Het ultieme erotische plekje: het meest erotische plekje is de geest. De beste minnaars hebben de ziekste geesten.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

Godin

Van de moderne hekserij wordt wel eens beweerd dat het een Godinnencultus is, en alhoewel dat in essentie onjuist is -- de Wicca ziet het goddelijke als vrouwelijk én mannelijk -- worden veel mensen er vooral toe aangetrokken omwille van het belang van de Godin. In tegenstelling tot de grote patriarchale wereldreligies, heeft het vrouwelijke aspect van het goddelijke een even groot, zoniet groter belang in de moderne hekserij.

Het Boek der Schaduwen omschrijft het goddelijke als een geslachtsloze eenheid, ongrijpbaar en onkenbaar. Om het onkenbare hanteerbaar te maken, deelt de Wicca het goddelijke op in twee metaforen die hanteerbaar zijn voor de mens: de God en de Godin. Elke heks is volkomen vrij om zijn of haar godsbeeld te bepalen. Het goddelijke kan immanent of transcendent zijn, of beide; een waarachtige aanwezigheid, een metafoor of een archetype. De Wicca aanvaardt echter geen seksistisch godsbeeld dat het ene geslacht goddelijk en dus superieur en het andere menselijk en inferieur voorstelt.

De Godin in de Wicca heeft vele namen, die elk een aspect van het vrouwelijke representeren. Het beeld van de Godin is eclectisch, wat betekent dat de Wicca uit verschillende culturen en pantheons godinnelijke archetypes leent om de verscheidene aspecten van het vrouwelijke te benoemen: Diane, Artemis, Ana, Aphrodite, Isis, Nuït, Aradia, Cerridwen, Gaia, Hertha, Brigitta, Freya, Arianrhod... Het zijn enkele namen die in verschillende heksenrituelen voorkomen. Sommige covens gebruiken deze traditionele namen niet, maar spreken enkel van de Grote Moeder, Moeder Aarde of Moeder Natuur.

De verering van de Godin in de Wicca is gebaseerd op de theorie van de Neolithische Grote Moedergodin. Het geloof dat de mens ooit één Grote Moedergodin vereerd zou hebben, bestaat al langer. De klassieke filosofen verwezen reeds naar Moeder Aarde, Gaia. Zij haalden hun inspiratie bij de Griekse mythe van de paring van een mannelijke Hemelgod met een vrouwelijke Aardegodin, waaruit de kosmos ontstond. Het moderne geloof dat er ooit zo’n universele, prehistorische Grote Moeder werd aanbeden, kreeg vooral vorm in de geesten van negentiende en twintigste eeuwse academici. Echt bewijzen voor zo’n universele Moedergodin zijn er niet. De Britse historicus Ronald Hutton schrijft in The Pagan Religions of the Ancient Britisch Isles dat wetenschappers eerst de beslissing namen dat er een Grote Moedergodin bestaan heeft, en "daarna was het niet moeilijk meer om bewijzen te verzamelen om deze stelling te onderbouwen, eenvoudigweg door elke voorstelling van een vrouw uit de Oude en Nieuwe Steentijd te behandelen als een afbeelding van dit wezen." De 35.000 jaar oude paleolithische figurines van vrouwen werden omgedoopt tot Venusbeeldjes, alhoewel niemand weet wat de precieze betekenis van deze beeldjes is.

Sinds het einde van de jaren ‘60 is er behoorlijk wat twijfel gerezen over het bestaan van de neolithische Grote Moedergodin. Kleine beeldjes van vrouwen worden in verschillende culturen gebruikt als "speelgoed", als objecten in magische handelingen, als rituele voorwerpen in het rouwproces...

Maagd Maria op een maansikkel
De gekerstende versie van de maangodin, als de Maagd Maria op een maansikkel, door Albrecht Dürer.

Op het moment dat de Grote Moedertheorie in academische kringen afbrokkelde, vond ze echter een gretige afnemer bij de vrouwenbeweging, die in de neolitische Grote Moeder de universele Godin zagen die ze nodig hadden. De jonge vrouwenbeweging vond in de Grote Moedertheorie immers een historisch argument om het patriarchaat in de profane maatschappij en de religie aan de kaak te stellen. Vooral het werk van Maria Gimbutas The Goddesses and Gods of Old Europe uit 1974 vond gretig aftrek. Gimbutas schetste het beeld van een vreedzame en kunstzinnige neolithische samenleving in de Balkan die de Godin vereerde en waarin de vrouw centraal stond, maar die vernietigd werd door barbaarse patriarchale invallers. Gimbutas werd in kringen van historici fel bekritiseerd, maar deze geluiden drongen niet door tot bij het grote publiek, die de theorie van de Grote Moedergodin bleef aankleven.

De moderne geschiedschrijving gaat er van uit dat er sinds de Oude Steentijd ongetwijfeld Godinnen, Goden, natuurgeesten en -krachten vereerd werden, maar dat hun betekenis en impact sterk kon verschillen. Er bestaat een kleine kans dat er ooit een universele Moedergodin vereerd werd, maar die kans is eerder onwaarschijnlijk.

De moderne Godinnencultus heeft haar ontstaan dus grotendeels te danken aan een hypothese die door de academische wereld geponeerd werd. Ook de Wicca, die sterk onder invloed stond van de vrouwenbeweging, heeft geput uit het (ondertussen verouderde) wetenschappelijk onderzoek naar de Grote Moedergodin. De wicca-theorie klinkt dan ongeveer als volgt:

Volgens de vroegste mythes was het goddelijke uitsluitend vrouwelijk. De Godin bevruchtte zichzelf en baarde zo het universum. Zelfs in de Genesis zijn de eeuwige wateren, Tiamat, vrouwelijk en is Gods Geest in de hebreeuwse vorm vrouwelijk. In vele mythes baarde de Godin een zoon, die haar minnaar en gemaal werd. Bij de Aboriginals in Australië is het de zonnegodin Yhi, die de Alvader Baiame baart. Samen gaven ze vorm aan planten, dieren en mensen. Maar de Godin lag aan de basis van alles. Zij werd de schepster, de maagd, de moeder, de wijze vrouw, de vernietigster, de oorlogsgodin, de dood, de jager, de koningin, de genezeres, de bewaakster van het haardvuur, de tovenares en de heks. Ze manifesteerde zich in het schuim van de golven, in de meren, de bomen, de glooiïngen in het landschap, in grotten, heilige bronnen, de aarde, de fasen van de maan en kreeg zo duizenden gezichten, namen, feestdagen en heilige plaatsen.

Tijdens de eerste drie millennia voor onze jaartelling nam de invloed van Godinnen langzaam af en namen de Goden de heerschappij stapsgewijs over. Vooral het belang van de man bij sedentaire volkeren, als verdediger van het grondgebied en dus van de bezittingen, deed de invloed van de Godin stilaan afnemen. Nochtans bleef de Godin aanwezig, tot vandaag de dag. In een Angelsaksisch gedicht van tussen 950 en 1050 wordt ze aangeroepen om de akkers te zegenen.

Erce, Erce, Erce, eorthan mødor
geunne The se alwalda, ëce drithen
eacere wexendra and wridenda
eacniendra and elniendra
sceafte heries, scire-waestma
and þaere bräden bere waestma
and þaere hwïtan hwaete waestma
Häl wes vu, fole, fira mødor,
beo þu growende on godes feaþme
födre gefylled fyrum to nytte

Erce, Erce, Erce, moeder Aarde
meesteres van al, eeuwige heerseres
gun dat de akkers groeien en bloeien
opzwellen en het goede voorbeeld geven
prijzenswaardige halmen, een prachtige oogst.
En er groeide een oogst van gerst
en een oogst van wilde tarwe
en van alle andere vruchten des velds.
Heil zij u, Aarde, moeder der mensheid
wees groeiend in de armen van de godin,
gevuld met voedsel tot heil der mensheid.

Toen deze aanroeping geschreven werd, had het patriarchale christendom zich reeds genesteld in onze gewesten. En alhoewel godinnen geen deel uitmaken van de christelijke theologie, bleven ze in een of andere vorm bestaan. Maria, de moeder van Jezus, kreeg tijdens het concilie van Ephese in 431 een nagenoeg goddelijke status, wellicht om te kunnen concurreren met de overblijfselen van Artemis en Isisvereringen in Europa. Maria werd de Koningin der Hemelen, en symboliseerde in de christelijke iconografie de kerk. Tot vandaag leeft ze voort in de harten van vele christenen.

In de twintigste eeuw dook een nieuw concept van de Godin op in de verschillende natuurreligies die ontstonden. Zij werd de tegenpool van de God in een polair godsbeeld. Alhoewel de neopaganisten zich inspireerden op oude heidense religies, creëerden ze een nieuw godsconcept. Geen enkele paganistische religie kende immers het principe van het dualistische godsbeeld. Dit dualisme wortelt in de religies van het Nabije Oosten, en meerbepaald in Zoroastrisme, Manicheisme en het Christendom. Het verschil met deze religies is dat zij een tegenstellende polariteit ontwikkelden, goed-slecht, terwijl de wicca een aanvullende polariteit creëerde, man-vrouw.

De ontwikkeling van deze aanvullende polariteit verliep echter moeizaam, ook in de Wicca. In Gerald Gardners eerste boek over hekserij uit 1949 High Magic’s Aid, kwam de Godin niet voor. Alle aandacht ging nog steeds naar de God. Pas in de jaren ‘50 dook ze op in de heksenrituelen, wellicht door toedoen van Gardners hogepriesteres Doreen Valiente. De God en de Godin werden zo gelijkwaardig. Haar rol groeide onder invloed van de vrouwenbeweging in de jaren ‘60 en ‘70 totdat ze zelfs een dominante rol kreeg in de heksenrituelen.

In de Opdracht van de Godin, wordt ze Aradia genoemd, naar de naam van de Godin in het boek Aradia, Gospel of the witches van Charles Godfrey Leland uit 1889. De naam Aradia refereert niet aan een bestaande voorchristelijke Godin. Leland inspireerde zich op het werk La Sorcière van de Fransman Jules Michelet, die eveneens beweerde dat een voorchristelijke heksenreligie was blijven doorleven. Leland gebruikte dezelfde naam voor de Godin dan Michelet, namelijk Herodias, maar hij vertaalde ze naar het Italiaans. Zo ontstond de naam Aradia pas op het einde van de negentiende eeuw. Herodias heeft wel een oudere voorgeschiedenis. Zij wordt in het Nieuwe Testament omschreven als een van de meest boosaardige vrouwen. Haar naam zou later door de kerkvaderen gebruikt worden voor de leidster van de Wilde Jacht. Tussen de negende en de veertiende eeuw geloofden velen dat hun geest tijdens de slaap weggerukt werd in een wilde rit door het luchtruim, de zogenaamde Wilde Jacht. Andere kerkvaderen noemden Diana -- de Romeinse godin van de jacht -- als leidster van de Wilde Jacht.

In Lelands boek is Aradia de dochter van Diana. Volgens de legende was Diana het begin van alles. Zij deelde zichzelf op in een duister en een licht deel, dat ze Lucifer (Lichtdrager) noemde. Lucifer werd haar minnaar en uit hun liefde werd Aradia geboren.

Aradia werd volgens deze legende door haar moeder als messias naar de aarde gezonden om de mensen te verlossen van slavernij door hen de kunst van de hekserij te leren.

De moderne Wicca heeft de Aradia uit het gelijknamige boek van Leland overgenomen in talrijke rituelen. Wanneer de Godin wordt opgeroepen, gebeurt dit meestal als volgt:

Heil Aradia, laat Uw liefde stromen
uit de hoorn van Amalthea.
Ik buig diep voor U,
ik bemin U tot het einde.
Uw voeten aan mijn lippen.
Uw altaar getooid met offers van liefde.
Mijn gebeden drijven op de rook.
Schenk ons dan Uw liefde als vanouds, O Machtige.
Daal neer... daal neer... daal neer
om mij te helpen, want zonder U,
ben ik verloren, eenzaam en verlaten.

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter