cake- en wijnceremonie
De cake- en wijnceremonie is de gezamenlijke rituele maaltijd van de heksencoven. Ze maakt deel uit van het sabbat- of esbatritueel, de inwijding of handvasting en vindt meestal plaats aan het eind van het ritueel.
De ceremonie begint meestal formeel met het wijden van de wijn en het zegenen van brood of koeken. De hogepriester neemt de kelk met wijn en knielt voor de hogepriesteres. Zij neemt het athame en houdt dat boven de kelk. De punt van het athame wordt in de wijn gedoopt, als symbool van de eenheid tussen het mannelijke en het vrouwelijke met de tekst:
Zo staat het athame voor het mannelijke
En samen brengen ze vruchtbaarheid.
De hogepriester biedt de hogepriesteres de kelk aan en omgekeerd. Daarna gaat de kelk rond in de Cirkel. De kelk wordt doorgegeven met de heksenkus. Tijdens sabbats wordt de kelk gevuld met rode wijn, tijdens esbats met witte wijn. Sommige covens gebruiken ook bier of mede voor de ceremonie. Na het wijden van de wijn worden ook het brood of de koeken gezegend. Meestal gebeurt dit door een pentagram over de eetwaren te trekken. Ook hier kan een tekst bij gezegd worden. De originele versie uit het Boek der Schaduwen luidt:
De koeken gaan de Cirkel rond en iedereen neemt een stukje. Tijdens de cake- en wijnceremonie wordt een beetje van de wijn of de koeken als een plengoffer aan de aarde geschonken: "Alles wat van Haar komt, keert naar Haar terug."
Na dit formele gedeelte kan ook een echte maaltijd volgen. Elke heks brengt dan iets te eten en te drinken mee. Er wordt gepraat, gelachen, muziek gemaakt en na de maaltijd soms ook gedanst. De gebruiken bij de cake- en wijnceremonie kunnen sterk verschillen van traditie tot traditie en van coven tot coven.
Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter
