Koning een haas zag wegschieten, dacht hij dat de zege in zicht was. Maar Onze Vrouwe bleef hem voor en ze bereikten een woud van beuken. Zij gaf haar paard de sporen en galoppeerde langs een snelstromende rivier. Op een rots in de zon zat een otter, met in zijn bek een zalm. En toen de Koning zijn snelheid matigde, omdat zijn paard uitgeput was, zag hij dat ook de Godin met de zwarte haren vertraagde, alsof Zij op hem wachtte. Maar toen hij weer harder reed, spoorde ook zij haar zwarte hengst aan. En hoe hard hij ook reed, hij kon Haar niet inhalen. Onder een hoge berk hield hij eindelijk uitgeput halt. De Godin toomde haar paard in onder de kruin van een taxus.
En de Koning zei haar: "Vrouwe, Gij zijt wonderschoon. Wacht op mij en laat mijn handen uw hart verwarmen."
En Zij antwoordde: "Waarom hebt gij mij dat niet eerder gevraagd?"
De Koning zei: "Ik achtervolg U reeds dagen. Waarom loopt Gij steeds verder."
Zij lachte en zei: "Vertraagde ik niet, toen uw paard vermoeid was; en hield ik geen halt toen gij u onder een boom te ruste legde? Niet ik spoed mij steeds verder; Gij zijt het die schimmen najaagt. Maar vraag en gij zult antwoord krijgen."
"Blijf bij mij," zei de Koning.
"Ik ben bij U geweest sinds het begin der tijden en ik ben dat wat bereikt wordt op het eind van alle verlangen," antwoordde de Zwarte Vrouw. "Om mij te kennen moet ge de bitterheid van de jacht proeven en de wonden van de strijd laten helen."
En Zij verzorgde zijn vermoeide lichaam en reikte hem de beker aan die genezing schenkt. En hij dronk van de wateren van Vergetelheid en voor de mensen op Aarde trad de duisternis in op volle Middag. En zij leerde hem alle Mysteriën en zij beminden elkaar. Want er zijn drie grote Mysteriën in een mensenleven: Liefde, Dood en Wedergeboorte en de Magie beheerst ze alle. Want om de Liefde te voltrekken moet gij terugkeren naar de Geliefde en opnieuw geboren worden. Maar om herboren te worden moet ge sterven en drinken uit de bronnen van Vergetelheid. En om te sterven moet ge geboren worden en zonder Liefde kunt ge niet geboren worden. En dit leert u de Magie.
Derdegraadsheksen leiden zelf hun coven, verrichten inwijdingen in de neofietengraad en de drie graden van de hekserij. In de Gardneriaanse en Alexandrijnse hekserij zijn de gebruiken voor de derde graad duidelijk verschillend. De traditionele Alexandrijnse hekserij biedt de tweede en de derdegraadsinitiatie gelijktijdig aan. Een tweedegraadsheks wordt dan nagenoeg automatisch ook derdegraads. In Gardneriaanse covens gaat het om twee verschillende inwijdingen, van elkaar gescheiden in de tijd. Gardnerianen verrichten de derdegraadsinwijding vaak autonoom, dus niet meer in de coven waar de heks is ingewijd. Het gebeurt soms dat twee tweedegraadsheksen elkaar de derde graad geven, of dat een derdegraadsheks zijn of haar partner -indien die de tweede graad heeft- zelf een derdegraadsinwijding geeft. In die zin is de derdegraadsinwijding niet meer uitsluitend de verantwoordelijkheid van de hogepriester of hogepriesteres, maar legt de kandidaat enkel verantwoording af aan zichzelf en de Goden.
In de Greencraftwicca is de derde graad eveneens een afzonderlijke inwijding, die echter wel wordt aangeboden door de hogepriester of hogepriesteres, minimaal een jaar en een dag na de tweedegraadsinwijding.
De derdegraadsinwijding is het ritueel van de Grote Rite, de eenheid tussen het mannelijke en het vrouwelijke aspect van het goddelijke. Het ritueel wordt uitgevoerd door een man en een vrouw, die een symbolische copulatie uitvoeren. Heksen die in het profane leven partners zijn, kunnen het ritueel ook feitelijk uitvoeren, met z'n tweeën in de privacy van hun woning.
Het ritueel kan uitgevoerd worden door een hogepriester en een vrouwelijke kandidaat, een hogepriesteres en een mannelijke kandidaat of partners van de tweede graad die elkaar de inwijding geven.
De Grote Rite is de essentie van een vruchtbaarheidsreligie, de daad die leven schenkt, de basis van het mysterie van de evolutie. Het ritueel begint met een tekst die bij elke sabbat wordt uitgesproken bij het wijden van de wijn:
Zo staat het athame voor het mannelijke
En samen brengen ze vruchtbaarheid
Het athame wordt in de kelk met wijn gedoopt, als symbool van de eenheid tussen man en vrouw.
Tijdens het ritueel zal de vrouwelijke kandidaat (of de hogepriesteres) in pentagramhouding liggen in het midden van de Cirkel. Een sluier bedekt haar lichaam. De mannelijke kandidaat (of de hogepriester) knielt naast haar en zegt:
Waaraan eenieder eer betoont
Het Hoogaltaar van 'd Oude Plichten
De Cirkel wordt aldus gekroond
Met in het middelpunt de bron
Zoals vanouds aan ons geleerd
Het centrum waar het al begon
Sinds mensenheugenis vereerd
Gij zijt de Cirkel waarin ik kniel
De vonk die 't Licht verblindt
De duisternis van d' eeuwige ziel
Die alles scheidt en al verbindt
De sterren zijn Uw nageslacht
Gij verbijstert de Tijd
En doorgrondt het diepst van de nacht
Liefde is al wat Gij zijt
Als ik u groet en tot u kom,
Gewapend met de levende lans
Uw vrucht, uw zoon, uw bruidegom
Het evenwicht van de balans
Bij zaad dat rijpt en openbreekt
Het blad dat groeit vanuit de knop
De bloem die volle vruchten kweekt
Daarbij roep ik u op:
Ontvang het vuur van het verlangen
In de schoot waarin we schuilen
Een geheim in mist gevangen
Verborgen tussen beide zuilen,
Opgericht met man en macht
Naar uw verlangen en uw wensen
In schoonheid en in kracht
Tot verbazing van de mensen
Laat mij U de zegen geven
U zalven met mijn mond
In 't derde teken hoogverheven
De Cirkel is nu rond
Dan kust de priester de priesteres in het teken van de derde graad, het gekroonde pentagram: onderbuik, rechtervoet, linkerknie, rechterknie, linkervoet en opnieuw onderbuik voor het staande pentagram, en lippen, linkerborst, rechterborst en opnieuw de lippen voor de staande driehoek. De priester legt zijn lichaam zacht op dat van de priesteres en zegt:
De deur van intelligentie,
Van oudsher aan ons verwoord,
De vijf punten van essentie,
Waar lans en graal elkaar ontmoeten,
In de ster van ons verbond,
Bij lippen, borsten, knieën, voeten,
Zo werd het ons verkond.
Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter
