Het inzicht van Epicurus: Plezier is het begin en het einde van een gelukkig leven.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

coven

Een groep heksen wordt een coven genoemd. Letterlijk betekent coven 'bijeenkomst', van het Latijn convenire, samenkomen of bijeen komen. Volgens de traditie bestaat een coven uit maximaal dertien heksen. Op haar proces in 1662 zei de van hekserij beschuldigde Schotse vrouw Isobel Gowdie reeds: "Ther ar threttein persons in ilk Coeven".

De ideale samenstelling van een coven bestaat uit zes vrouwen, zes mannen en de hogepriesteres die de leiding heeft. Vaak echter bestaat een coven uit minder leden en is de verdeling over de beide geslachten ook niet zo evenredig. Covens beperken het aantal leden omdat het magische werk tijdens de esbats een grote mate van onderling vertrouwen vergt. Tijdens esbats werken de covens dan ook meestal alleen. Sabbats daarentegen worden soms door meerdere covens bijgewoond, alhoewel ook dat geen regel is.

Alhoewel sommige moderne heksen beweren dat hun coven een eeuwenoude voorgeschiedenis heeft, bestaat daar weinig historisch bewijs voor. De Britse heks Sybil Leek beweerde dat de coven in het Britse New Forest waar zij was ingewijd, al achthonderd jaar bestond. In de oude heksenprocessen vindt men soms verwijzingen naar heksen die in groep zouden gewerkt hebben. De oudste verwijzing dateert uit een proces van 1324 tegen Dame Alice Kyteler in het Ierse Kilkenny. Het is niet ondenkbaar dat de oude volksheksen en magiërs in groepsverband zouden gewerkt hebben, maar de theorie dat er een rechtstreeks verband zou bestaan tussen deze oude groepen en de moderne heksencovens, wordt nagenoeg door niemand meer aanvaard.

De plaats waar de coven samenkomt wordt de covenstede genoemd. Het is een vaste plek in de natuur, in een tempeltje of gewoon bij de hogepriesteres thuis. De omgeving waar de coven zich bevindt heet het covendom. Het covendom strekte zich volgens de traditie uit in een straal van vijf kilometer rond de covenstede. Oorspronkelijk mochten er zich in die omtrek geen andere covens vestigen, maar die regel wordt al lang niet meer gevolgd. Vooral in grote stedelijke centra kunnen er verschillende covens dicht bij elkaar werken.

De coven wordt geleid door de hogepriesteres. Meestal doet ze dat in samenspraak met een hogepriester, die dikwijls haar levensgezel is. Alhoewel de hogepriesteres in principe de coven leidt, heeft ze niet alle macht in handen. Ze zorgt er voor dat de werkzaamheden vlot verlopen. Haar 'gezag' zal afhangen van de manier waarop ze een harmonische samenwerking tussen de verschillende covenleden kan doen ontstaan. In die zin heeft de hogepriesteres geen 'hogere' functie dan de andere covenleden.

De hogepriesteres is dikwijls de heks die de coven gesticht heeft. Zij blijft meestal in functie tot de coven ophoudt te bestaan. Sommige hogepriesteressen werken samen met een zogenaamde Maagd. Het begrip Maagd staat hier voor een jonge vrouw. Meestal is zij een tweedegraads heks die de hogepriesteres assisteert tijdens de rituelen en haar soms vervangt. Als de hogepriesteres de coven om een of andere reden verlaat, kan de Maagd haar functie overnemen.

In sommige tradities wordt de hogepriesteres jaarlijks verkozen, andere tradities werken helemaal zonder hogepriesteres.

Elke coven is autonoom. Er bestaat immers geen hiërarchische structuur in de moderne Wicca. Sinds het einde van de jaren '60 hebben covens zich soms wel verenigd in koepelorganisaties. Deze evolutie zette zich in Amerika in, omwille van belastingtechnische redenen (zie Covenant of the Goddess). Religieuze organisaties kunnen er immers een vrijstelling van belasting krijgen, en kunnen -als ze erkend zijn- ook legaal huwelijken afsluiten.

De meeste covenleden gebruiken tijdens de werkzaamheden niet hun eigen naam, maar een 'heksennaam'. Het gebruik van een pseudoniem heeft vanzelfsprekend te maken met de bescherming van de privacy van de leden, alhoewel naamsveranderingen vrij algemeen voorkomen bij inwijdingsreligies omdat de inwijding een symbolische wedergeboorte is, en de nieuwgeborene dan ook een nieuwe naam krijgt.

Covens bestaan vaak uit een zogenaamde binnencirkel en een buitencirkel. De binnencirkel is de eigenlijke coven van ingewijde heksen. De buitencirkel bestaat uit neofieten die in opleiding zijn. Meestal duurt een opleiding ongeveer een jaar en een dag. De kandidaat vraagt daarna zelf om een inwijding in de eerste graad, en kan dan toegelaten worden tot de binnencrirkel.

De meeste covens behoren tot een heksentraditie, zoals de Gardneriaanse of Alexandrijnse hekserij. Nieuwe covens ontstaan wanneer een tweede of derdegraadsheks zich afsplitst van de moedercoven. Bij een covenscheiding kunnen er leden van de moedercoven meegaan naar de dochtercoven, of kan de nieuwe hogepriesteres, al dan niet samen met een hogepriester, nieuwe kandidaten opleiden en inwijden.

Sommige covens worden ook gevormd door mensen die niet eerder in een traditie waren ingewijd. Het gaat vaak om groepjes mensen die, op basis van literatuur, samen aan het experimenteren gaan. Als dergelijke groepjes blijven bestaan, noemen ze zich vaak ook covens.

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter