Feeëntraditie
De Feeëntraditie (Faery tradition) is een Amerikaanse heksentraditie die teruggaat op Victor Anderson en Gwydion Pendderwen (1946-1982). Een van de bekendste vertegenwoordigers van de Feeëntraditie is wellicht Miriam Simos, of Starhawk, die door Victor Anderson werd opgeleid. De Feeëntraditie in de Verenigde Staten mag niet verward worden met de Radicale Feeën (Radical Faeries), wat een Amerikaanse spirituele homobeweging is.
De Feeëntraditie is een extatische traditie met een sterke nadruk op seksuele mystiek, wat in de Verenigde Staten, waar de seksuele pudeur heel wat groter is dan in Europa, niet evident is. De Feeëntraditie heeft het ook nooit moeilijk gehad om homo's en lesbiënnes in te wijden.
De Feeëntraditie gebruikt een specifiek corpus van liederen en rituele teksten die teruggaan op Anderson en Pendderwen. De verschillende covens gebruiken echter rituelen die stylistisch sterk van elkaar kunnen verschillen.
Naast de teksten van Anderson en Pendderwen kent de Feeëntraditie nog andere invloeden, ondermeer uit magische cultussen die de Afrikaanse slaven hadden meegebracht, uit Huna, het sjamanisme, Tibetaanse meditaties en ceremoniële magie. De oorspronkelijke teksten zijn ook sterk geïnspireerd door de Alexandrijnse hekserij. In het Feeënmateriaal zijn er immers delen van het Alexandrijnse Boek der Schaduwen overgenomen .
Victor Anderson wordt ontegensprekelijk erkend als de voorvader van de Feeëntraditie. Hij werd geboren kort na de eeuwwisseling in New Mexico en beweert in 1932 te zijn ingewijd in een oude heksentraditie in Ashland, Oregon. Op negenjarige leeftijd werd hij in de Harpy coven ingewijd door een oude vrouw. De coven beoefende een veel eenvoudigere vorm van hekserij dan de moderne tradities. De heksen die deelnamen aan de rituele werkzaamheden noemden zichzelf feeën (faeries). Mogelijk verwijst de naam naar de geschriften van de Britse antropologe Margaret Murray die in haar boek The Witch Cult in Western Europe het zogenaamde feeënvolk beschrijft. De feeën waren het mythische kleine volk dat leefde op de Britse eilanden sinds de steentijd. Ze werden ook Sidhe, Picten of Pixies genoemd. Nu nog heten in Cornwall de kabouters Pixies. De feeën werden volgens Murray in de bronstijd verdreven in de heuvels, waar ze in ronde, met turf bedekte hutten woonden en van de veeteelt leefden. Volgens Murray werd de Oude Religie er eveneens in covenverband beleden. De covens werden geleid door een vrouw -die de Queen of Elphame (Koningin van het Elfenland) werd genoemd- samen met de Heilige Koning, een incarnatie van de God.
Andersons kreeg in de feeëncoven bijna onmiddellijk een seksuele initiatie van de oude vrouw. Tijdens de initiatie zou hij een visioen gekregen hebben, waarbij hij door de ruimte zweefde en de Godin ontmoette, in de gedaante van zijn inwijdster. In het visioen reisde hij verder en kwam in een woud terecht, op een open plek waar hij aan de hemel een groene maan zag staan. In het woud ontmoette hij een jonge man -met de fallus in erectie- die twee hoorns op z'n hoofd droeg. Tussen de hoorns brandde een blauw vuur.
Na zijn terugkeer in de Cirkel werd hij onderwezen over de kruiden die in koperen ketels in de Cirkel zaten. Zijn inwijdster wijdde hem met boter, olie en zout.
In de jaren '50 wijdde Anderson Gwydion Pendderwen in. Samen met Pendderwen schreef hij de meeste rituelen voor wat sindsdien bekend staat als de Faery tradition, of Feri tradition, zoals Anderson het woord schreef. Pendderwen werd geboren in 1946 in Berkeley, Californië. Hij was sterk geïnteresseerd in de Keltische traditie en studeerde zelfs Welsh om de oude teksten te kunnen lezen. Hij werd in paganistische middens vooral bekend om zijn poëzie, teksten en liederen. Zijn belangstelling voor de kunst leidde hem naar de California State University waar hij later studeerde. In 1970 stichtte hij Nemeton -- Welsh voor heilig woud -- een paganistisch netwerk. In 1978 fuseerde Nemeton met de Church of All Worlds.
In 1977 stichtte Pendderwen Forest Forever, een vereniging die zich vooral bezig hield met herbebossingsprojecten. In 1978 fuseerde deze vereniging eveneens met de Church of All Worlds.
Eén van de mooiste teksten uit de Feeëntraditie is wellicht de scheppingsmythe, zoals die werd overgeleverd door Victor Anderson en gepubliceerd werd in The Spiral Dance van Starhawk:
Hun extase barstte uit in het enkele lied van alles wat is, was of zijn zal, en met het lied kwam de beweging, golven die naar buiten stroomden en die alle sferen en Cirkels van de werelden werden. De Godin werd vervuld met Liefde, zwol van Liefde, en baarde een regen van heldere geesten die de werelden vulden en alle wezens werden.
Maar op dat moment werd Miria weggerukt, en terwijl ze uit de Godin wegtrok, werd ze steeds mannelijker. Eerst werd ze de Blauwe God, de zachte, glimlachende god van de Liefde. Daarna werd ze de Groene Man, met ranken bedekt en geworteld in de aarde, de geest van alles wat groeit. En ten slotte werd ze de Gehoornde God, de Jager wiens gelaat de blozende Zon is, maar ook het duister van de Dood.
Maar altijd trekt het verlangen hem terug naar de Godin, zodat hij eeuwig om haar heen wentelt, in zijn zoektocht om in Liefde terug te keren. Alles begon in Liefde, alles wil naar Liefde terugkeren. Liefde is de wet, de leraar van de wijsheid en de grote onthuller van de mysteriën.'
De Miria in de scheppingsmythe is de oude heidense zeegodin Marian zoals ze door Robert Graves wordt beschreven in The White Goddess . In de Feeëntraditie heet de Godin in haar aspect van de volle maan overigens Mari. De vijf goden die genoemd worden in het scheppingsverhaal zijn volgens Starhawk de vijf punten van het pentagram.
In de Feeëntraditie werken heksen met het -- dicht bij de psychoanalyse liggende -- concept van het drieledige Zelf.
Het Jonge Zelf is de onbewuste geest, die de wereld ervaart op een holistische wijze en communiceert via beelden, emoties, sensaties, dromen, visioenen en fysieke symptomen.
Het Sprekende Zelf is de bewuste geest, die de indrukken van het Jonge Zelf benoemt en ordent en communiceert via taal, abstracte concepten en wiskundige begrippen.
Het Diepe Zelf of Goddelijke Zelf is voor de Feeëntraditie het goddelijke in elke mens, de geest die tijd, ruimte en materie overstijgt. In de Feeëntraditie wordt dit de Blauwe God genoemd, de Dian Y Glas. Dian verwijst naar Diana en Tana, de namen van de Godin in de Feeëntraditie, evenals naar Janicot, de Baskische naam voor de Gehoornde God.
Volgens de Feeëntraditie kan het Diepe Zelf opgeroepen worden via de intuitie van het Jonge Zelf. Rituelen, poëzie, muziek, symbolen, of mythen openen de poorten naar het Diepe Zelf.
De Feeëntraditie van Marc Roberts is een andere Amerikaanse heksentraditie, die echter een veel beperkter aantal leden heeft. Deze traditie werd naar de Verenigde Staten gebracht in het begin van de jaren '70 en zou haar wortels vinden in een Britse studiegroep van Dion Fortune. Oorspronkelijk werd de traditie Hyperborea genoemd. Sinds 1979 spreken de ingewijden zelf van het Fee
ëngeloof. De traditie werkt voornamelijk met het Keltische bomenalfabet en de dertien maanfasen van het jaar. Deze Keltische elementen werden verweven met de Hunafilosofie uit Haiwaï, Jungiaanse psychologie, en indiaanse spiritualiteit.
Kandidaten krijgen een opleiding van een jaar en een dag over de dertien maanfasen. Pas dan kunnen ze ingewijd worden. Deze initiatie komt overeen met de tweede graadsinwijding in de meeste andere tradities. Ingewijden bestuderen dan de vijf zonnebomen, die in het Keltische bomenalfabet overeenkomen met de klinkers A,O,U,E,I (Ailim, Ohn, Ur, Eadha en Ioho of respectievelijk zilverspar, gaspeldoorn, heide, populier en taxus). Na enkele jaren kunnen ze hun Vijfde Zon verwerven, de initiatie tot hogepriesteres of hogepriester, wat in de meeste tradities de derde graadsinitiatie is.
Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter