De wet van Stenderup: Hoe eerder je achterovervalt, des te meer tijd heb je om overeind te krabbelen.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

Haas

Heksen konden zichzelf volgens het volksgeloof veranderen in een haas. Daarom werd het als een slecht voorteken beschouwd als je onderweg een haas tegenkwam. Er bestaan verschillende Engelse volksverhalen waarin jagers een haas schoten om tot hun ontzetting vast te stellen dat ze een oude vrouw hadden gedood of verwond. In een Iers volksverhaal uit de collectie Irish Fairy and Folk Tales (1892) van W.B. Yeats gaat het over een jager die een heks neerschiet:

Ik was op zoek naar hazen en plots zag ik een mooie moer huppelen in het maanlicht, haar oren wapperend, op en neer, knipperend met haar ogen. "Daar is ie", riep ik en het dier was zo dichtbij dat het zich omkeerde, me aankeek, en dan terugdeinsde, alsof ze wilde zeggen: "Doe met me wat je wilt!" Ik had nog wat kruit over, deed het in m'n geweer en vuurde op haar. Hemeltjelief, de kreet die ze slaakte, kon een heel regiment de stuipen op het lijf jagen. Plotseling verscheen er iets als mist tussen ons in, en ik zag haar niet meer. Maar toen de mist optrok, merkte ik bloed op de plek waar ze gezeten had. Ik volgde de sporen en dat voerde mij - in alle stilte- naar het huis van Katey MacShane. Toen ik op de drempel stond, hoorde ik binnen een gekreun, een luid gekreun en gesteun. Ik deed de deur open en daar zat ze, geheel en al in de gedaante van een vrouw. De zwarte kat die bij haar zat, kromde haar rug en blies naar mij, maar ik schonk er geen aandacht aan en vroeg de oude vrouw hoe het met haar ging en wat haar scheelde?
"Niets", zei ze.
"Wat is dat daar op de vloer?" vroeg ik.
"Oh", zei ze, "ik was een stuk brandhout aan het hakken, en ik heb mezelf aan m'n been verwond. Dat is mijn bloed."

Een gelijkaardig verhaal vinden we terug in onze streken, zoals blijkt uit het Tijdschrift voor Nederlandse folklore (1909) waarin een verhaal staat dat opgetekend werd in 1894 in Koekange uit de mond van een jachtopziener. De jager in het verhaal probeerde elke morgen een haas te schieten die een landweg overstak, maar hoe goed hij ook mikte, hij raakte de haas nooit. Een boer uit de buurt met wie hij over het voorval sprak, gaf hem de raad om drie roggekorrels door de hagel te doen. De volgende morgen raakte de jager de haas, maar hij kon het gewonde dier niet vinden. Ook hier leidde het bloedspoor naar het huis van de buurvrouw, die met een verband om haar hoofd thuis zat.

In dit verhaal is een magische ingreep nodig -drie roggekorrels, soms is het een zilveren kogel- om de geheimzinnige haas te kunnen schieten.

Heksen gebruikten spreuken om zich in hazen te veranderen. Op haar proces in 1662 biechtte Isobel Gowdie van Auldearne de toverformule op om in een haas te veranderen.

Ik zal veranderen in een haas,
met zorg, geweeklaag en droef geraas.
In naam van de duivel zal ik gaan,
Ay, tot ik weer thuis zal staan.

Wellicht gaat het hier om een strofe van een oud volkslied dat verwijst naar de 'wilde jacht', een symbolische vruchtbaarheidsjacht die werd uitgevoerd tijdens de maand mei. De God veranderde zich in verschillende dieren om te ontsnappen aan de Godin. Eerst in een vis, die achternagezeten werd door een otter, dan in een haas, die door een greyhound gevolgd werd, om uiteindelijk in een hoofdkussen te veranderen en bedekt te worden door de Godin in de vorm van een deken. Soms wordt de God door de Godin bejaagd, soms omgekeerd. In andere varianten wordt de Godin een ster en de God een wolk, die de ster bedekt. In alle gevallen symboliseert de 'wilde jacht' de bevruchting van de Godin door de God.

Dit vruchtbaarheidsaspect vinden we ook terug in de strofe van een ander lied dat geciteerd wordt door Robert Graves in The White Goddess:

Hadden alle jonge mannen op de berg een hazenvacht
Dan trokken de vrouwen met hun honden op jacht.

De haas was ook de begeleider van de goden. In de Noorse mythologie is het het heilige dier van Fraai, bij de Grieken van Artemis of Aphrodite. Het christendom beeldt de haas vaak af naast Maria (in schilderijen van Titiaan, Hans Baldung Grien, Hans Holbein). In de Teutoonse mythologie begeleidt de haas de Godin Ostara of Eostra. De naam van Ostara vinden we terug in de Engelse en Duitse naam voor Pasen: Eastern of Ostern. De verwijzing naar de Godin vinden we nog terug in de Paashaas, haar heilige dier dat tot op de dag van vandaag, weliswaar in chocoladevorm, opduikt in de winkels. Ostara leende haar naam ook aan de heksensabbat van de lente-evening of lente-equinox.

De haas stond omwille van haar voortplantingsdrift ook symbool voor de vruchtbaarheid. Het vruchtbaarheidsaspect van hazen en konijnen vinden we zelfs nog terug in het logo van Playboy Magazine, dat vanzelfsprekend met seksualiteit en erotiek verband houdt.

Op het eten van hazen rustte op de Britse eilanden een taboe. Volgens Graves was de haas immers heilig, precies omwille van haar vruchtbaarheidsaspect. Herodotos schreef dat de haas nog steeds paart terwijl ze al zwanger is, zonder enige vorm van schroom te tonen.

De haas maakt, in tegenstelling tot het konijn, geen holen, maar een nest in een ondiep kuiltje in het veld. Deze hazenlegers leken wat op de ondiepe kuiltjes waarin de kievit nestelde, vandaar de gedachtensprong dat hazen ook eieren konden leggen. Het Paasei is dan ook het vruchtbaarheidssymbool bij uitstek dat door de haas werd gelegd. Het ei bundelt de krachten van zon en maan in respectievelijk de dooier en het eiwit.

De haas komt in heksensabbats niet enkel voor tijdens Ostara, maar ook tijdens Lughnasadh, de oogstsabbat van 1 augustus. Lughnasadh is de sabbat waarbij de Graankoning geofferd wordt. Hij is de God die uit de buik van Moeder Aarde tot volwassenheid uitgroeide, en die tijdens de oogst door de zeis gedood wordt. In de sabbat offert de God zich symbolisch, om de continuïteit van het leven te verzekeren.

Het bloed van de God was ook letterlijk te zien bij het oogsten van het koren. In het koren hielden zich immers de hazen schuil en het gebeurde meermaals dat hazen tijdens de oogst door een houw van de zeis gedood werden. De haas was de geest van het koren, vermomd in de gedaante van een dier. In Duitsland werd de laatste bundel koren op de akker "de haas" genoemd. De boerenknechten die in de negentiende eeuw in Pruisen de laatste bussels koren moesten binnenhalen, waren vaak het voorwerp van spot omdat zij "de haas moesten wegjagen". In onze streken noemde men het maaien van het laatste koren: "de haas doden". In Noorwegen moest de boerenknecht die deze klus klaarde de anderen trakteren op "hazenbloed", wat bestond uit een stevige borrel. In sommige heksensabbats zegt het ritueel: "Er zit bloed op het koren", wat verwijst naar de haas die gedood werd tijdens de oogst.

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter