Huwelijkswet: De juiste basis voor het huwelijk is een wederzijds misverstand.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

handvasten

Handvasten (handfasting) is de naam die gewoonlijk gegeven wordt aan een huwelijkscermonie voor heksen. In het oorspronkelijke Boek der Schaduwen van Gerald Gardner staan er geen verwijzingen naar een specifiek ritueel voor het handvasten, noch verwijzingen naar het gebruik zelf. Nochtans voerde Gardner in 1960 een handvastingsritueel uit voor het huwelijk van Pat en Arnold Crowther. Het handvasten werd wellicht in de loop van de jaren '60 steeds meer toegepast als antwoord op de vraag van heksen om de bevestiging van hun relatie met een ritueel te omkleden. Volgens Doreen Valiente, voormalig hogepriesteres van Gardner, gebeurde het handvasten oorspronkelijk tijdens een esbat of sabbat.

Nochtans is het handvasten een veel ouder gebruik dat overal in Europa voorkwam. In het Oudengels wordt gesproken van handfaestunge. Het begrip verwijst naar een oud Germaans gebruik om afspraken met de handdruk te bezegelen. Ons moderne woord handvest, afgeleid van het Oudnederlandse handveste, gaat ook terug op deze vorm van onderlinge afspraak. Ook de huwelijkseed werd bezegeld met dergelijke handdruk, de zogenaamde fides manualis. Pas in 1563 werd een huwelijk dat niet door een priester was ingezegend als clandestien beschouwd. Voordien treffen we op verschillende schilderijen afbeeldingen aan van trouwerijen, waarbij bruid en bruidegom elkaar de hand geven. Zelfs vandaag is het huwelijk volgens het katholieke dogma het enige sacrament dat niet door de priester wordt toegediend, maar dat de twee geliefden elkaar geven. De pastoor treedt enkel op als testis qualificatus, als speciale getuige.

In Engeland was de handvasting nog gebruikelijk tot 1753, het jaar waarin een wet uitgevaardigd werd die trouwlustigen verplichtte hun huwelijk door een priester te laten inzegenen. Maar bij ontstentenis van een priester, wat vooral gebeurde op het platteland, kon men de oude formule van de handvasting blijven gebruiken om een huwelijk officieel te bekrachtigen. Sir Walter Scott schrijft daarover in 1820 in The Monastery:

Als we gehandvast worden, zoals wij dat noemen, zijn we man en vrouw voor een jaar en een dag. Als die termijn verstreken is, kan elk een andere partner kiezen, of, naar eigen goeddunken, een priester roepen om hen voor het leven te trouwen...

Een boek uit 1885 over oude Schotse gebruiken van E.J. Guthrie omschrijft handvasten als volgt:

In de periode van het katholicisme was het handvasten een wijd verspreid gebruik in Schotland. Het is wellicht ontstaan vanuit het gebrek aan priesters, maar werd uit gewoonte door het volk voortgezet nadat de reformatie hen had voorzien van priesters.
De ceremonie vond plaats tijdens de kermis, waar ongehuwden een partner konden kiezen met wie ze de rest van het jaar zouden samenwonen.
Als de partners na afloop van de probatieperiode tevreden waren met elkaar, bleven ze samen voor de rest van hun leven; zo niet, scheidden ze en waren ze vrij om een andere partner te zoeken

Deze vorm van handvasten bleef in Schotland legaal tot 1939. In Ierland bestond een gelijkaardig ritueel dat tijdens de Lughnasadhfeesten rond 1 augustus werd gehouden. Deze Tailtean- of Teltownhuwelijken, genoemd naar de voedster van de Zonnegod Lugh, Tailte, konden eveneens na een jaar en een dag verbroken worden. De partners moesten dan terugkeren naar de plaats waar de ceremonie had plaatsgevonden, elkaar de rug toekeren en van elkaar weglopen, de ene noordwaarts de andere zuidwaarts.

De ceremonie voor het handvasten in de Wicca kan verschillen van coven tot coven of van het feit of het handvasten in covenverband gebeurt, of in aanwezigheid van niet-ingewijde gasten en familie.

Als er gasten en familie aanwezig zijn, zullen de rituele teksten ontdaan worden van hun esoterische inhoud, zodat alle aanwezigen de ceremonie optimaal kunnen beleven. Er kan een magische Cirkel getrokken worden, zoals tijdens sabbats of esbats, maar dat is niet noodzakelijk. Het onderstaande ritueel is geschikt voor een ceremonie met niet-ingewijde gasten en familie.

De hogepriesteres trekt eerst de Cirkel:

Ik trek deze Cirkel, zoals het gebeurde sinds mensenheugenis. Want wij kennen geen tempels en heilige gebouwen. Waar wij samenkomen, is de kring van onze verbondenheid een sacrale plaats. Want de Cirkel is de baarmoeder waaruit we werden geboren, de weg die we afleggen in ons leven, en de duistere schoot waarnaar we zullen terugkeren. Daarom, Grote Moeder, wijd ik deze Cirkel, in Uw naam.

Ook het oproepen van de Wachters van de Vier Windrichtingen zal iets anders zijn dan tijdens een besloten ceremonie. In elke windrichting staat een ingewijde heks, met het corresponderende element (aarde, water, lucht en vuur) in zijn of haar hand. Als de hogepriester de Wachters oproept houdt de heks het element in de hoogte.

Wachters van de poorten van het Oosten, Heersers van Lucht, wil bij ons aanwezig zijn en … en … met uw wijsheid verlichten.
Wachters van de poorten van het Zuiden, Heersers van vuur, wil bij ons aanwezig zijn en … en … de warmte van uw passie schenken.
Wachters van de poorten van het Westen, Heersers van Water, wil bij ons aanwezig zijn en … en … overspoelen met uw genegenheid.
Wachters van de poorten van het Noorden, Heersers van Aarde, wil bij ons aanwezig zijn, en … en … steunen met de kracht van uw standvastigheid.

Daarna worden water en zout gewijd zoals gebruikelijk. De heksen die in de vier kwartieren een element vertegenwoordigen, gaan nu een na een naar de hogepriesteres. Als de heks die het element Lucht vertegenwoordigt met het wierookvat voor de hogepriesteres staat, zegt hij:

Ik ben overal aanwezig. Ik vul het vlees van uw longen en beroer alle dingen, van de kleinste grashalm tot de machtigste bomen. Mijn stormen zijn vernietigend, mijn koele bries helend. Zonder mij zoudt gij sterven. Ben ik niet waard geëerd te worden?

De hogepriesteres zalft hem op het voorhoofd en wijdt de benodigdheden voor de handvasting met wierook: de bloemenkronen, een koord en (eventueel) de ringen. Het element gaat dan de Cirkel rond en bewierookt alle aanwezigen. Ondertussen gaat het Vuur naar de hogepriesteres en zegt:

Ik leef in de sintels van de haard, de pit van de kachel. Ik word geboren uit de bliksem aan de hemel en uit de handen van de mens. Ik kan vernietigen, maar ik schenk ook warmte in koude dagen. Zonder mij zoudt gij sterven. Ben ik niet waard geëerd te worden?

De hogepriesteres zalft ook het Vuur en wijdt alle benodigdheden voor de handvasting met vuur, waarna de vertegenwoordiger van Vuur alle aanwezigen een kaars voorhoudt. Ondertussen nadert ook het Water de hogepriesteres en zegt:

Ik borrel op uit de vochtige spleten in de Aarde, ik beuk op de kusten van Haar lichaam, ik stort uit de hemel als een zilveren gordijn. Ik kan vernietigen, maar ik les ook uw dorst. Zonder mij zoudt gij sterven. Ben ik niet waard geëerd te worden?

De hogepriesteres zalft het Water, en wijdt alle benodigdheden van de handvasting met water, waarna de vertegenwoordigster van Water met de kelk rondgaat en alle aanwezigen besprenkelt. Tot slot nadert de Aarde de hogepriesteres en zegt:

Ik ben uw Moeder. Uit mij wordt het fruit, het graan en de dieren die u voeden, geboren. Ik kan u vernietigen, maar mijn lichaam geeft U ook steun. Zonder mij zoudt gij sterven. Ben ik niet waard geëerd te worden?

De hogepriesteres zalft nu de Aarde en wijdt de benodigdheden voor de handvasting met aarde, waarna de vertegenwoordigster van Aarde rondgaat met het pentakel, dat iedereen kan aanraken. Alle elementen leggen hun attributen opnieuw op het altaar en keren terug naar hun kwartier.

De hogepriester en hogepriesteres verwelkomen nu alle aanwezigen. Pas daarna wordt het aanstaande koppel in de Cirkel gebracht door twee kinderen. Zij worden voor het altaar geleid en gekroond met een bloemenkrans. De hogepriester zegt nu tegen de bruid: Is het waar dat gij hier gekomen zijt uit eigen vrije wil?

Bruid: Ja

Hogepriesteres tegen de bruidegom: Is het waar dat gij hier gekomen zijt uit eigen vrije wil?

Bruidegom: Ja

De hogepriester ondervraagt nu de bruid over haar voorouders:

Als wij geboren worden, zijn wij als vruchten aan de takken van een boom die diep in het verleden wortelt. Onze wijsheid is als de levenssappen van de boom die via de wortels en de stam in de takken en de twijgen worden gestuwd. Maar kent gij de weg die de wijsheid heeft afgelegd? Vertel mij, wie is uw moeder?

De bruid noemt haar moeders naam. De hogepriester blijft doorvragen wie de grootmoeder, overgrootmoeder, betovergrootmoeder is, tot de bruid het antwoord schuldig blijft. Dan stapt de hogepriester naar de moeder van de bruid in de Cirkel en tracht daar de voorouderlijke lijn langs moeders kant verder uit te diepen, tot ook de moeder het antwoord schuldig blijft. Ondertussen is hij vergezeld van een scribent die de namen van de voorouders op een stuk perkament of papier schrijft.

De hogepriesteres doet hetzelfde bij de bruidegom en diens vader, en ook nu noteert de scribent de voorouderlijke lijn langs vaders kant op een tweede vel perkament.

De hogepriesteres zegt nu:

Zie de takken en twijgen van twee bomen, die zich door elkaar zullen strengelen. Als twee mensen met elkaar verbonden worden, wordt ook hun wijsheid verbonden. Hun kinderen zullen in de fijne mazen van de takken nog slechts één boom ontwaren, machtiger dan de twee afzonderlijke bomen van hun ouders. Laten we de wijsheid van de bomen nu vermengen in de kelk die het nieuwe leven schenkt.

De beide vellen met de namen van de voorouders worden door de hogepriesteres in de ketel verbrand. Een snuifje van de asse van de beide vellen wordt in een kelk met wijn gestrooid die bruid en bruidegom aangeboden krijgen.

Terwijl bruid en bruidegom drinken, zegt de hogepriester:

Zie, twee bomen worden één.

De ketel met de rest van de gemengde asse komt op een voorouderaltaar te staan.

De hogepriester richt zich nu tot het koppel:

Breng dan nu uw linkerhanden samen opdat ze kunnen verbonden worden volgens uw eigen wensen en verlangens.

De hogepriester hangt een rose lint over de twee samengevoegde handen:

Gij zijt als de sterren aan de Hemel
En als de rotsen op de Aarde.
En wanneer de jaren zullen komen,
Denk dan aan dit moment:
Laat uw liefde sterk zijn als een rots,
En eeuwig schitteren als de sterren.
Laat uw geest u leiden in uw huwelijk,
Maar laat uw hart vrij spreken.
Laat uw wil u samen houden,
Laat uw toewijding u onafscheidelijk maken.
Wees vrij om warmte en genegenheid te geven.
Bedrijf de liefde met elkaar en wees sensueel
Wees elkaar nabij, maar niet te nabij.
Heb geen angst en laat u niet afleiden.
Wees geduldig, want er zullen stormen komen,
En als gij twijfelt, zoek dan bij de bron van uw liefde
Maar weet dat alles groeit en verandert.
Dit lint is het teken van uw verbondenheid die gij hier, in aanwezigheid van ons allen, kenbaar maakt

De hogepriester zegt nu tot de bruid: Ik heb niet het recht u te binden. Gij alleen kunt dit doen. Wenst gij u te verbinden aan (naam bruidegom) ?

Bruid (slaat een uiteinde van het rose lint om de samengevoegde polsen): Ja

De hogepriesteres zegt nu tot de bruid: Ook ik heb niet het recht u te binden. Gij alleen kunt dit doen. Wenst gij u te verbinden aan (naam bruid) ?

Bruidegom (slaat ander uiteinde van het lint om de polsen): Ja

De hogepriester zegt: Maar zie, het lint zal niet geknoopt worden, opdat geen van beiden beperkt zou worden door de ander en de gelofte enkel zal gebonden zijn door hun eigen vrije wil.

De partners kijken elkaar nu aan en schuiven elkaar de ringen om de vinger terwijl ze zeggen:

Mijn hart en uw hart
Mijn geest en uw geest
Mijn lichaam en uw lichaam
Sterk als een rots
Schitterend als de sterren
Voor altijd.
So mote it be

De covenleden zeggen samen: So mote it be

Het paar windt zelf de linten af en samen springen ze over de bezem die door twee heksen in het midden van de Cirkel wordt opgeheven. De covenleden feliciteren bruid en bruidegom. Daarna zal de traditionele cake- en wijnceremonie plaatsvinden. Er wordt gegeten en er kan ook gedanst worden. Na het ritueel wordt er afscheid genomen van de vier windrichtingen en wordt de Cirkel verbroken.

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter