Stelling van junias: Fanatisme betekent je krachtinspanning verdubbelen nadat je je doel bent vergeten.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

Gehoornde God

In de Moderne hekserij is de Gehoornde God de partner en gemaal van de Godin. Hij vertegenwoordigt het mannelijke principe van het goddelijke. Hij is de Heer van het Leven, en de heerser van de Onderwereld, het rijk der doden. Hij is de ontembare kracht van de natuur, God van de wouden, Heer van alle dieren. Waar de Godin meestal in verband gebracht wordt met de maan, staat de God voor de kracht van de zon. In sommige kosmologieën is de situatie omgekeerd, zoals bij de Japanse zonnegodin Amaterasu en de maangod Tsukiyomi of de Aboriginal zonnegodin Yhi en de maangod Bahloo.

Heksen eren de God in de cyclus van de seizoenen, tijdens de sabbats. Net zoals de Godin, heeft ook de God verschillende aspecten. Hij wordt zowel gezien als een God van de jacht en van het dierenrijk, als een vegetatiegod, de zogenaamde Groene Man die ook vaak met hoorns werd afgebeeld. Ook de wassende en de afnemende zon vertegenwoordigen verschillende aspecten van de Gehoornde God: de Eikkoning, als heer van de wassende zon, de Hulstkoning als heer van de afnemende zon.

De meeste heksen beschouwen de Godin als een permanente kracht in de natuur, een onsterfelijke aanwezigheid, terwijl ze de God zien als een entiteit die in kracht toe- en afneemt. Dat beeld wordt ontleend aan de cyclus van de seizoenen waarin ook de invloed van de zon op aarde in intensiteit toeneemt en afneemt. Zo ontstaat een ‘levensverhaal’ van de God die na de winterzonnewende met Yule (21 december) geconcipieerd wordt en tijdens de lente groeit, geboren wordt en de volwassenheid bereikt. Die periode is de heerschappij van de Eikkoning. Vanaf de zomerzonnewende met Litha (21 juni), zullen zijn krachten afnemen. Hij offert zich met Lughnasadh (1 augustus) en reist naar de Onderwereld, waar hij met Samhain (1 november) arriveert. Deze periode wordt de heerschappij van de Hulstkoning genoemd.

Net zoals voor het concept van de Godin putten de nieuwe heksen voor de God hun inspiratie uit heidense ‘voorlopers’. Afbeeldingen in paleolitische grotten, zoals die in de Caverne des Trois Frères in het Franse Ariège tonen een gehoornde sjamaan, die een rituele dans uitvoert. Paleonthologen zijn het nog steeds niet eens over de betekenis van deze gehoornde figuren. Niemand weet dus met zekerheid of de sjamaan uit de Caverne des Trois Frères een God, een sjamaan of een vermomde jager voorstelt. Mogelijk associeerden onze voorouders hoorns met de ontembare kracht en de potentie van de hertenstier. Dat is misschien ook de reden waarom in het volksgeloof gemalen hoorn gebruikt wordt als aphrodisiacum of waarom men in het Engels nog steeds seksuele opwinding omschrijft als horny. Sommige volksdansen, zoals de bekende hoorndans uit het Britse dorp Abbots Bromley, zijn naar alle waarschijnlijkheid overblijfselen van oude heidense rituele dansen. De afgelopen eeuwen trachtte de kerk rituelen waarbij hoorns gebruikt werden af te schaffen. Theodorus, aartsbisschop van Canterbury, waarschuwde de gelovigen op het einde van de zevende eeuw voor verkleedpartijen waarbij hoorns gebruikt werden: "Wie tijdens de calenden van januari verkleed gaat als een stier of een hert, dat is, zichzelf tot een wild dier maakt en zich kleedt in de huid van een kuddedier, en het hoofd van beesten draagt, zij die zich op dergelijke wijze veranderen in de verschijning van een wild dier, worden gestraft met drie jaar, want dit is des duivels."

Herne the Hunter
Herne the Hunter van George Cruikshank, 1843.

De hoorn werd wellicht beschouwd als een symbool van kracht, wat ook terug te vinden is bij de helmen van verschillende krijgsvolkeren, zoals de Europese Vikings, Kelten en Germanen of de Japanse Samourai. Zelfs de Bijbel verwijst naar hoorns als tekenen van aanzien. In de Deuteronomion wordt Mozes beschreven met hoorns: "...en zijn hoorns zijn als de hoorns van de eenhoorn." Michelangelo zou zich op de legende van de gehoornde Mozes baseren voor zijn wereldberoemde beeld van Mozes.

Wellicht is de bekendste en populairste versie van de gehoornde God de fluitspelende Pan, de Arcadische bosgod en beschermheer van de kuddes. Aan hem danken we het woord paniek, dat verwijst naar de irrationele wilde angst waarmee men kan overvallen worden wanneer men in ongekende situaties terecht komt.

Wicca’s gebruiken echter veel vaker de naam van de Keltische god Cernunnos als ze de Gehoornde God oproepen. Merkwaardig genoeg is er over Cernunnos nagenoeg niets bewaard gebleven. De naam Cernunnos werd aangetroffen op een Gallisch altaar dat zich nu onder de Nôtre Dame in Parijs bevindt. Cernunnos is een vergriekste vorm van een oorspronkelijke Keltische naam, die tot op heden ongekend is gebleven. Sommige auteurs suggereren dat de Hernefiguur uit de Britse folklore, eveneens een gehoornde god, dichter bij de oorspronkelijke Keltische naam staat. Ze zouden beiden dezelfde woordstam hebben: K-RN en H-RN.

Een gelijkaardige gehoornde figuur komt ook voor op de wereldvermaarde Gundestrupketel die in 1891 in het gelijknamige Deense dorp opgegraven werd. Alhoewel de ketel in Denemarken werd gevonden, werd hij wellicht gemaakt in Gallië in de eerste eeuw voor onze jaartelling. de gehoornde figuur, die gemakshalve ook Cernunnos wordt genoemd, wordt erop afgebeeld als een gehoornde man in kleermakerszit die omringd is door dieren. Hij draagt ook een torc, een open ketting die aan Keltische edellieden voorbehouden was, en houdt een gehoornde slang in z’n hand. Een andere afbeelding vinden we op de zogenaamde St.-Goarzuil uit Duitsland, een fallische cultussteen uit de vijfde eeuw voor Christus, waarop een gehoornde figuur afgebeeld staat als een vegetatiegod. Of al deze goden ook werkelijk vereerd werden onder de naam Cernunnos is onwaarschijnlijk.

ketel met Gallische Gehoornde God
De ketel met de Gallische Gehoornde God uit de tweede of eerste eeuw voor onze jaartelling, zoals die gevonden werd in het Deense dorpje Gundestrup.

Gardneriaanse heksen gebruiken de naam Cernunnos in hun rituelen, maar Alexandrijnen verkiezen de variant Karnayna. De naam Karnayna kreeg ruime verspreiding onder invloed van Alex Sanders. Critici, ondermeer de bekende Wicca-auteur Doreen Valiente, beweren dat hij de naam verkeerd zou gehoord of gespeld hebben bij het overschrijven van het Gardneriaanse Boek der Schaduwen. In het Gardneriaanse Boek zelf wordt de naam immers niet geschreven, maar vervangen door een symbooltje. Sanders zou de naam dus enkel gehoord kunnen hebben. Deze these heeft mij nooit helemaal overtuigd. Ik geloof dat Sanders de naam Karnayna bewust heeft gebruikt. Maxine Sanders schreef mij dat de naam vroeger gebruikt werd in de coven van Sylvia Stead, waarin Sanders was ingewijd. Dat verklaart echter niet waar de naam zelf vandaan komt. Er bestaan echter treffende overeenkomsten tussen Karnayna en de legendarische koning Dhul Karnain (Dhul Quarnain), die in de Koran voorkomt. Dhul Karnain betekent Hoorndrager. Wie deze koning precies was, is niet duidelijk, maar meestal wordt hij in verband gebracht Alexander (let op de gelijkenis met de naam Alex Sanders) de Grote. Alexander de Grote beeldde zichzelf op munten af met hoorns. Volgens E. Wallis-Budge in zijn Life of Alexander The Great uit 1896 nam Alexander de attributen van de Egyptische god Amon-Ra over, die volgens de legende ook de vader van Alexander de Grote was.

De figuur Dhul Karnain komt voor in een merkwaardig hoofdstuk in de Koran, de Soera Al Khaf of het Hoofdstuk van De Grot. De parabels in het hoofdstuk handelen over de mysteriën van het leven en de verzen over Dhul Karnain meer bepaald over de vergankelijkheid. Dhul Karnain was een machtig en rechtvaardig Koning die de zwakkeren beschermde tegen de sterken. Hij ondernam drie expedities, een naar het Westen, naar de "ondergaande zon", één naar het Oosten, naar de "opgaande zon" en één naar een volk, dat hij beschermt tegen onheil door er een ijzeren wal rond te bouwen.

De gelijkenissen met de wiccalegende is treffend. De Gehoornde is diegene die Heerst over de Onderwereld en de wouden, heerst over leven en dood (opkomende en ondergaande zon) en wordt in de legende (zie initiatie) ook de Beschermer genoemt. Zijn drie reizen verwijzen naar het heilige getal drie.

Islamologen zijn het er niet over eens dat Dhul Karnain dezelfde figuur is als Alexander de Grote. Sommigen menen dat hij een Perzische of Himyaritisch koning was. De archeoloog Geoffrey Bibby vereenzelvigt Dhul Quarnain met de Mesopotamische Gehoornde god Enki.

De treffende gelijkenis tussen Alexander en Alex Sanders en Dhul Karnain en Karnayna kunnen er echter op wijzen dat Sanders zich identificeerde met de grote Griekse veldheer. Hoe dan ook, de keuze van Karnayna is niet eens zo gek. In Marokko bestaat er immers een geheime cultus van de zogenaamde Dhulquarneni, de Hoorndragers, waarvan bekend is dat ze in Cirkels dansten om magische krachten op te wekken en ook de maan vereerden. Hun dansen zouden mogelijk aan de basis liggen van de heidense Morrisdansen, die vroeger Moorish dance of Moorse dansen werden genoemd. Dat waren vruchtbaarheidsdansen die uitgevoerd werden tijdens de sabbat van Beltain.

In de Alexandrijnse hekserij wordt de Gehoornde tijdens de rituelen als volgt opgeroepen:

Heil Karnayna, Heer van heuvels en dalen,
Gij die woont aan de schaduwkant,
Waar de wilde kuddes dwalen,
keer terug naar uw vergeten land.
Gids uw verdwaalde kudde uit het duister
Laat ons de slaap en de nacht vergeten,
Schenk ons uw glans en uw luister,
Het licht dat ons werd toegemeten
En open de deur, de deur zonder slot,
Open de toekomst en laat ons dromen.
Karnayna, Aloude Gehoornde God,
Aanhoor mij en wil tot ons komen. (3x)

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter