De stelling van Wilde: We liggen allemaal in de goot, maar sommigen van ons kijken naar de sterren.
Nieuwe maan

Volgende volle maan:
4 juni - 23u49

Inleiding

ABraCadabra is een boek over hekserij. De moderne hekserij of de wicca, maakt deel uit van de nieuwe paganistische bewegingen - het nieuwe heidendom - die de laatste decennia opmars maakten in West-Europa en de Verenigde Staten. Op haar beurt is het paganisme een van de vele nieuwe religies die onze eeuw heeft voortgebracht.

In de loop van de twintigste eeuw werd West-Europa geconfronteerd met opmerkelijke verschuivingen in de religieuze beleving van de bevolking. De christelijke kerken zagen het aantal gelovigen steeds verder teruglopen, in die mate zelfs dat in Vlaanderen de discussie over de herbestemming van katholieke kerken een ernstig onderwerp van discussie is geworden. Het Duitse opinieblad Der Spiegel heeft de afgelopen vier jaar drie keer een enquête gehouden over het geloof van de Duitsers. In die periode hebben drieënhalf miljoen Duitsers het geloof in God verloren, of zijn ze zonder geloof in God grootgebracht. In 1968 geloofde nog 68 procent van de Duitsers in God, eind 1996 was dat 51 procent. En wie nog gelooft in de christelijke God volgt vaak de officiële leer niet meer. Vooral het christendom als verlossingsreligie lijkt aan belang in te boeten. En "een God waarvan geen verlossing verwacht wordt, is geen christelijke God," zegt De Berlijnse godsdienstsocioloog Jörns.

Het verzwakken van de autoriteit van het christendom is overigens een typisch West-Europees verschijnsel. Op wereldvlak maken de christelijke kerken nog steeds een derde van de bevolking uit en groeit hun aanhang.

Merkwaardig is dat de daling van het aantal West-Europese kerkgangers geen daling van het aantal 'religieuze' mensen met zich heeft meegebracht. Universitaire studies wijzen op de toename van het aantal mensen dat zich weliswaar niet bindt aan de traditionele godsdiensten, maar zich toch bekent tot het geloof in "een opperwezen", een niet nader gedefinieerde God, bovennatuurlijke krachten of paranormale verschijnselen. Deze evolutie kent een lange voorgeschiedenis die al start met de achttiende-eeuwse Verlichting en als parallelle levensbeschouwelijke overtuiging naast het rationalisme lijkt te lopen.

In dit boek zal ik het vaak hebben over religie, zelden over godsdienst. Het past daarom eerst een poging te ondernemen het begrip religie te omschrijven. Het Latijnse religio veronderstelt een "verband tussen de mens en het bovennatuurlijke", en is wellicht gebaseerd op religare wat verbinden betekent. Een belangrijk kenmerk van religie is dat het door meerdere mensen samen beleefd wordt. De kiemen van religie ontstaan als een persoonlijk 'geloof' gedeeld wordt met derden. Dat 'geloof' bestaat uit een bepaalde wereldvisie, een levensbeschouwing die de wereld, de mensheid en het bovennatuurlijke omvat, en hun onderlinge verbanden beschrijft. Tot slot krijgt elke religie haar vorm als er afspraken worden gemaakt over de toepassing van de levensbeschouwing die men samen deelt. Ik gebruik het begrip godsdienst zelden omdat het een "gedienstigheid" aan een welbepaalde God of een welbepaald religieus systeem impliceert.

De nieuwe religieuze bewegingen in de twintigste eeuw zijn zeer uiteenlopend van aard, kennen geen duidelijke structuren, ontstaan en verdwijnen weer als de getijden van de zee. Hun achtergronden zijn bijzonder complex en verschillend: Ze baseren zich op Oosterse spiritualiteit en filosofie, Mediterrane mystieke tradities, West-Europese magische en ceremoniële ordes, religieuze gebruiken van natuurvolkeren, volkse tradities, of zijn afsplitsingen van christelijke kerken en gemeenschappen. Als containerbegrip voor deze nieuwe religies wordt vaak de term New Age gebruikt, maar ook dat begrip is vaag en moeilijk te vatten. Vooral omdat de New Age-beweging niet kan omschreven worden als één georganiseerde entiteit, maar als een cluster van nieuwe religieuze bewegingen, netwerken, centra, trainingsgroepen, bijeenkomsten, bedrijven, scholen en individuen. Het belangrijkste kenmerk van deze groepen is de ervaring van het goddelijke in het individuele Zelf. In het Engels worden ze dan ook Self religions genoemd. Godsdienstsocioloog Paul Heelas plaatst de Wicca onder de New Age beweging en haalt als argument een passage uit de Opdracht van de Godin aan, een van de belangrijkste rituele teksten uit de hekserij: En gij die denkt mij te zoeken, weet dat uw zoeken en verlangen u niet zullen baten als gij het mysterie niet kent: als gij dat wat gij zoekt, niet vindt in uzelf, zult gij het nooit vinden. De nieuwe heksen zijn het daar niet helemaal mee eens, zoals blijkt uit een citaat van de Amerikaanse feministische auteur en wicca-hogepriesteres Starhawk: "Wij beweren niet, zoals sommige modieuze New Age filosofieën, dat wij onze eigen realiteit creëren."

Binnen de nieuwe religies vormt het nieuwe paganisme een uitzonderlijke groep. Het neopaganisme baseert zich op voorchristelijke religies en omschrijft zichzelf als een natuurreligie. De belangrijkste neopaganistische religies zijn: de moderne hekserij of wicca, het druïdisme, het sjamanisme, het Odinisme of Asatru, de godinnencultussen, de ecospiritualiteit en verschillende vormen van magische genootschappen. Zij ervaren het goddelijke niet als transcendent -- ver buiten de wereld -- maar als immanent, in de aardse werkelijkheid. Voor neopaganisten is de Aarde zelf -- mensen, dieren, mineralen... -- "bezield".

Veel neopaganisten, en vooral de wicca's, hebben een bitheïstisch godsbeeld. Zij omschrijven het goddelijke als een polaire harmonie tussen man en vrouw, de God en de Godin. Daarin wijken ze dan weer af van het voorchristelijke paganisme, dat polythe

ïstisch (meerdere Goden) was, maar ook van de grote wereldreligies - christendom, jodendom en islam - die monotheïstisch (één God) zijn.

Alhoewel neopaganisten het goddelijke zowel als mannelijk, dan als vrouwelijk ervaren, leggen verschillende neopaganistische groepen een grote nadruk op de Godin. Dat heeft voor een sterke band met het feminisme gezorgd. In de Verenigde Staten ontstonden dan ook, sinds het einde van de jaren '60 verschillende feministisch georiënteerde groepen, waaronder het Dianisme, een vorm van hekserij die geen mannen in de groepen toelaat. Maar ook de in Ierland gevestigde Fellowship of Isis -die zowel mannen als vrouwen toelaat- richt zich uitsluitend op de Godinnencultus. De idee dat het vrouwelijke eveneens goddelijk kan zijn, neemt ook toe bij mensen die een andere geloofsovertuiging hebben. Godsdienstpedagoog Helmut Hanisch vroeg aan 2600 kinderen om God te tekenen en te verklaren waarom ze God zo zagen. "Ik heb een Godin getekend, omdat de wereld veel vriendelijker zou kunnen zijn, als vrouwen aan de macht zouden zijn," zei de veertienjarige Stefanie. Zo'n uitlatingen zouden enkele decennia geleden ondenkbaar zijn geweest. Ook de Amerikaanse dominikaan Matthew Fox spreekt inmiddels over de "godinnentraditie in het Christendom". Fox werd door het Vaticaan in 1993 uit zijn kloosterorde gezet.

Een algemeen kenmerk van neopaganisten is dat zij dogma's en bekeringszucht afwijzen. De meeste neopaganisten aanvaarden dat er verschillende, evenwaardige wegen leiden naar dezelfde bestemming en gedragen zich daarom bijzonder tolerant naar andere religies. Een voorbeeld daarvan zijn de interfaith groups in Groot-Brittannië, waarin neopaganisten, katholieke en Anglikaanse priesters en leken over hun geloof praten. De Britse Pagan Federation, een koepel van paganistische verenigingen, heeft een interfaith coördinator, die zich specifiek bezig houdt met de contacten met andere religies. Momenteel is dat de Wiccahogepriesteres Vivianne Crowley.

Stilaan wordt het neopaganisme ook door andere religies erkend, getuige daarvan de uitnodiging die enkele Amerikaanse Wiccakoepels kregen voor het Parlement van Wereldreligies dat in 1993 in Chicago werd gehouden.

Neopaganisten organiseren zich in kleine groepjes, die autonoom werken. Er bestaat geen hiërarchische structuur met een centraal bestuur, zoals bij de christelijke kerken. De groepjes ontstaan spontaan, of splitsen zich af van bestaande groeperingen. Vaak bestaan ze maar enkele jaren. De groepen houden onderling contact via netwerken, het zogenaamde SPIN-concept (Segmented-Polycentric-Integrated-Network), een concept dat ook door het vroege christendom werd gebruikt. Het voordeel van de autonome groepjes bestaat erin dat elke groep een zeer hoge graad van vrijheid behoudt en dogmatisme zo tegengewerkt wordt. Het nadeel is dat er, naar de publieke opinie toe, geen 'leiders' of 'woordvoerders' bestaan die kunnen spreken namens de hele gemeenschap. De netwerken, zoals de Pagan Federation, nemen nu vaak de rol van woordvoerder waar en verzorgen, in Groot-Brittannië bijvoorbeeld, een PR-functie naar de media en de overheid.

Het neopaganisme als natuurreligie heeft van in het begin een romantisch beeld gehad van de natuur en hing een "groene" filosofie aan. De laatste jaren echter zijn de groepen meer politiek actief geworden. In Groot-Brittannië waren paganisten actief in de dierenrechtenbeweging, in de strijd tegen de aanleg van nieuwe autosnelwegen en verzamelden ze mee fondsen voor de aankoop van bossen en natuurgebieden. In de Verenigde Staten deed Wiccahogepriesteres Miriam Simos - beter bekend onder haar auteursnaam Starhawk - zelfs een oproep aan paganisten om politiek actief te worden. Het politieke programma, dat niet via de klassieke partijstructuur, maar via een netwerkstructuur verspreid wordt, zou in Europa als links-ecologisch omschreven worden. Het programma verwerpt racisme en sexisme, bepleit de culturele en religieuze diversiteit, onderlijnt de noodzaak voor een sterk uitgebouwd systeem van sociale zekerheid, is pacifistisch, leunt aan bij de mensenrechtenbeweging en is sterk ecologisch geïnspireerd.

De neopaganistische groepen vervullen twee belangrijke religieuze functies: een esoterische en een exoterische functie.

De esoterische functie was tot voor kort de belangrijkste. Het intimistische en besloten karakter van de groepen bood aan de nieuwe leden een "veilige" omgeving om tot zelfkennis te komen en de inwijdingsrituelen vormden vaak de basis voor een ingrijpende persoonlijke transformatie. Het nadeel van het besloten karakter was dat het door de publieke opinie als "verdacht" werd ervaren, net zoals de vrijmetselaarsordes te kampen hebben gehad met publieke verdachtmakingen.

De laatste jaren zijn veel groepen zich dan ook opener gaan opstellen en hebben ze gewerkt aan hun exoterische functie. Die heeft betrekking op de religieuze noden van de maatschappij en voorziet ondermeer in betekenisvolle rites de passage bij geboorte, puberteit, huwelijk en dood. Deze rituelen worden steeds meer en meer in het openbaar gehouden. Naast de rites de passage bieden de neopaganistische groepen recent ook een vorm van lekenbediening in ziekenhuizen, instellingen en gevangenissen. In december 1994 kozen de studenten van de universiteit van Leeds bijvoorbeeld een wiccapriesteres als hun universiteitsaalmoezenier. In datzelfde jaar werd in Groot-Brittannië, op vraag van het ministerie van binnenlandse zaken, door de Pagan Federation een lekenbediening georganiseerd voor paganistische gevangenen.

Binnen de neopaganistische familie is de wicca wellicht de grootste groep. De nieuwe religie kreeg vorm in de jaren '40 in Groot-Brittannië en profileerde zich als een mysterietraditie en een natuurreligie. Wicca's beschouwen de natuur als heilig en vereren haar in de polariteit van 'De Godin' en haar gehoornde gemaal 'De God'. In de cyclus van de seizoenen zien ze de levensloop van de Goden: De Godin (de aarde) die bevrucht wordt in de late winter, hoogzwanger is in de lente, het leven schenkt aan de jonge God (de zon) en met haar zoon huwt bij de aanvang van de zomer. Hij schenkt zijn leven tijdens de oogst om te sterven in de herfst en af te dalen naar de onderwereld in de winter. Dat proces van leven en dood, dat ook jaarlijks in de natuur terugkeert, vormt de ruggengraat van de heksenrituelen of sabbats. Als een mysterietraditie is de wicca vooral begaan met de persoonlijke, psychische ontwikkeling van de leden, waarbij symbolen en rituele handelingen kunnen bijdragen tot een groter inzicht.

Wicca's noemen zich heksen en hebben hebben het zich daardoor in de publieke opinie niet makkelijk gemaakt. Waar druïden bijvoorbeeld in het beste geval op sympathie kunnen rekenen, en in het slechtse geval op hoongelach, riskeren heksen - door de keuze van deze naam - angst op te roepen. Dat was ook gedeeltelijk de bedoeling. Vooral feministische heksen vonden het beeld van de "sterke vrouw, die niet met zich laat sollen" gepast in hun sociale strijd naar gelijkberechtiging. Zij wezen er - terecht overigens - op dat de heksenvervolgingen deels het gevolg waren van een misogyne maatschappij die de potentiële macht van vrouwen wenste te beknotten. Dat de klassieke heks werd voorgesteld als een gevaarlijk en boosaardig wezen heeft volgens deze moderne feministische heksen dan ook meer te maken met de haatcampagne van een mannelijk establishment tegen vrouwen dan met de realiteit. Het woord heks verwijst dan ook naar de vroede vrouwen, de wijze vrouwen, wier kennis en inzicht in de dorpen gewaardeerd werd, en die dus de concurrentes waren van dorpspastoors en mannelijke chirurgijnen.

Het door het christendom gecreëerde beeld van de heks die haar sabbat viert op een kale heuveltop, er copuleert met de duivel en ongedoopte kindertjes verwerkt in haar zalfjes is langzaam aan het verdwijnen. Kinderboeken als Juniper of Heksenkind van Monica Furlong, schetsen nu het beeld van de wijze vrouwen die in de dorpen een belangrijke sociale rol vervulden. Maar de heksenwaan wil wel eens terug de kop opsteken. Toen in het begin van de jaren '90 de Britse media opgeschrikt werd door verhalen van satanische offers, betaalden de moderne heksen mee het gelag. In 1992 zag de Pagan Federation zich genoodzaakt het verschil tussen wicca en satanisme te verduidelijken in de informatiefolder Something out of Nothing. Ook In België werd eind 1996 en begin 1997 de link gelegd tussen moderne heksen en satanisten naar aanleiding van de zaak rond kindermoordenaar Dutroux. Een huiszoeking op 21 december 1996 bij de vzw Abrasax in het Henegouwse dorpje Forchies-La-Marche bracht aan het licht dat er een groep actief was die zich le Wicca Belgique noemde. Het gaat om een Luciferiaanse groep van Franse oorsprong, die niets met de Britse Wicca-tradities van doen heeft.

Deze aandacht voor het satanisme liep toevallig gelijk met het werk dat de Belgische parlementaire onderzoekscommissie naar sekten in 1996 en '97 verrichtte. En alhoewel er in het sekte-onderzoek geen verwijzingen waren naar de Wicca, werden nogal wat moderne heksen - door vrienden en familie - in verband gebracht met sekten. Het gevaar voor sektarisme in de Wicca is klein. Er zijn immers geen charismatische leiders, geen dogma's, geen grote financiële implicaties aan het lidmaatschap... Nochtans schuilt er een belangrijk gevaar in de opkomst van de nieuwe hekserij. De Wicca is trendy geworden en dat heeft ook allerlei charlatans ertoe aangezet om de naam Wicca op hun naamkaartje te zetten. Kaartleggers, pendelaars en mediums hopen zich zo een extra kwaliteitslabel op te spelden, teneinde het cliënteel over de drempel te krijgen. Het wordt daarom voor de geïnteresseerde steeds moeilijker om het kaf van het koren te scheiden. Met dit boek hoop ik een beter licht te kunnen werpen op de moderne hekserij, op haar gebruiken en rituelen.

ABraCadrabra is opgebouwd als een lexicon, waarbij de toegang tot informatie via lemma's gebeurt, zoals in een encyclopedie. Woorden die in de tekst onderlijnd zijn, verwijzen naar een lemma in het boek.

Het boek bestaat uit historische informatie, biografische gegevens van belangrijke internationale heksen en heksen uit Nederland en Vlaanderen, rituele teksten van sabbats, inwijdingen en overgangsrituelen en informatie over de belangrijkste internationale heksenverenigingen en paganistische organisaties.

Alhoewel dit boek hoofdzakelijk de moderne wicca behandelt, heb ik er ook enkele gegevens uit de klassieke heksenprocessen in opgenomen. Ik hoop dat daarmee vooral de verschillen tussen deze klassieke demonische hekserij en de moderne wicca verduidelijkt kunnen worden.

ABraCadabra is geen academisch werk. Omwille van de leesbaarheid heb ik geen voetnoten gebruikt en geen verwijzingen naar bronnenmateriaal opgenomen. De bibliografie achteraan het boek verduidelijkt waar ik de mosterd haalde. Veel gegevens zijn niet afkomstig uit geschreven bronnenmateriaal, maar uit ongepubliceerde rituele teksten uit heksencovens of zijn gebaseerd op persoonlijke ervaringen.

Dit ABC van de wicca is dan ook een poging om een naslagwerk te bieden aan al diegenen die geïnteresseerd zijn in de nieuwe vormen van natuurspiritualiteit. Maar wie werkelijk de wicca wil leren kennen zal, 's avonds na het lezen van een hoofdstuk, dit boek terzijde leggen en in het licht van de maan een avondwandeling maken in het park, een nabijgelegen stuk bos of langs een landweg. Zolang dat nog kan.

Jan de Zutter
Antwerpen
Litha 1997

Alle teksten uit ABRACADABRA - lexicon van de moderne hekserij: © Jan de Zutter