De kleur van heidendom
De kleur van heidendom
Hedendaags paganisme, politiek en maatschappijvisie
Jan de Zutter
De Kleur van heidendom werd eerst opgeleverd tijdens de Vliebergh-Sencie leergangen van de Katholieke Universiteit Leuven en werd gepubliceerd in: Dillen, Annemie en Pollefeyt, Didier (red.), God overal en nergens? Theologie, pastoraal en onderwijs uitgedaagd door een sacraal reveil, Acco, Leuven, 2006.
De Amerikaanse website Endtime Insights1 waarschuwt met de grootste stelligheid: Tegen 2012 is wicca of moderne hekserij misschien de derde grootste religie in de Verenigde Staten, na het christendom en het jodendom. En dat is een probleem! De website wordt geleid door een fundamentalistisch evangelisch predikant die in 2005 een boek schreef over de dreigende opkomst van moderne hekserij, Hour of the witch2. De reclame belooft lezers dat ze de “explosieve groei van hekserij” beter zullen begrijpen, de “verborgen gevaren in de boeken van Harry Potter” zullen ontdekken, en “hun gezin zullen leren beschermen tegen bovennatuurlijke krachten”. Op verschillende weblogs werd gereageerd op de publicatie van Hour of the Witch, door wicca’s, maar ook door christenen die al eens een wicca van dichtbij hebben gezien: “Het zijn warme, vriendelijke mensen, met wie ik graag omga (liever dan met sommige christenen die ik ken)”, schrijft ene Isaac3. “Ze zijn niet gauw verontrust als ik het niet met hen eens ben. Misschien komt het omdat hun theologie zo veel vrijheid toelaat, dat ze zich niet de hele tijd moeten verdedigen of verschillen moeten creëren tussen zichzelf en de anderen. Wij christenen creëren dikwijls binnen/buiten verschillen en zijn daarom vaak minder betrokken bij mensen en eerder bij correctheid. Als de paganisten met wie ik in contact kwam een goede ‘staal’ zijn van paganisten in het algemeen, dan begrijp ik waarom dit een groeiende religie is”.
Het paganisme in het algemeen en wicca in het bijzonder, is inderdaad een groeiende religie. Dat blijkt uit alle onderzoeken4. Of ze binnen zes jaar de derde grootste religie van de v.s. zal zijn, valt te betwijfelen. Maar dat moderne hekserij een zekere aantrekkingskracht uitoefent op jonge mensen, staat vast5. Die belangstelling overlapt het ineenstorten van de ‘grote verhalen’ in de loop van de twintigste eeuw en de emancipatie van individuele burgers in het Westen (sommigen noemen het proces liever toenemend individualisme), wat leidde tot een grotere scepsis tegenover autoriteit. Gezagsstructuren zoals de katholieke kerk, maar ook politieke partijen, voelden de gevolgen aan den lijve. De grote ‘zingevers’ verloren hun glans, en in het vacuüm dat werd gecreëerd, was er plaats voor nieuwe experimenten. Het neopaganisme is natuurlijk slechts één van de vele oefeningen die westerlingen hebben gemaakt om opnieuw aan zingeving te kunnen doen. Maar er zijn wel gegronde redenen waarom moderne hekserij en paganisme aanslaan.
Wicca is een van de vele nieuwe religieuze bewegingen die in de religieuze pruttelpot van de twintigste eeuw is ontstaan. Het is grotendeels ontsproten aan het brein van een Britse ambtenaar en vrijmetselaar, Gerald Gardner (1884-1964), die zijn leven lang geïnteresseerd was in religie, magie en occultisme. De wicca is een onderdeel van de neopaganistische revival, de terugkeer naar heidense natuurreligies, zoals het druïdisme, het sjamanisme of het odinisme. Wicca is ongetwijfeld de grootste groep binnen het neopaganisme en volgens academici als Ronald Hutton6 de eerste volwaardige paganistische religie van de twintigste eeuw. Waar het moderne druïdisme een goed gedocumenteerde geschiedenis heeft die teruggaat tot het begin van de achttiende eeuw, was de beweging aanvankelijk volledig ingebed in de christelijke traditie. Pas in de jaren tachtig van de twintigste eeuw profileerden verschillende druïdenordes zich exclusief als paganistisch. Het moderne sjamanisme —urban shamanism of stadssjamanisme, zoals het vaak omschreven wordt— is een fenomeen van de laatste twee decennia, sterk geïnspireerd door de werken van ondermeer Carlos Castaneda. Ook het moderne odinisme kreeg definitief vorm in het begin van de jaren zeventig hoewel het wortels heeft in de heidense mystiek van de Duitstalige landen uit de late negendiende en vroege twintigste eeuw, die eveneens aan de basis lag van de nazimystiek in de schoot van de ss en de nsdap7.
Wicca wordt door haar aanhangers ook omschreven als The Old Religion, de Oude Religie, terwijl het in werkelijkheid om een vrij recent religieus fenomeen gaat. Dat de term oude religie wordt gebruikt, heeft te maken met een aantal factoren. Wicca’s willen zich duidelijk onderscheiden van nieuwe religieuze bewegingen, die ze vaak —terecht of onterecht— percipiëren als bewegingen die gedomineerd worden door goeroes. De wicca kent geen centrale autoriteit en hecht een groot belang aan de autonomie van de individuele beoefenaars. Maar de verwijzing naar een oude religie moet ook begrepen worden als een legitimering van de religie. Religies vertrekken vaak vanuit ongrijpbare en oncontroleerbare bronnen of krijgen hun legitimiteit door hun eigen lange geschiedenis. Het hebben van een eigen geschiedenis is eveneens een stevig cement voor de gemeenschap omdat aanhangers een gezamenlijk verleden met elkaar delen. De verbondenheid met de historische heksen uit de burning times, zorgt er verder voor dat de religie over martelaars beschikt. De vereenzelviging met de ‘broeders en zusters’ die omkwamen op de brandstapel is ook een van de funderingen voor het morele principe van diversiteit dat door nagenoeg alle wicca’s wordt gehanteerd. De moderne heks weet immers dat hij of zij afwijkt van de maatschappelijke norm, maar wijst er, door het gebruik van het woord heks, meteen op dat een gebrek aan tolerantie kan leiden tot misdaden tegen de menselijkheid. Moderne heksen ondermijnen daarmee het gebruik van het woord heks als een antitype. Ze tonen hun solidariteit met andere ‘afwijkende’ groepen zoals de jood, de zigeuner, de homoseksueel, de zwarte, de vrouw... Ze vertellen daarmee ook dat we in een wereld van diversiteit leven.
Wicca is niet uit het niets ontstaan, maar werd ‘voorbereid’ in het culturele klimaat van de negentiende eeuw, waarin de suffragettes reeds de gelijkberechtiging van vrouwen eisten, wat door enkele zonderlingen ook vertaald werd naar een religieuze gelijkberechtiging. Auteurs als Charles Godfrey Leland8, en voor hem Jules Michelet9, vroegen zich luidop af waarom er geen Godin de Moeder, naast een God de Vader zou kunnen bestaan. Onderzoek naar oude godinnencultussen voedde het verlangen naar religieuze, feministische alternatieven voor een patriarchaal monotheïsme. Wicca is gegroeid uit een verlangen naar een bitheïstisch godsbeeld, niet gebaseerd op een morele goed-kwaad-tegenstelling maar op een gendermetafoor. De nieuwe heksen creëerden dus een god én een godin. Daarmee plugde de nieuwe religieuze beweging in op een van de belangrijkste politieke en maatschappelijke tendensen van de twintigste eeuw, de emancipatie van vrouwen.
De voorlopers van de moderne wicca, mannen als Leland en Michelet, of een suffragette als de Britse egyptologe Margaret Murray10, waren vaak ook bijzonder antiklerikaal ingesteld, en behoorden tot een eerder progressieve, liberale onderstroom in de samenleving. Ook dat progressieve karakter drong de wicca binnen. Wicca ontwikkelde zich in de jaren zestig van de vorige eeuw tot een soort vrijheid-blijheid-religie die perfect in balans was met de progressieve tendensen in bijvoorbeeld de provo- of hippiebeweging. Er was gelijkheid tussen mannen en vrouwen, wat betekende dat er niet enkel goden en godinnen konden zijn, maar dat het priesterschap open stond voor zowel mannen als vrouwen. Elke vorm van christelijk puritanisme werd overboord gegooid, wat betekende dat het naakte lichaam niet meer zondig was, maar integendeel goddelijk. Rituelen konden dus naakt – of skyclad zoals heksen het noemen – uitgevoerd worden. In die woelige jaren zestig was de seksuele moraal in wiccagroepen ook behoorlijk wat losser dan in pakweg de gemiddelde Bijbelleesgroep.
Het speelse karakter van wicca heeft wel eens aanleiding gegeven tot de kritiek dat wicca’s geen moraliteit zouden hebben en eerder een laissez-faire houding zouden aannemen. Volgens de Amerikaanse sociologe Helen Berger11 bevraagt wicca weldegelijk de moraliteit, al was het maar in de levenskeuzes die wicca’s maken. Erg belangrijk in wicca is het herstel van het Zelf, de zoektocht naar de identiteit van het individu, doorheen rituele handelingen, gemeenschappelijke activiteiten en spirituele oefeningen. De nadruk die de wicca legt op globalisme (waardoor ze makkelijk tradities, goden en magische praktijken uit andere culturen kan overnemen), het geloof in persoonlijke en sociale transformatie, en het gebruik van niet-instrumentele rationaliteit plaatst de wicca binnen de traditie van de verlichting, vindt Berger.
De analyse dat het moderne paganisme ontstond tijdens de verlichting werd al gemaakt door de historicus Peter Gay12, en wat de wicca betreft verder uitgewerkt door Howard Eilberg-Schwartz13. Volgens Eilberg-Schwartz verwijzen zowel paganisten als verlichtingsdenkers naar een heidense klassieke oudheid en bekritiseren ze de joods-christelijke filosofie. Beiden leggen ze nadruk op de natuur, hoewel ze die heel anders benaderen. Beide tradities zien de goddelijke openbaring en de schriftuur als machtsmisbruik, die de menselijke autonomie en zelfwaardering ontkent. De verlichting biedt de Rede als middel om het individu sterk te maken, zodat eenieder dezelfde toegang tot de Waarheid krijgt. Paganisten delen die verering voor de Rede niet, maar wel een gelijkaardige ideologische aversie van machtsstructuren, die ze als inherent aan het monotheïsme beschouwen.
Het paganisme biedt een vorm van polytheïsme met haar pluralistische en tolerante verscheidenheid, als kritiek op het dogmatisme van het monotheïsme en de wereldse autoriteit. Volgens paganisten functioneert de loutere Rede niet goed in de bevrijding van de mens. Ze vervreemdt de mens van andere bronnen van kennis, zoals intuïtie, emotie, subjectiviteit, sensualiteit en spiritualiteit. De Rede verheft één verhaalvorm boven de andere: het wetenschappelijke discours boven de mythe, de poëzie, het ritueel en de fictie.
Hoewel de meeste wicca’s een hekel hebben aan het woord politiek, en er de nadruk op leggen dat religie en politiek gescheiden moeten blijven, is hun religie desalniettemin politiek te noemen. Volgens de socioloog Anthony Giddens is de politiek van het leven een politiek van keuzes maken: “De keuze om toe te treden en actief te blijven in relaties die op gelijkwaardigheid gebaseerd zijn, de keuze om zich op een niet-racistische wijze te gedragen, de keuze om ecologisch verantwoordelijk te leven, de keuze om toe te treden tot organisaties die er voor zorgen dat gelijkheid, milieubewustzijn in de maatschappij ingebed worden. De nadruk in heel wat covens op gelijkheid, vrouwenrechten, holebi-rechten, ecologische problemen en respect voor diversiteit, wijst erop dat ze hedendaagse maatschappelijke problemen willen kaderen in een moreel raamwerk”14.
Die politieke dimensie is vrij radicaal terug te vinden in de Principles of Unity van de zogenaamde Reclaiming-traditie, een Amerikaanse feministische tak van de wicca:
“(…) Elk van ons belichaamt het goddelijke. Onze ultieme spirituele autonomie ligt in onszelf, en we hebben geen behoefte aan derden om het sacrale voor ons te interpreteren. We koesteren de houding van twijfel en achten de intellectuele, spirituele en creatieve vrijheid hoog. We zijn een dynamische traditie in ontwikkeling en noemen onszelf trots heksen. Als we zowel de Godin als de God vereren, dan werken we met vrouwelijke en mannelijke beelden van het goddelijke, terwijl we in herinnering houden dat hun essentie een mysterie is dat aan elke vorm ontsnapt. De rituelen van onze gemeenschap zijn participatorisch en extatisch, we vieren de cycli van de seizoenen en van ons leven, en wekken energie op voor het herstel van onszelf, de gemeenschap en de aarde. (...) We streven ernaar te onderwijzen en te handelen op een manier die het persoonlijke en collectieve leven versterkt, we streven ernaar vorm te geven aan gedeelde macht, en naar het openstellen van het leiderschap voor iedereen. We nemen beslissingen bij consensus, brengen individuele autonomie in balans met maatschappelijke verantwoordelijkheid. Onze traditie brengt een eerbetoon aan het wilde, en roept op tot dienstbaarheid aan de aarde en de gemeenschap. We achten vrede hoog en beoefenen het pacifisme in overeenstemming met de Wiccan rede: ‘Doe wat gij wilt, zolang het niemand schaadt.’ Wij streven alle vormen van rechtvaardigheid na: ecologisch, sociaal, politiek, raciaal, economisch en gendergebonden. Ons feminisme heeft betrekking op een radicale analyse van machtsstructuren, waarbij we er van uitgaan dat alle systemen van onderdrukking onderling verbonden zijn, geworteld in structuren van dominantie en controle. Wij staan open voor elk geslacht, ras, elke leeftijd en seksuele geaardheid; en voor alle verschillen in levenssituaties, achtergronden en bekwaamheden die onze verscheidenheid kunnen verrijken.(...)”15.
Niet alle vormen van de wicca zijn zo radicaal in hun politieke stellingnamen, maar een aantal kenmerken komt overal voor: het afwijzen van dogmatisme, van hiërarchische machtsstructuren, het koesteren van de individuele autonomie en de vrijheid van denken, het streven naar gelijkwaardigheid tussen de geslachten, antiracisme en het werken met een immanent, niet-geopenbaard godsbeeld.
Wie zijn nu de mensen die zich achter dergelijke standpunten scharen? Het meest grondige en recente sociologisch onderzoek naar wicca’s in de Verenigde Staten, de zogenaamde Pagan Census, werd gevoerd bij 2089 neopaganisten en wicca’s door Helen Berger16 tussen 1993 en 1995. Het in 2003 gepubliceerde onderzoek tracht een beeld te schetsen van de gemiddelde Amerikaanse wicca en neopaganist. Over het algemeen zijn Amerikaanse wicca’s afkomstig uit de blanke middenklasse, zijn ze relatief hoog opgeleid, politiek progressiever dan hun mede-Amerikanen en ook politiek actiever. En hoewel het geloof in reïncarnatie en paranormale verschijnselen kenmerkend is voor de paganistische gemeenschap, verschilt deze karakteristiek niet zo erg van die van de gemiddelde Amerikaan. De levensstijl van wicca’s is minder traditioneel dan die van de gemiddelde Amerikaan: ze wonen vaker samen zonder getrouwd te zijn, of zijn uitsluitend ritueel gehuwd en niet wettelijk, en een groot aantal onder hen (28,3%) is homoseksueel (4,5%), lesbisch (4,8%) of biseksueel (19%). De meeste neopaganisten bevinden zich in de leeftijdsgroep tussen 20 en 60 jaar. Bijna 65 procent van de ondervraagden is vrouw. De helft van de ondervraagden heeft zich geëngageerd in een stabiele relatie en 41,2% heeft kinderen. Hoewel de meeste neopaganisten hoog opgeleid zijn – slechts 7,8% heeft een high school diploma of lager – is hun inkomen niet groter dan dat van de gemiddelde Amerikaan. Volgens Berger heeft dat te maken met het feit dat neopaganisten minder in carrière en meer in zelfontplooiing geïnteresseerd zijn.
Ruim de helft van de wicca’s woont in steden of grootstedelijke gebieden. Stedelijkheid lijkt een belangrijke voorwaarde te zijn om in contact te komen met nieuwe religieuze en intellectuele ideeën. Wellicht is het ondermeer de vervreemding in de grote steden, de toenemende sociale eenzaamheid, die bepaalde mensen ertoe aanzet, samen te komen in kleine groepjes, om daar het ‘familiale’ contact te zoeken dat ze missen.
Wicca’s lijken niet bepaald ‘geitenwollensokken’-types te zijn die technologie en wetenschap verwerpen. Uit het onderzoek van Margot Adler17 blijkt zelfs het tegendeel. Heksen zien geen echte tegenstelling tussen het wetenschappelijke en het magische denken. Ze hebben wel een hekel aan scientolatrie, de blinde aanbidding van de wetenschap en de dogmatische aanvaarding van wetenschappelijke stellingen.
Ecologie lijkt belangrijk te zijn voor bijna alle heksen. Dat is ook niet zo vreemd, omdat de hekserij een natuurreligie wil zijn. Zowel de ecologie als het paganisme zoeken naar een herstel van het evenwicht in de natuur. Sommige heksen vinden dat het voor paganisten een plicht is in de groene beweging te militeren.
Aan de heksen met wie ik contact had, vroeg ik systematisch wat hun politieke overtuiging was. In het merendeel van de gevallen stipten ze groene of progressieve partijen of bewegingen aan. Een Gentse heks was actief bij Greenpeace en zag dat engagement als een belangrijk argument om lid te worden van een heksencoven. Een Antwerpse heks had zelfs een mandaat uitgeoefend voor de Vlaamse groene partij Agalev. In Duitsland was een groen parlementslid ook heks. De politieke overtuiging van de heksen die ik sprak, schommelde tussen groen en links, hoewel de meeste heksen zich duidelijk als a-politiek – in de partijpolitieke betekenis van het woord – omschrijven. Dat komt ook tot uiting in de enquête die de Nederlandse website www.heksen.info hield tussen juli 2002 en maart 2003. In totaal gaven 468 mensen informatie over hun politieke voorkeur. 144 respondenten meldden dat ze niet-politiek waren, 59 noemden zich ‘erg links’, 126 noemden zich ‘links’, 62 noemden zich ‘midden’, 51 noemden zich ‘rechts’ en 26 noemden zich ‘erg rechts’. In totaal zijn er dus 185 respondenten die zich uitgesproken links profileerden tegenover 77 die zich rechts profileerden.
Uit de Pagan Census van Helen Berger blijkt dat de meest populaire politieke partij bij neopaganisten in de Verenigde Staten de democraten zijn (43%), gevolgd door ‘onafhankelijken’ (28%) en republikeinen (7%).
Vrouwen in neopaganistische groepen zijn politiek actiever dan mannen, hoewel beide geslachten hoger scoren dan de gemiddelde Amerikaan. Uit een kleinschalig onderzoek van Nancy Finley bij vrouwen die actief zijn in de godinnenverering – meestal wicca’s – blijkt dat de participatie in deze groepen hun politiek activisme doet toenemen.
Wicca’s en neopaganisten participeren ook vaker dan andere Amerikanen in politieke activiteiten die zich buiten het partijpolitieke milieu bevinden. Terwijl slechts 19 procent van de Amerikanen regelmatig deelneemt aan betogingen en optochten, ligt dat cijfer bij wicca’s en neopaganisten veel hoger: 45,7 procent. Vrouwen (49,2%) nemen vaker deel aan betogingen en optochten dan mannen (36,8%). Wicca’s en neopaganisten zijn ook zeer bedrijvige protestbriefschrijvers. Meer dan de helft schrijft brieven naar federale, staats- of lokale wetgevers.
In een enquête die Adler in 1985 hield, zeiden heksen dat het paganisme zich vooral moet inlaten met ecologie, vredesproblemen en nucleaire oorlogen, (christelijk) fundamentalisme, het overleven als religie... En uit de Pagan Census van Berger blijkt dat wicca’s en neopaganisten progressiever zijn dan de gemiddelde Amerikaan en meer belang hechten aan sociale zaken, milieu, openbaar vervoer, de publieke ruimte, misdaad en drugverslaving. Wicca’s en neopaganisten in de v.s. steunen ook sterk de homorechten. Terwijl slechts 11,4 procent van de Amerikanen geen bezwaren maakt tegen het homohuwelijk, is 89,3 procent van de neopaganisten gewonnen voor het homohuwelijk. Zelfs 92,2 procent van de neopaganistische vrouwen is er voorstander van.
Terwijl neopaganisten wel degelijk politiek actief zijn, tonen ze toch geen groot vertrouwen in de Amerikaanse instellingen, wat volgens Berger het gevolg is van de kritische houding die ze aannemen tegenover de moderne Amerikaanse samenleving.
In de jaren tachtig is het politieke bewustzijn onder Amerikaanse wicca’s flink toegenomen. Vooral het ecologisch militante karakter kwam op de voorgrond. Ook de Britse onderzoeker Graham Harvey18 is van mening dat wicca’s en neopaganisten sterker dan de gemiddelde bevolking neigen naar ecologisch activisme, als gevolg van hun religieuze overtuiging dat de Aarde heilig is.
Maar heksen zijn het lang niet over alles eens. Allyn Wolfe verwoordde dat in 1985 in haar omstreden standpunt over heksen in Red Garters, het officiële bulletin van The New Wiccan Church, een vereniging van traditionele Engelse heksen: “Wat volgt zijn slechts enkele dingen waar heksen het niet over eens zijn: abortus en geboortebeperking, dierenrechten, astrologie, milieu, buitenlandse politiek, nucleaire bewapening, kernenergie, voorhuwelijkse seks, politiek, president Reagan, drugs en vegetarisme. Geloof het of niet, maar sommige van de alleroudste takken van de wicca aanbidden geen Godin. Je bent natuurlijk geheel vrij te argumenteren dat je collega-heksen er bepaalde ideeën op na zouden moeten houden, maar het is belachelijk te veronderstellen dat ze dat ook echt doen. Heksen zijn in hun overtuigingen even divers als christenen”.
Er is nog geen onderzoek naar gevoerd, maar ik vermoed dat ook het politieke klimaat in wiccaverenigingen evolueert met de tijd. De vrijheid-blijheid sfeer uit de jaren zestig wordt langzaam verdrongen door conservatievere stellingnamen, steeds meer wiccagroepen verwerpen het skyclad uitvoeren van rituelen en sommigen zien geen graten in een rechts discours over de goden van eigen bodem. In welke mate deze trend zich zal doorzetten, zal moeten blijken.
Aan de andere kant van het politieke spectrum van het paganisme bevindt zich een ruime groep traditionalisten van eerder conservatieve, tot soms extreem rechtse signatuur. Tot tien jaar geleden konden deze groepen vrij makkelijk aangeduid worden: het waren meestal aanhangers van de oud-Germaanse of Scandinavische religies. Soms wordt deze religie ook wel asatru, odinisme of wotanisme genoemd. Maar vandaag is de situatie complexer. Na de val van het IJzeren Gordijn hebben West-Europese asatruar contacten gezocht met de door het communisme onderdrukte volksreligies in de voormalige Oostbloklanden. Nu ze hun religie opnieuw kunnen beleven, wentelen deze groepen zich in een sterk nationalistisch en etnisch conservatief religieus project. Dit zijn religies die de goden van de eigen bodem vereren. En vanzelfsprekend zijn deze goden niet altijd gastvrij voor nieuwkomers. In een wereld die gekenmerkt wordt door belangrijke migratiestromen, vormen de oude religies van Europa vaak een nationalistische vluchtheuvel waarop extreem-rechts zich kan terugtrekken. In Vlaanderen schreef het rabiaat antichristelijke Vlaams Heidens Front in haar tijdschrift Kvasir: “Door de komst van het joodse christendom is de Yggdrasil19 gaan rotten. De geest van ons volk werd aangevallen en verzwakt. Maar ooit komt de dag dat we de pest zullen uitroeien en zij aan zij zullen strijden voor de spirituele bewustwording van ons volk”.
Over het algemeen trekt het odinisme mensen aan die politiek veel conservatiever zijn dan de meerderheid van de neopaganisten. Ze voelen zich ongemakkelijk bij het feminisme, anarchisme en de verscheidenheid in seksualiteit en levensstijlen... er is minder vegetarisme en meer alcohol in tegenstelling tot andere neopaganistische tradities. De nadruk ligt op krijgskunsten en krijgswaarden. Dat alleen al maakt dat hun traditie moeilijk ligt bij andere paganisten, die eerder geneigd zijn er politiek linkse, en over het algemeen liberale ideeën op na te houden. De nadruk die sommige groepen leggen op de ‘natuur’ en ‘het natuurlijke’ doet hen neigen naar een negatieve beeldvorming rond multiculturaliteit en homoseksualiteit. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de Britse Hammarens Ordens Sällskap, een vereniging van voormalige Zweedse immigranten in Groot-Brittannië, die menen dat “een vermenging van de soorten (zowel qua ras als seksualiteit) verwarring, ongeluk en problemen veroorzaakt”.
Een sterk anti-multiculturalisme kleurt veel nieuwgermaanse heidense groepen. Zij streven dan ook homogene gemeenschappen na, een ‘volk’ dat niet bezoedeld wordt door invloeden van buitenaf. Of zoals het tijdschrift The Odinist het uitdrukt: “Alhoewel elk ras of elke etnische groep bedreigd wordt door het kosmopolitisme en de homogenisering, moet onze hoofdbekommernis uitgaan naar ons eigen Volk, een bedreigde minderheid. We ondersteunen de ontwikkeling van het raciale bewustzijn van alle volkeren als een dam tegen assimilatie”. De meeste volkse heidense groepen aanvaarden geen leden die duidelijk ‘niet-Germaans’ zijn – in de praktijk kan dit betekenen dat ze potentiële leden afwijzen op basis van de kleur van hun huid of de oorsprong van hun naam.
Sommige odinisten zijn radicaal in de exclusiviteit van hun religie, in die mate dat andere etnische groepen als de baarlijke duivel worden afgeschilderd. “Culturen bestaan en evolueren het best naast elkaar”, schrijft het Vlaams Heidens Front van Jürgen Suys. “Samensmelting leidt immers tot een onomkeerbaar verval. (...) Het multiculturele experiment is een bedreiging voor onze waarden en tradities”.
De obsessie voor rassen kwam in 1999 nog tot uiting in de Verenigde Staten naar aanleiding van de ontdekking van de zogenaamde Kennewick Man. Het betreft het oudste skelet dat ooit in Noord-Amerika gevonden werd. De beenderen werden op 28 juli 1996 ontdekt langs de oever van de Columbia rivier, door twee leerlingen. De Kennewick Man zou zo’n 9.300 jaar geleden gestorven zijn, aan de gevolgen van een verwonding door een speer in zijn heup. De Kennewick Man zou snel veel meer worden dan een interessante archeologische vondst, maar zich in het brandpunt bevinden van een religieus conflict tussen Noord-Amerikaanse indianen én asatruar. Omdat de Kennewick Man een van de oudste menselijke overblijfselen in Noord Amerika is, zou hij veel kunnen bijbrengen over de komst van de eerste ‘Amerikanen’ op het continent. Vlak nadat de schedel was gevonden, en de lokale amateur-antropoloog er een plaasteren afgietsel van had gemaakt, werd het originele skelet in beslag genomen door de sheriff van Benton, op vraag van vijf indiaanse stammen. Zij beweerden dat de Kennewick Man een van hun voorouders was, en eisten dat de overblijfselen opnieuw begraven zouden worden. Dat recht hebben ze sinds 1990 volgens de Native American Graves Protection and Repatriation Act. Maar er was een probleem. Antropoloog James Chatters, die als eerste de schedel had onderzocht, meende dat de trekken van de Kennewick Man helemaal niet indiaans waren. Hij liet zelfs een reconstructie van het gelaat uitvoeren, wat resulteerde in het portret van een man met Kaukasische trekken: een blanke! En dat zou betekenen dat de geschiedenisboeken van Noord-Amerika moesten herschreven worden. De kans dat er in Amerika een meer dan 9000 jaar oude ‘blanke’ zou zijn ontdekt, ging niet onopgemerkt voorbij aan Michael Clinton, een advocaat in Portland en William Fox, een boekhouder in dezelfde stad. Beiden zijn lid van de Asatru Folk Assembly. En ook zij besloten dat de Kennewick Man één van hun voorouders moest zijn. Clinton spande een proces aan om de beenderen over te dragen aan de Asatru Folk Assembly. Clinton nodigde in 1992 nog de revisionist David Irving uit, de omstreden Britse historicus die ondermeer beweert dat de joden niet door de nazi’s werden vergast en die het concentratiekamp van Auschwitz een “Disneyland voor toeristen” noemde “dat na de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd in 1948”.
Al vroeg in de twintigste eeuw stelden volkse heidense groepen zich meer vragen, dan diegene die betrekking hadden op ras en volksaard. Zij wezen op de gevolgen van de industrialisering en urbanisering voor de ecologie én voor de samenleving. Er bestaan enge banden tussen het groene politieke denken en de religiositeit, al was het maar omdat de groene utopie een soort ecologisch aards paradijs voorop stelt, dat dicht staat bij de ideaalbeelden van de nieuwe natuurreligies. De ideale heidense samenleving wordt zowel bij de linker als de rechtervleugel vaak omschreven met begrippen als basisdemocratie en regionalisme, waarbij de mens zich moet organiseren in kleinere sociale entiteiten, die ecologisch vriendelijker zijn. Maar bij rechts leeft ook de idee dat het eigen volk, of het ras een natuurlijk gegeven is, dat net als het ecosysteem zuiver moet worden gehouden. Het migratiestandpunt van groen-rechts uit zich in het zogenaamde bioregionalisme. Daarmee wordt bedoeld dat ieder volk zijn natuurlijke plek heeft op aarde. Groen-rechts baseert zijn stellingen op de theorieën van een aantal wetenschappers. Een van hen is de nieuw-rechtse Oostenrijker Konrad Lorenz die in een interview in Natur in 1988 al zei dat hij “wegens de overbevolking een zekere sympathie voor aids heeft” en “dat de ethisch waardevolle mensen niet zoveel kinderen krijgen als die gangsters in de derde wereld, die zich ongeremd vermeerderen”. Dit soort theorieën vindt makkelijk gehoor bij de rechtervleugel van de heidense beweging. Vooral omdat rechtse denkers het heidendom ook propageren. Een van hen is de Frans-Britse denker Edward Goldsmith (1928), stichter en voormalig hoofdredacteur van The Ecologist en pleitbezorger van een terugkeer naar het heidendom. Volgens Goldsmith20 moet de mens opnieuw in harmonie komen met de wetten van Gaia, een these die gemeengoed is in heidense middens. Gaia is een hiërarchisch systeem‚ vindt Goldsmith, zodat levensprocessen op alle niveaus in die hiërarchie moeten passen: “moleculen, biologische organismen, inheemse maatschappijen, populaties en ecosystemen. De mens is in het ecosysteem niet belangrijker dan de dieren, er is dus ‘ecologisch egalitarisme’.” Maar Goldsmith waarschuwt voor willekeur. In de natuur zien we dat enkel systemen die zich inpassen, overleven. Inpassen gebeurt langzaam via een evolutionair proces. Goldsmith trekt dit principe door naar menselijke culturen, waar een te snelle verstoring van de cultuur voor problemen kan zorgen. Dat wordt makkelijk als volgt vertaald: “teveel Marokkanen in één keer naar hier brengen, verstoort het ecologisch evenwicht”.
In Vlaanderen is Guy de Martelaere, actief in de asatru-werkgroep Traditie en ook uitgever van de heidense nieuwsbrief Gwenved (waarin onder meer oud Vlaams Blokideoloog en voormalig ondervoorzitter Roeland Raes publiceerde) een volgeling van Goldsmith. De Martelaere pleit voor een “doorgedreven autarchie, radicale decentralisatie, primitivisering, tribalisme, kleine vrij besloten gemeenschappen met laag technologiegehalte die dicht bij de natuur leven”. Hij pleit voor “een groot belang dat aan familiale en etnische verwantschap wordt gehecht, wantrouwigheid tegenover vreemdelingen, een duidelijk onderscheid tussen de geslachten, het gebruik van dialect om de plaatselijke eigenheid te beklemtonen”21. In een lezersbrief in het opinieweekblad Knack schreef hij ooit: “Racisme is niet het probleem, wel de multiculturele maatschappij die men ons op ondemocratische wijze wil opdringen en die tot racisme leidt. (...) Ook het voorbeeld van de dieren en de natuurvolkeren leert het ons: de natuur is racistisch‚ vreemde elementen worden geweerd omdat men aanvoelt dat zij het evenwicht in de groep zouden verstoren”.
In Vlaanderen zijn er wel degelijk democratische Odinisten, maar het merendeel sluit aan bij radicaal-rechtse of nieuwrechtse stromingen. Tot voor kort konden geïnteresseerden hun religieuze inkopen zelfs doen in de winkel van voormalig Vlaams Bloksenator Wim Verreycken, Triskel. Daar werden Keltische juwelen, tapijten, traditioneel houtsnijwerk, orakelstenen, drinkbekers met Keltisch vlechtwerk, traditionele muziekinstrumenten zoals midwinterhoorns, doedelzakken en Ierse bodhrans verkocht. Verreycken is ook de auteur van enkele boeken over het heidendom, die hij publiceert onder het pseudoniem Johan Hildesheim: Niet iedereen kan heiden zijn en Heiden, zegen elke dag. “Ja, ik ben vooringenomen. Ik ben de mening toegedaan dat de bezettende en onderdrukkende culturen die onze volkeren teisterden, geen verrijking vormden voor het noordse erfgoed”. Zo begint het boek Niet Iedereen kan heiden zijn. Het is een algemene inleiding op het Germaanse heidendom. De groene thematiek die eigen is aan het nieuwe heidendom zit eveneens in Verreyckens teksten. “Tegelijk moeten alle wezens die de aarde bevolken in hun eigenheid worden gerespecteerd, zonder dat één wezensoort een moordende dominantie mag handhaven, zich beroepend op een onterecht vermoeden van meerderwaardigheid”. Verreycken pleit hier onomwonden voor de afwijzing van het antropocentrisme, en stelt de mens op gelijke hoogte met andere dieren, wat kenmerkend is voor de deep-ecologygedachte.
Zoals de meeste rechtse heidenen ervaart Verreycken het christendom als een volksvreemde religie. In zijn boek Niet iedereen kan heiden zijn, laat hij zich meermaals kritisch uit over de drie Abrahamitische religies: jodendom, christendom en islam. Dat blijkt ondermeer uit een van Verreyckens gedichten:
Heidendom is lachwekkende waanzin...
Een protestantse gemeenschap laat kinderen doodgaan zonder dokter.
Moge Jahwehs wil geschieden, alleluja.
Libanese christenen slaan de anderen de hersens in,
en Belgische dito stemmen voor moord op levende mensenvrucht.
Gott mit Uns, en dood aan den vijand.
Islamieten hakken handen af, stenigen vrouwen,
jagen Allahlasterende schrijvers.
Inch Allah.
Joden verminken jongens ongevraagd,
slachten onverdoofde dieren voor de leut van Abraham.
Mazzeltof en sjalom.
Sekteleiders verkrachten al biddend, jagen heilige kogels in hun volgelingen.
Het einde van de wereld is toch nabij.
Praise the Lord.
In Stonehenge staan druïden tot sterren te zingen tussen puinen van eeuwige tempels.
O ja, heidendom is lachwekkende waanzin...
De belangrijkste asatru-groep in Vlaanderen is allicht de werkgroep Traditie. Die wordt vandaag geleid door een voormalig wicca, Stefaan Van den Eynde, maar werd gesticht in 1993 door de intellectueel Koenraad Logghe. In 1978 stichtte hij de Orde van de Eeuwige Wederkeer. In de grondbeginselen stond te lezen: “Wij wensen de eigenheid van ons volk en ras te vrijwaren en alle storende elementen te bestrijden” en “onze ouders en grootouders waren geen verraders toen ze naar het oostfront trokken”. Logghe was ook actief in de pro-apartheidslobby Protea. Traditie publiceert in het gelijknamige tijdschrift voornamelijk onschuldige artikelen over asatru, maar de achtergrond van sommige auteurs maakt wel duidelijk waar de politieke sympathieën liggen. Zo publiceerde Traditie recent nog teksten van de Friese oud-ss’er Hans Klinkenberg.
Naast Traditie was er in Vlaanderen een tijdlang een rabiatere groep actief, het Vlaams Heidens Front dat in 1997 werd opgericht door Jürgen Suys. De vereniging is extremistischer dan elke andere rechtse heidense club in ons land. Op de oorspronkelijke webpage pakte ze uit met het ss-doodshoofd als logo en bood ze Nederlandstalige posters aan met ss-propagandamateriaal. Het Vlaams Heidens Front is een dochter van een radicaal-rechts heidens netwerk dat zich inmiddels over heel Europa uitstrekt en overkoepeld wordt door het Allgermanische Heidnische Front. Dat heeft als een van zijn doelstellingen het bevrijden van Europa van de “joods-christelijke plaag”. De surfer krijgt op de menubalk van de webpagina de boodschap mee: “Koop niet bij joden”.
Conclusie:
Het neopaganisme, dat de afgelopen decennia aan een opmars is begonnen, wortelt in heel wat vroegere pogingen om alternatieven te vinden voor het christendom in Europa. De Britse dichter Percy Bysshe Shelley schreef in 1821 al in een brief aan een vriend: “(…) I am glad that you do not neglect the rites of the true religion. Your letter awoke my sleeping devotions, and the same evening I ascended alone the high mountain behind my house, and suspended a garland, and raised a small turf altar to the mountain-walking Pan”22. Deze vroege voorlopers van het neopaganisme waren gevormd door de verlichting, die leerde dat kennis niet bij een God hoog in de hemel, maar in de natuur kon worden gehaald. De romantisch-poëtische variant van dit verlichtingsdenken uitte zich in de literatuur, de plastische kunsten en de muziek, maar ook in nieuwe religieuze experimenten. De moderne hekserij of wicca is de libertijnse tak van deze religieuze zoektocht naar een alternatief voor het christendom; de moderne Germaanse religies zijn de rechts-conservatieve varianten. Beide takken delen een aantal overeenkomsten. Beiden zochten ze naar alternatieven voor een patriarchale, dominante en hiërarchisch gestructureerde religie. Beiden zochten ze de godservaring in de natuur zelf. Wicca evolueerde echter naar een politiek progressieve religie, met weinig regels, weinig structuur en vooral geen hiërarchie en met grote aandacht voor feministische thema’s. Ook de oorspronkelijke afkeer van het christendom is in wiccagroepen volledig verdwenen. Wicca’s werken samen met christenen, doen soms samen rituele vieringen of houden samen bezinningsweekends. Bij asatruar en odinisten ligt dat moeilijker. Zij beschouwen het christendom als een vreemde invasiereligie, die hun oorspronkelijke religie heeft vernietigd. Wat volksvreemd is, kan geen contact vinden met de authentieke natuurgoden van Europa. Odinisten en asatruar neigen dus naar een conservatieve, rechtse tot uiterst-rechtse houding. Op die manier is het volledige politieke spectrum aanwezig in het neopaganisme. Daarin verschilt de nieuwe religieuze beweging dus in niets van andere religieuze groepen, waarin eveneens het volledige socio-politieke spectrum terug te vinden is. Het zou dan ook niet verwonderen mochten er in een religieus diverse samenleving eerder allianties gevormd worden tussen progressieven uit verschillende religieuze tradities en conservatieven uit verschillende tradities, dan dat de religies zich onderling tegen elkaar keren.
2 S. Wohlberg, Hour of the Witch, Templeton, Endtime Insights, 2005.
3 25 april 2005 op www.tallskinnykiwi.com.
4 J. De Zutter, Eko Eko, Een halve eeuw wicca, Antwerpen, Houtekiet, 2003.
5 R. Moseley, “Glamorous Witchcraft. Gender and Magic in Teen Film and Television”, in Screen 43 (2002) nr. 4, 403-422.
6 R. Hutton, The Triumph of the Moon. A History of Modern Pagan Witchcraft, Oxford, Oxford University Press, 1999.
7 J. de Zutter, Heidenen voor het Blok. Radicaal-rechts en het moderne heidendom, Antwerpen, Houtekiet, 2000.
8 Ch. Leland, Aradia: Or the Gospel of the Witches, Custer, Phoenix Publishing, 1998 (1890).
9 J. Michelet, The Sorceress, a Study in Middle Age Superstition, Paris, Charles Carrington, 1904.
10 M.A. Murray, The Witch Cult in Western Europe. A Study in Antropology, London, Oxford University Press, 1921.
11 H.A. Berger, A Community of Witches, Columbia, University of South Carolina Press, 1999.
12 P. Gay, The Enlightment. An Interpretation: The Rise of Modern Paganism, New York, W.W. Norton& Company, 1995 (1966).
13 H. Eilberg-Schwartz, “Neopaganism and Goddess Worship as Enlightment Religions”, in Journal of Feminist Studies in Religion 5 (1989) nr. 1.
14 Berger, o.c.
15 Starhawk & H. Valentine, The Twelve Wild Swans. A Journey to the Realm of Magic, Healing and Action, New York, Harper, 2000.
16 H.A. Berger, E.A. Leach, L.S. Shaffer, Voices from the Pagan Census, A National Survey of Witches and Neo-Pagans in the Unite States, Columbia, University of South Carolina Press, 2003.
17 M. Adler, Drawing Down the Moon, Boston, Beacon Press, 1986 (1979).
18 G. Harvey, Listening People, Speaking Earth: Contemporary Paganism, London, Hurst & Company, 1977.
19 De levensboom of wereldas bij de Germanen.
20 E. Goldsmith, De Weg, een ecologische wereldvisie, Wijnegem, Stichting Deltapers, 1996 (1988).
21 G. De Martelaere, “Voor een nieuw heidendom”, in Genved (1996) nr. 16.
22 Hutton, o.c.
